1. De economische conjunctuur verslechterde aan het einde van 2018

In de eurozone groeide de economie in 2018 met 1,9 procent. Dat is een vertraging ten opzichte van 2017, toen er nog een groei van 2,4 procent werd opgetekend. "Het economische herstel mag zich in 2018 dan wel hebben doorgezet in het eurogebied, het heeft vaart moeten minderen", staat in het rapport. Vooral aan het einde van 2018 verslechterde de conjunctuur. Dat was voor een deel het gevolg van tijdelijke factoren, zoals een krimp in de Duitse auto-industrie. Fundamenteler kwam de export onder druk door een minder dynamische wereldhandel. De brexit, de lagere groei in China en het risico op handelsconflicten dreigen te wegen op de groei. België kende in 2017 een groei van 1,7 procent die verder vertraagde richting 1,4 procent in 2018.

2. Het aantal inactieven ligt te hoog

Ook al lag de Belgische economische groei onder het gemiddelde van de eurozone, de arbeidsmarkt draaide op volle toeren met 59.000 nieuwe banen (+1,2%). De werkloosheid daalde terwijl de beroepsbevolking toenam. "Een verruiming van het arbeidsaanbod gaat dus wel degelijk samen met een daling van de werkloosheid", zegt gouverneur Pierre Wunsch. De werkloosheidsgraad liep terug tot 6 procent, een niveau dat voor het laatst werd opgetekend in de jaren zeventig van vorige eeuw.

Wel zijn er grote regionale verschillen met amper 3 procent werkloosheid in Vlaanderen, 9 procent in Wallonië en 13 procent in Brussel. Dat betekent dat de krapte op de arbeidsmarkt van regio tot regio varieert en volgens de Nationale Bank ook tussen subregio's, sectoren en bedrijven. Zonder het huidige loonvormingssysteem ter discussie te stellen pleit Wunsch voor meer loondifferentiatie, waarbij bedrijven die met veel arbeidskrapte kampen gemakkelijker loonsverhogingen zouden moeten kunnen toekennen.

Maar hij uit vooral zijn bezorgdheid over de hoge inactiviteitsgraad. Een derde van de bevolking op arbeidsleeftijd (15-64 jaar) in België biedt zich niet aan op de arbeidsmarkt. Zelfs in Vlaanderen ligt de inactiviteit (28%) boven het Europese gemiddelde (27% van de bevolking tussen 15-65 jaar). Om die inactiviteit te counteren denkt de Nationale Bank onder andere aan betere opleiding, het vermijden van schooluitval en het wegwerken van de nog altijd bestaande werkloosheidsval.

3. De overheidsuitgaven dreigen opnieuw te ontsporen

De gezondmaking van de overheidsfinanciën zette zich niet voort in 2018. Het nominale tekort klokte af op 0,7 procent, wat wel een stuk beter is dan de 2,5 procent in 2015. Maar de verbetering van het saldo is vooral een gevolg van de dalende rentelasten en de hogere inkomsten dankzij de voorafbetaling van vennootschapsbelasting. Het structurele financieringssaldo (gecorrigeerd voor conjunctuur en eenmalige maatregelen) is zelfs licht verslechterd in vergelijking met 2017: van -1,4 procent naar -1,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp).

Pierre Wunsch: "Er is de voorbije jaren een stop-and-gobeleid gevoerd waarbij de begroting het ene jaar wordt gesaneerd en het andere jaar niet. Terwijl de bevolking de indruk heeft dat er elk jaar wordt gesaneerd. Maar dat gold niet voor 2018 en 2016. Het probleem is dat er geen buffers zijn opgebouwd door bij een recessie de automatische stabilisatoren (zoals het verhogen van de uitkeringen) te laten werken."

Wunsch is vooral bezorgd over de stijgende uitgaven: ze liepen weer op van 49,7 tot 50 procent van het bbp en stegen vorig jaar sterker dan de economische groei. "Dat was voor een deel toe te schrijven aan de sterk gestegen uitgaven van de gemeentebesturen, een typisch fenomeen in een jaar van gemeenteraadsverkiezingen. Maar het kan niet de bedoeling zijn dat die uitgaven verder stijgen. Door de hoge fiscale druk moet net aan die kant worden bespaard om de begroting onder controle te krijgen."

4. Er werden de voorbije jaren amper productiviteitswinsten geboekt

Een van de redenen waarom de Belgische economische groei vrij laag is, is de zwakke stijging van de productiviteit. De jongste jaren zijn er op macro-economische schaal amper productiviteitswinsten geboekt. De groei van de totale factorproductiviteit (die de efficiëntie weergeeft waarmee productiefactoren als menselijk kapitaal, kennis en materiële activa worden ingezet) was goed tien jaar geleden - nog voor de financiële crisis - in zowel de Europese Unie als België zelfs negatief. In België trekt ze weer aan, maar ze blijft negatief en is minder krachtig dan die in de EU (+0,5%). Een rem op de productiviteitsgroei is het gebrek aan innovatie en het gebrek aan concurrentie in bepaalde sectoren, zeker in de dienstenmarkten, stelt de Nationale Bank: "Een tekort aan concurrentie impliceert hoge prijzen en een lage productiviteitsgroei. Het valt ook op dat e-commerce in België onvoldoende ontwikkeld is. Daardoor vloeit een aanzienlijk deel van de toegevoegde waarde die hier wordt gegenereerd naar het buitenland." Het rapport benadrukt het succes van spin-offs van universiteiten als innovatiemotor, maar de producten die ze ontwikkelen, worden slechts beperkt gecommercialiseerd.

Volgens Wunsch is een hogere totale factorproductiviteit nodig om voor voldoende groei te zorgen en "zo de vergrijzing betaalbaar te maken".

5. De overheidsinvesteringen zijn te laag

"De bevordering van de overheidsinvesteringen moet een begrotingsprioriteit zijn." De netto-investeringen in vaste activa schommelt jaren rond 2 procent van het bbp. Daarmee bevindt België zich achteraan het Europese peloton. Wunsch: "De overheidsinvesteringen liggen al jaren te laag. Ze kunnen omhoog indien de regeringen voor een verschuiving van de uitgaven zorgen. Weg van lopende uitgaven en meer in de richting van investeringen."