De Belgische staat verkoopt een kwart van zijn participatie in de Franse bank BNP Paribas. De transactie veroorzaakt weinig controverse. De verkoop was verwacht en de timing en de gebruikte techniek zijn goed. De overheid vermindert haar blootstelling aan de volatiele financiële s...

De Belgische staat verkoopt een kwart van zijn participatie in de Franse bank BNP Paribas. De transactie veroorzaakt weinig controverse. De verkoop was verwacht en de timing en de gebruikte techniek zijn goed. De overheid vermindert haar blootstelling aan de volatiele financiële sector en strijkt 2 miljard euro op. Inspraak in het beleid had België toch al niet, zijn twee bestuurders verdedigden in Parijs niet onze belangen.Iedereen tevreden dus. Alleen is die transactie niet meer dan een doekje tegen het bloeden. De Belgische staatsschuld vermindert van 105,9 naar 105,4 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Een symbolische daling die de Europese kritiek op onze hoge staatsschuld moet counteren. Fundamenteel wordt het probleem echter niet aangepakt. Kroonjuwelen verkopen kan iedereen. Maar de staatsschuld structureel verminderen, kan maar op een manier: door het begrotingstekort weg te werken.Daar schiet deze regering schielijk te kort. Ze schuift het streven naar een begrotingsevenwicht voor zich uit. De volgende jaren nog meer aandelenpakketten van BNP Paribas verkopen en Belfius naar de beurs brengen zal in de context van de hoge staatsschuld noodzakelijk zijn om uitzonderlijke inkomsten te genereren. Dat neemt niet weg dat een begrotingsevenwicht veel en veel belangrijker is voor het gezond maken van de overheidsfinanciën.