De Britten blijven worstelen met de brexit. Maandag hield premier Theresa May voor het Britse parlement een toespraak die voor een doorbraak had moeten zorgen, maar ze had niks spectaculairs te melden. Een uitstel van de brexit wijst ze af, net als een tweede referendum, en ze wil nieuwe onderhandelingen met Brussel, vooral over betere garanties voor een open grens tussen Ierland en Noord-Ierland, dé grote eis van de Britten.
...

De Britten blijven worstelen met de brexit. Maandag hield premier Theresa May voor het Britse parlement een toespraak die voor een doorbraak had moeten zorgen, maar ze had niks spectaculairs te melden. Een uitstel van de brexit wijst ze af, net als een tweede referendum, en ze wil nieuwe onderhandelingen met Brussel, vooral over betere garanties voor een open grens tussen Ierland en Noord-Ierland, dé grote eis van de Britten. Het blijft dus aanmodderen. Maar ooit zal het moeten eindigen. De Britten hebben de keuze tussen twee extremen en een paar tussenoplossingen. Ze kunnen gewoon in de Europese Unie blijven, er helemaal uitstappen, of een constructie kiezen die de levenslijn met de Europese markt in stand houdt. Zo is er de douane-unie, die de invoertarieven tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk afschaft, maar de Britten buiten de eengemaakte markt houdt. De Noorse oplossing houdt de Britten wel in de interne markt, maar zonder dat ze inspraak hebben over de regels. Wat het uiteindelijk wordt, zal het politieke bochtenwerk moeten uitwijzen. Niets lijkt echt uitgesloten. Steven Van Hecke, hoogleraar Europese politiek, en Hylke Vandenbussche, hoogleraar internationale economie, die allebei werken aan de KU Leuven, wikken en wegen de scenario's. Er zijn Britten én Europeanen die hopen op een tweede referendum, of op een stopzetting van de brexitprocedure door de Britse regering. Die laatste optie werd mogelijk door een uitspraak van het Europees Hof van Justitie. Economisch is het de ideale uitkomst. Geen van beide partijen loopt kosten op. Maar politiek is dat scenario erg onwaarschijnlijk, zeggen beide hoogleraren. "Het zou erop neerkomen dat Theresa May het resultaat van de volksraadpleging opeens negeert, terwijl ze altijd volhield dat de brexit er hoe dan ook moest komen", aldus Van Hecke. "May kan niet meer terug, en ook de rest van de Britse politiek niet. Ze krijgen de brexitperikelen nu al niet onder controle. Als zou blijken dat het Verenigd Koninkrijk in de Europese Unie blijft, gaan de demonen helemaal uit de fles." De Britten zouden het gezichtsverlies nooit willen slikken, aldus Vandenbussche. "Met hangende pootjes terugkeren naar de Europese Unie en zeggen: 'Sorry, we zaten fout', dat ligt helemaal niet in de aard van de Britten. Bovendien zijn ze dan hun geloofwaardigheid kwijt. Dat is fataal voor hun onderhandelingspositie als ze later opnieuw iets nodig hebben van Brussel." Eerder deze maand heeft het Britse parlement een zachte brexit met een grote meerderheid naar de prullenmand verwezen. Het Verenigd Koninkrijk zou op 29 maart 2019 de Europese Unie verlaten, maar tot eind 2020 deel uitmaken van de Europese douane-unie én de eengemaakte markt, zonder dat het inspraak heeft in Brussel. Die overgangsperiode moest de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk toelaten hun relatie uit te dokteren. Lukte dat niet, dan behielden ze na 2020 hun douane-unie, met extra maatregelen om de harde grens op het Ierse eiland te vermijden. Dat akkoord schoof Westminster van tafel. Maar de tijd dringt. Op 29 maart moeten de Britten vertrekken, akkoord of geen akkoord. Er gaan stemmen op om hun meer tijd te gunnen. Een uitstel kan op juridische complicaties stuiten vanwege de Europese verkiezingen in mei, maar onoverkomelijk zijn die niet. May sluit zo'n uitstel uit, en ook Van Hecke is niet enthousiast. "Het lukt al twee jaar niet. Waarom zou het dan opeens wél lukken? Het lost de grond van de zaak niet op, en dat is de onmacht van de Britse politiek om tot een consensus te komen. De Britten blijven met zichzelf worstelen. Dat komt omdat de discussie in Londen emotioneel is. Een emotionele discussie kun je niet rationeel oplossen." Een uitstel haalt al helemaal niets uit als ook Europa op zijn positie blijft, zegt Vandenbussche. "Dan zal May het bij een volgende stemming in het Britse parlement weer niet halen." Economisch is een zachte brexit het minst pijnlijke afscheid. Maar kosteloos is die niet, zeker als het Verenigd Koninkrijk enkel