Terwijl de Japanse bevolking altijd maar ouder wordt, zullen de jongste volwassenen in 2022 wat jonger zijn. Vanaf april daalt de wettelijke leeftijd van meerderjarigen van 20 naar 18 jaar. Daardoor zullen er in de praktijk van de ene dag op de andere ongeveer 2 miljoen 'nieuwe' volwassenen ontstaan.

Die zullen aan uiteenlopende volwassenenactiviteiten kunnen deelnemen, van het aanvragen van een kredietkaart en leningen bij een bank tot het ondertekenen van huurcontracten voor een appartement en gsm-contracten. En misschien is nog wel het belangrijkste dat 18-jarigen zullen kunnen trouwen zonder de goedkeuring van hun ouders. Op dit moment mogen vrouwen trouwen vanaf hun 16de en mannen vanaf hun 18de, maar enkel met ouderlijke toestemming.

De Japanse overheid hoopt dat door die wijziging jongeren zich aangemoedigd voelen om actiever te zijn in de maatschappij - en misschien, nu ze wettelijk in de echt verbonden kunnen worden, ook in de slaapkamer. Slechts 2 procent van de Japanse kinderen heeft ongehuwde ouders. Maar dat legioen van nieuwe volwassenen zal voorlopig geen wezenlijk verschil maken voor de vergrijzing van de bevolking.

Hervormingen

Japan is het oudste land ter wereld: meer dan 29 procent van de bevolking is 65 jaar of ouder. In Italië, het tweede oudste land, is dat 23 procent, in Groot-Brittannië 19 procent en in Amerika 17 procent. Dat is grotendeels te wijten aan de ouder wordende babyboomers - zo'n 8 miljoen mensen die geboren zijn tussen 1947 en 1949. Veel Japanners blijven tot op hoge leeftijd werken. Bijna de helft van alle 65- tot 69-jarigen en een derde van de 70- tot 74-jarigen heeft nog een baan. Maar eenmaal voorbij de 75 verandert de situatie drastisch. Slechts 10 procent van hen werkt nog. De kosten voor medische zorgen stijgen snel, een vooruitzicht dat bijzonder zorgwekkend is voor een land dat al 11 procent van het bruto binnenlands product uitgeeft aan gezondheidszorg.

De pandemie is bijzonder nadelig geweest voor de aangroei van de bevolking. In 2020 telde Japan amper 841.000 geboorten.

De Japanse overheid voert geleidelijk hervormingen door om te snoeien in de kosten. Vanaf oktober 2022 moeten mensen van 75 jaar en ouder met een jaarlijks inkomen van omgerekend minstens 15.500 euro zelf opdraaien voor 20 procent van hun medische uitgaven. Dat is twee keer zoveel als nu. De kans is groot dat er nog meer ingrijpende veranderingen volgen om het systeem van de sociale zekerheid bij te stellen. De overheid probeert ook het tanende geboortecijfer van het land op te krikken: vanaf april 2022 worden vruchtbaarheidsbehandelingen opgenomen in de algemene zorgverzekering.

De pandemie is bijzonder nadelig geweest voor de aangroei van de bevolking. In 2020 telde Japan amper 841.000 geboorten, het laagste cijfer ooit, en de bevolking is verminderd met 532.000 inwoners, de grootste daling ooit. Het aantal huwelijken is met 12 procent gezakt. Demografen schatten dat in de cijfers van 2021 slechts 770.000 geboorten zullen zijn opgenomen. Voor veel jonge Japanners heeft de pandemie de onzekerheden die hen ertoe aanzetten niet nog meer kinderen te krijgen enkel maar aangescherpt.

Terwijl de Japanse bevolking altijd maar ouder wordt, zullen de jongste volwassenen in 2022 wat jonger zijn. Vanaf april daalt de wettelijke leeftijd van meerderjarigen van 20 naar 18 jaar. Daardoor zullen er in de praktijk van de ene dag op de andere ongeveer 2 miljoen 'nieuwe' volwassenen ontstaan. Die zullen aan uiteenlopende volwassenenactiviteiten kunnen deelnemen, van het aanvragen van een kredietkaart en leningen bij een bank tot het ondertekenen van huurcontracten voor een appartement en gsm-contracten. En misschien is nog wel het belangrijkste dat 18-jarigen zullen kunnen trouwen zonder de goedkeuring van hun ouders. Op dit moment mogen vrouwen trouwen vanaf hun 16de en mannen vanaf hun 18de, maar enkel met ouderlijke toestemming. De Japanse overheid hoopt dat door die wijziging jongeren zich aangemoedigd voelen om actiever te zijn in de maatschappij - en misschien, nu ze wettelijk in de echt verbonden kunnen worden, ook in de slaapkamer. Slechts 2 procent van de Japanse kinderen heeft ongehuwde ouders. Maar dat legioen van nieuwe volwassenen zal voorlopig geen wezenlijk verschil maken voor de vergrijzing van de bevolking. Japan is het oudste land ter wereld: meer dan 29 procent van de bevolking is 65 jaar of ouder. In Italië, het tweede oudste land, is dat 23 procent, in Groot-Brittannië 19 procent en in Amerika 17 procent. Dat is grotendeels te wijten aan de ouder wordende babyboomers - zo'n 8 miljoen mensen die geboren zijn tussen 1947 en 1949. Veel Japanners blijven tot op hoge leeftijd werken. Bijna de helft van alle 65- tot 69-jarigen en een derde van de 70- tot 74-jarigen heeft nog een baan. Maar eenmaal voorbij de 75 verandert de situatie drastisch. Slechts 10 procent van hen werkt nog. De kosten voor medische zorgen stijgen snel, een vooruitzicht dat bijzonder zorgwekkend is voor een land dat al 11 procent van het bruto binnenlands product uitgeeft aan gezondheidszorg. De Japanse overheid voert geleidelijk hervormingen door om te snoeien in de kosten. Vanaf oktober 2022 moeten mensen van 75 jaar en ouder met een jaarlijks inkomen van omgerekend minstens 15.500 euro zelf opdraaien voor 20 procent van hun medische uitgaven. Dat is twee keer zoveel als nu. De kans is groot dat er nog meer ingrijpende veranderingen volgen om het systeem van de sociale zekerheid bij te stellen. De overheid probeert ook het tanende geboortecijfer van het land op te krikken: vanaf april 2022 worden vruchtbaarheidsbehandelingen opgenomen in de algemene zorgverzekering. De pandemie is bijzonder nadelig geweest voor de aangroei van de bevolking. In 2020 telde Japan amper 841.000 geboorten, het laagste cijfer ooit, en de bevolking is verminderd met 532.000 inwoners, de grootste daling ooit. Het aantal huwelijken is met 12 procent gezakt. Demografen schatten dat in de cijfers van 2021 slechts 770.000 geboorten zullen zijn opgenomen. Voor veel jonge Japanners heeft de pandemie de onzekerheden die hen ertoe aanzetten niet nog meer kinderen te krijgen enkel maar aangescherpt.