Volgens het jaarverslag van de Nationale Bank van België is het structurele begrotingssaldo in 20150 met 0,3 procentpunt van het bbp of 1,2 miljard euro verbeterd. Het structurele saldo staat gelijk aan de inkomsten min de uitgaven gecorrigeerd voor eenmalige maatregelen en conjunctuurschokken. Die 0,3 procentpunt wijkt sterk af van de Belgische begrotingsdoelstellingen. In het stabiliteitsprogramma van april 2015, waarin de regering de begrotingsplannen voor de periode 2015-2018 voorlegde aan de Europese Commissie, voorspelde België voor 2015 een vermindering van het structurele begrotingssaldo met 0,7 procentpunt van het bbp (2,8 miljard euro). België scoort dus een stuk minder goed dan voorspeld.
...

Volgens het jaarverslag van de Nationale Bank van België is het structurele begrotingssaldo in 20150 met 0,3 procentpunt van het bbp of 1,2 miljard euro verbeterd. Het structurele saldo staat gelijk aan de inkomsten min de uitgaven gecorrigeerd voor eenmalige maatregelen en conjunctuurschokken. Die 0,3 procentpunt wijkt sterk af van de Belgische begrotingsdoelstellingen. In het stabiliteitsprogramma van april 2015, waarin de regering de begrotingsplannen voor de periode 2015-2018 voorlegde aan de Europese Commissie, voorspelde België voor 2015 een vermindering van het structurele begrotingssaldo met 0,7 procentpunt van het bbp (2,8 miljard euro). België scoort dus een stuk minder goed dan voorspeld.Dat was trouwens ook al in 2014 het geval. Toen werd een verbetering van het structureel saldo van 0,5 procentpunt van het bbp voorspeld. In plaats daarvan liep het structurele tekort op met 0,1 procentpunt van het bbp. Het resultaat is dat het structurele begrotingstekort vorig jaar 2,5 procent van het bbp bedroeg (10 miljard euro). De Nationale Bank is in haar jaarverslag dan ook zeer streng: "Het structureel begrotingssaldo is nauwelijks veranderd in vergelijking met 2013. In 2012 en 2013 samen leverden alle overheden nog een structurele verbetering van 1,3 procentpunt. De noodzakelijke verdere sanering van de overheidsfinanciën is sindsdien vrijwel tot stilstand gekomen." De cijfers van de Nationale Bank leren dat de lichte verbetering van het structureel financieringssaldo in 2015 _ de 0,3 procentpunt bbp dus _ integraal te danken is aan een verdere daling van de rentelasten. (zie grafiek 1: Begrotingssaldo van de overheden verbeterde enkel dankzij dalende rentelasten)Het probleem van België is dat de begrotingsdoelstellingen de voorbije jaren al verschillende keren zijn vooruitgeschoven. In april 2013 verklaarde de regering-Di Rupo dat België tegen 2015 een structureel begrotingsevenwicht zou kunnen voorleggen. In 2014 werd die doelstelling al met een jaar opgeschoven. De regering-Michel hoopt nog altijd in 2018 een structureel begrotingsevenwicht te kunnen voorleggen. Daarvoor is nog een gigantische krachttoer nodig: een structurele deficit van 2,5 procent van het bbp wegwerken staat gelijk aan een inspanning van 10 miljard euro. Van alle EU-landen moet België nog de grootste verbetering in het structureel saldo realiseren.De weinig rooskleurige situatie van de Belgische overheidsfinanciën oogt vreemd. Was de regering-Michel niet dé besparingsregering bij uitstek? De beleidsploeg die vooral aan de uitgavenkant ging snijden om de begroting te saneren?In 2015 liepen de primaire overheidsuitgaven (dat zijn de ontvangsten min uitgaven zonder rentelasten) inderdaad voor het tweede jaar op rij terug, van 52 naar 51,2 procent van het bbp. De regering-Michel en de andere regeringen hebben dus wel degelijk bespaard. De primaire uitgaven nemen sinds 2014 minder snel toe dan de economische groei. (zie grafiek: Primaire overheidsuitgaven stijgen minder snel toe dan economische groei)Besparingen hebben bijgedragen tot een matiging van de uitgaven: de indexsprong (waardoor ambtenarenlonen en een aantal uitkeringen niet werden verhoogd), besparingen op het ambtenarenapparaat door slechts gedeeltelijke vervanging van de vertrekkende personeelsleden, een neerwaartse herziening van allerlei subsidies (onder andere aan de NMBS), besparingen in de sociale zekerheid door de reële groeinorm in de gezondheidszorg op 1,5 procent te zetten.Maar tegenover die beperking van de uitgaven stond een even grote daling van de inkomsten: van 52 naar 51,2 procent van het bbp dus. Dat is voor een deel te verklaren door de indexsprong. Die gaf de bedrijven meer ademruimte omdat de loonkosten niet verder stegen. Maar als de brutolonen niet stijgen, krijgt de overheid ook geen hogere inkomsten uit sociale bijdragen en de personenbelasting. Daarnaast was ook de opbrengst van de vennootschapsbelasting lager dan verwacht. En ook de btw-ontvangsten bleven onder de verwachtingen.Voor de federale en regionale regeringen zit er dus blijkbaar weinig anders op dan verder te besparen op de uitgaven. Of de belastingen te verhogen, al is dat gezien de hoge fiscale druk in België niet meteen een optie. Misschien kan de federale regering rekenen op de terugverdieneffecten van de taxshift: die verlaagde de lasten op arbeid en verving die door extra lasten op consumptie en vermogen om de jobcreatie te stimuleren. En extra banen betekenen minder uitkeringen en meer (para)fiscale inkomsten.Een econometrische analyse van de taxshift door de Nationale Bank leert evenwel dat die budgettair niet neutraal is. Gouverneur Jan Smets noemde de discussie of de taxshift integraal gefinancierd is of niet "een virtueel debat", maar de Nationale Bank laat er in haar jaarrapport weinig twijfel over bestaan: de terugverdieneffecten zullen niet groot genoeg zijn.De Nationale Bank berekende dat er tussen 2015 en 2020 voor 11,4 miljard euro maatregelen genomen worden om de concurrentiekracht van de ondernemingen te versterken en de koopkracht te ondersteunen. De brutokoopkrachtimpuls van 7,3 miljard euro bestaat vooral uit verlagingen van de personenbelasting. Daarnaast wordt de welvaartsenveloppe voor het optrekken van de laagste uitkeringen integraal aangewend. Als concurrentieversterkende maatregel worden 4,1 miljard euro aan bijdragenverminderingen toegekend.De directe financiering van de taxshift berekent de Nationale Bank op 4,8 miljard euro. Er is dus een tekort van 6,6 miljard om de taxshift te financieren. Maar dat is zonder terugverdieneffecten gerekend. Tegen 2021 verwacht de Nationale Bank dat er dankzij de ingrepen van de regering 64.500 extra banen bij komen. Maar tegelijk stelt het rapport: "Zelfs indien de terugverdieneffecten daarvan in rekening worden gebracht, blijkt dat de taxshift - zoals hij thans voorligt - in de onderzochte periode niet budgettair neutraal is." Wellicht is die passage in het NBB-verslag over financiering van de taxshift onaangename lectuur voor Charles Michel, Johan Van Overtveldt, Kris Peeters en co.