een douane-unie overhoudt met de Europese Unie, en niet langer deel uitmaakt van de eengemaakte markt. In dat geval zijn er geen tariefmuren tussen beide, maar kunnen de Britse en de Europese productnormen uit elkaar groeien. Dat betekent aanpassingskosten voor exportbedrijven. Die handelsbelemmeringen veroorzaken economische verliezen (zie tabel De brexit-factuur). In België gaan 10.000 banen verloren en de Belgische economie krimpt met 0,58 procent, berekenden Vandenbussche en haar team. "Dat is een permanent verlies. Het is een stuk welvaart dat je niet meer kunt terugwinnen", zegt Vandenbussche. In het Verenigd Koninkrijk sneuvelen bij een zachte brexit 140.000 banen en de economie wordt 1,21 procent kleiner. Als de Britse politiek er niet uitkomt, is er op 29 maart no deal, en dondert het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie. Bij zo'n harde brexit weegt de factuur veel zwaarder. De Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk worden derde landen voor elkaar. Exportbedrijven moeten dan ook tegen tariefmuren opboksen. Volgens de berekeningen van Vandenbussche gaan bij een harde brexit 42.000 banen verloren in België, in het Verenigd Koninkrijk zelfs 526.000. Ook van de economische welvaart gaat een flink stuk af. De Belgische economie krimpt met 2,35 procent, de Britse met 4,47 procent. Die verliezen zijn groter dan in veel andere studies. Dat komt omdat Vandenbussche rekening houdt met de grensoverschrijdende productieketens in Europa. "EU-landen zullen door de brexit niet alleen rechtstreekse uitvoer naar het Verenigd Koninkrijk verliezen. Je moet ook kijken naar de verliezen in de onrechtstreekse uitvoer. Denk bijvoorbeeld aan Belgisch staal dat in Duitsland wordt verwerkt in auto's, die daarna naar het Verenigd Koninkrijk worden uitgevoerd. Onrechtstreekse verliezen zijn er ook in de dienstensector. Als de handel met de Britten achteruitgaat, worden ook verwante diensten getroffen, zoals verzekeraars en accountants. Die onrechtstreekse verliezen kunnen voor sommige landen oplopen tot de helft van het totale verlies door de brexit. Voor onze economie maken ze een kwart van de verliezen uit." Er is wel een nuance. Het onderzoek van Vandenbussche beperkt zich tot de effecten van het verlies aan handel. De brexit zal ook op het Britse pond wegen, de investeringsstromen verleggen, of andere zaken teweegbrengen die de handelseffecten kunnen compenseren. Bovendien kan het Verenigd Koninkrijk het verlies aan handel verzachten met vrijhandelsakkoorden, bijvoorbeeld met de Verenigde Staten, China en de Europese Unie. De Britten hadden gehoopt al vrijhandelsakkoorden rond te hebben tegen de brexitdag. Dat blijkt moeilijker dan verwacht. Nu kunnen de Britse exporteurs profiteren van zeventig vrijhandelsakkoorden die de Europese Unie de voorbije decennia heeft afgesloten met derde landen. Bij een harde brexit gaat dat voordeel verloren. Maar een harde brexit heeft ook pluspunten voor de Britten, aldus Vandenbussche. "Ze moeten niet langer EU-bijdragen betalen en kunnen hun tarief voor de vennootschapsbelasting laten zakken om bedrijven te lokken. Misschien kunnen ze ook Noord-Ierland in de eengemaakte markt houden zodat de Britse bedrijven een toegangspoort tot de Europese Unie behouden." Uiteindelijk zal de Britse vrijheidsdrang de doorslag geven, meent Vandenbussche. "Ik gok dat de Britten voor de harde brexit zullen gaan. Het is een sterk volk. Liever de harde, korte pijn. Dat sluit veel beter aan bij de Britse aard: ongebondenheid, en daar ook de nodige offers voor opbrengen." Een harde brexit maakt een einde aan het eindeloze aanmodderen, volgens Van Hecke. "Dan hebben de brexiteers wat ze willen én kan iedereen de gevolgen zien. Dat zal de populisten aan beide zijden van het Kanaal het zwijgen opleggen. Want komt de brexit er niet, dan hebben de populisten een gedroomd argument: 'Zie je wel, het establishment houdt geen rekening met de stem van het volk.' Dat komt van pas in de nakende Europese verkiezingen. De traditionele partijen weten dus maar beter wat ze willen." Van Hecke onderschat de economische verliezen niet, maar soms moet dat maar. "Een harde brexit is het meest heilzame scenario, omdat het tot een catharsis zal leiden, en beide partijen daarna de toestand opnieuw zakelijk zullen bekijken. Europa moet de Britten uit hun lijden verlossen en zeggen: 'Dit was het, jullie gaan eruit op 29 maart.' Het heeft geen zin het ergste angstvallig te vermijden. Omarm het."