De begroting gaat door corona door een diep dal, en dat zal de komende jaren zo blijven, leert de beleidsnota van staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld).

De totale begroting (federaal, deelstaten en lokale overheden) gaat dit jaar met 47,5 miljard euro of 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in het rood. Volgend jaar is dat met 32,8 miljard nog 6,8 procent van het bbp. Het deficit van de federale begroting loopt dit jaar op tot 35 miljard euro (6,08 procent van het bbp), om volgend jaar te evolueren naar 25 miljard euro (3,68 procent). Aan het einde van de legislatuur zal dat nog 17,5 miljard euro (3,3 procent) zijn.

De Wetstraat maakt zich voorlopig niet veel zorgen. Voor de Europese Commissie is de afbouw van het deficit nog geen prioriteit. Maar op lange termijn dreigen niet-coronagerelateerde budgettaire problemen zich op te stapelen: stijgende sociale uitgaven en meer geldstromen van de federale overheid naar de deelstaten.

Structurele begrotingsproblemen zijn niet weg.

De sociale uitgaven, die met 2,4 miljard euro het gros van de meeruitgaven tot 2024 uitmaken, zijn verworven, maar bij de financiering - bijvoorbeeld met opbrengsten uit fraudebestrijding - moeten grote vraagtekens worden geplaatst. Daarnaast zijn er miljardenstromen naar de deelstaten en om de sociale zekerheid te stutten (respectievelijk 59,6 en 43,6 miljard euro). Het federale niveau heeft nog 54 miljard eigen middelen in 2021. Daar moet ze 79 miljard euro uitgaven mee doen. Ze komt dus 25 miljard euro tekort, of ongeveer de helft van het budget.

Er hangt budgettair dus meer dan één molensteen om de nek van de federale regering. Een debat over hoe met die federale uitdaging moet worden omgegaan, wordt amper gevoerd. De regering-De Croo zou het best niet wachten tot 2022 om daarmee te beginnen.

De begroting gaat door corona door een diep dal, en dat zal de komende jaren zo blijven, leert de beleidsnota van staatssecretaris voor Begroting Eva De Bleeker (Open Vld). De totale begroting (federaal, deelstaten en lokale overheden) gaat dit jaar met 47,5 miljard euro of 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in het rood. Volgend jaar is dat met 32,8 miljard nog 6,8 procent van het bbp. Het deficit van de federale begroting loopt dit jaar op tot 35 miljard euro (6,08 procent van het bbp), om volgend jaar te evolueren naar 25 miljard euro (3,68 procent). Aan het einde van de legislatuur zal dat nog 17,5 miljard euro (3,3 procent) zijn. De Wetstraat maakt zich voorlopig niet veel zorgen. Voor de Europese Commissie is de afbouw van het deficit nog geen prioriteit. Maar op lange termijn dreigen niet-coronagerelateerde budgettaire problemen zich op te stapelen: stijgende sociale uitgaven en meer geldstromen van de federale overheid naar de deelstaten. De sociale uitgaven, die met 2,4 miljard euro het gros van de meeruitgaven tot 2024 uitmaken, zijn verworven, maar bij de financiering - bijvoorbeeld met opbrengsten uit fraudebestrijding - moeten grote vraagtekens worden geplaatst. Daarnaast zijn er miljardenstromen naar de deelstaten en om de sociale zekerheid te stutten (respectievelijk 59,6 en 43,6 miljard euro). Het federale niveau heeft nog 54 miljard eigen middelen in 2021. Daar moet ze 79 miljard euro uitgaven mee doen. Ze komt dus 25 miljard euro tekort, of ongeveer de helft van het budget. Er hangt budgettair dus meer dan één molensteen om de nek van de federale regering. Een debat over hoe met die federale uitdaging moet worden omgegaan, wordt amper gevoerd. De regering-De Croo zou het best niet wachten tot 2022 om daarmee te beginnen.