Tijdens de eerste fase van de coronacrisis heeft de Vlaamse regering ondersteuningsmaatregelen genomen die in eerste instantie de liquiditeit van de ondernemingen en sectoren op peil moesten houden. In totaal was sprake van ongeveer 3,5 miljard euro aan ingrepen, waarvan 1,8 miljard euro naar de ondernemingen ging in de vorm van premies en beschermingsmechanismen.

De Vlaamse regering zal de komende maanden bedrijven blijven onderstutten die moeten gesloten blijven of zwaar omzetverlies lijden, belooft minister-president Jan Jambon. Maar tegelijkertijd wil de ploeg-Jambon de focus verleggen naar maatregelen die gericht zijn op het versterken van de solvabiliteit van de ondernemingen. 'Op die manier willen we bedrijven door de volgende fase van de crisis loodsen en hen helpen om hun activiteiten terug op volle toeren te laten draaien, maar ook om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen', luidt het.

Dat betekent dat de Vlaamse regering evolueert naar een andere aanpak. Met kapitaalinjecties, leningen en waarborgen wordt complementair gewerkt aan de banken, wordt de markt geactiveerd en wordt een hefboomeffect beoogd. Dat betekent een andere manier van werken. Het gaat immers niet langer over premies en subsidies, maar over geld dat ter beschikking wordt gesteld en na verloop van tijd in principe wordt terugbetaald aan de Vlaamse overheid.

Eigen benen

De regeringsleider merkt op dat de Vlaamse bedrijven de tweede lockdownperiode veel beter doorstaan hebben dan de eerste. Dat blijkt onder meer uit het beperkt aantal bedrijven dat in het najaar aan de banken betalingsuitstel van zijn investeringskredieten heeft gevraagd. Ook recente economische groeicijfers tonen volgens Jambon dat er licht schijnt aan het einde van de tunnel.

Maar na de acute crisisfase dreigt een nieuwe problematische fase aan te breken. Zodra het betalingsuitstel afloopt en enkele belangrijke steunmechanismen wegvallen of afgebouwd worden, zullen sommige bedrijven wellicht alsnog in de problemen komen, met faillissementen en jobverlies tot gevolg, aldus nog Jambon.

'Daarom blijft een zekere vorm van ondersteuning vanuit de overheid noodzakelijk. Maar we willen dit wel op een verstandige manier aanpakken en goed voorbereiden. Bedrijven moeten stilaan opnieuw op eigen benen gaan staan en losgekoppeld worden van het overheidsinfuus, maar dat wil niet zeggen dat de overheid hen aan hun lot overlaat', besluit hij.

Tijdens de eerste fase van de coronacrisis heeft de Vlaamse regering ondersteuningsmaatregelen genomen die in eerste instantie de liquiditeit van de ondernemingen en sectoren op peil moesten houden. In totaal was sprake van ongeveer 3,5 miljard euro aan ingrepen, waarvan 1,8 miljard euro naar de ondernemingen ging in de vorm van premies en beschermingsmechanismen. De Vlaamse regering zal de komende maanden bedrijven blijven onderstutten die moeten gesloten blijven of zwaar omzetverlies lijden, belooft minister-president Jan Jambon. Maar tegelijkertijd wil de ploeg-Jambon de focus verleggen naar maatregelen die gericht zijn op het versterken van de solvabiliteit van de ondernemingen. 'Op die manier willen we bedrijven door de volgende fase van de crisis loodsen en hen helpen om hun activiteiten terug op volle toeren te laten draaien, maar ook om nieuwe producten en diensten te ontwikkelen', luidt het. Dat betekent dat de Vlaamse regering evolueert naar een andere aanpak. Met kapitaalinjecties, leningen en waarborgen wordt complementair gewerkt aan de banken, wordt de markt geactiveerd en wordt een hefboomeffect beoogd. Dat betekent een andere manier van werken. Het gaat immers niet langer over premies en subsidies, maar over geld dat ter beschikking wordt gesteld en na verloop van tijd in principe wordt terugbetaald aan de Vlaamse overheid. De regeringsleider merkt op dat de Vlaamse bedrijven de tweede lockdownperiode veel beter doorstaan hebben dan de eerste. Dat blijkt onder meer uit het beperkt aantal bedrijven dat in het najaar aan de banken betalingsuitstel van zijn investeringskredieten heeft gevraagd. Ook recente economische groeicijfers tonen volgens Jambon dat er licht schijnt aan het einde van de tunnel. Maar na de acute crisisfase dreigt een nieuwe problematische fase aan te breken. Zodra het betalingsuitstel afloopt en enkele belangrijke steunmechanismen wegvallen of afgebouwd worden, zullen sommige bedrijven wellicht alsnog in de problemen komen, met faillissementen en jobverlies tot gevolg, aldus nog Jambon. 'Daarom blijft een zekere vorm van ondersteuning vanuit de overheid noodzakelijk. Maar we willen dit wel op een verstandige manier aanpakken en goed voorbereiden. Bedrijven moeten stilaan opnieuw op eigen benen gaan staan en losgekoppeld worden van het overheidsinfuus, maar dat wil niet zeggen dat de overheid hen aan hun lot overlaat', besluit hij.