Op basis van de ontwerpbegroting zal de Belgische schuldgraad stijgen van 105,3 procent van het bbp in 2022 naar 108,2 procent in 2023, schrijft het Rekenhof. Voor de federale overheid en de sociale zekerheid wordt bij ongewijzigd beleid uitgegaan van een stijging van 87,7 procent in 2024 tot 93,5 procent van het bbp in 2027.

Het Rekenhof wijst er wel op dat de intrestvoeten tot begin dit jaar historisch laag waren, waardoor de impliciete intrestvoet van de federale overheidsschuld ruim lager waren dan de inflatie. Het sneeuwbaleffect dat de schuld in de jaren tachtig fors deed toenemen kon daardoor vermeden worden, ondanks een aanzienlijk primair tekort en de vertraagde economische groei. Voor de komende jaren zijn de vooruitzichten van het Rekenhof somberder.

'De activering van dat sneeuwbaleffect zou bevorderd kunnen worden door het samengaan van een duidelijke daling van de inflatie, voorzien vanaf 2024 (1,8 procent), de vermoedelijke stijging van de impliciete intrestvoet door de toename met nagenoeg 200 basispunten (of 2 procent) van de referentiepercentages op de financiële markten in 2022, en het voorziene behoud van een groot primair tekort', zo luidt de waarschuwing.

Bovendien herinnert het Rekenhof eraan dat er voor de EU-landen dit jaar nog een 'algemene ontsnappingsclausule' van kracht is, waardoor er soepeler kan worden omgesprongen met de Europese begrotingsregels. Maar vanaf 2024 wordt die clausule opgeheven en gelden opnieuw de strikte begrotingsregels. Op dat moment 'zal aan lidstaten met een zware schuldenlast zoals België worden gevraagd aan te tonen dat ze de vereiste inspanningen leveren om hun overheidsschuld te verminderen binnen een termijn van vier jaar', aldus het Rekenhof.

Tot slot zijn ook de interestlasten voor 2022 bijgesteld naar 6,9 miljard euro. Maar het Rekenhof wijst erop dat die vooruitzichten zijn gebaseerd op hypotheses die in september werden gemaakt. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat de kredieten voor het financieren van de intrestlasten verhoogd moeten worden. Een stijging van de rentecurve met 1 procent dreigt volgend jaar een budgettaire meerkost van 660 miljoen euro met zich mee te brengen.

Op basis van de ontwerpbegroting zal de Belgische schuldgraad stijgen van 105,3 procent van het bbp in 2022 naar 108,2 procent in 2023, schrijft het Rekenhof. Voor de federale overheid en de sociale zekerheid wordt bij ongewijzigd beleid uitgegaan van een stijging van 87,7 procent in 2024 tot 93,5 procent van het bbp in 2027. Het Rekenhof wijst er wel op dat de intrestvoeten tot begin dit jaar historisch laag waren, waardoor de impliciete intrestvoet van de federale overheidsschuld ruim lager waren dan de inflatie. Het sneeuwbaleffect dat de schuld in de jaren tachtig fors deed toenemen kon daardoor vermeden worden, ondanks een aanzienlijk primair tekort en de vertraagde economische groei. Voor de komende jaren zijn de vooruitzichten van het Rekenhof somberder. 'De activering van dat sneeuwbaleffect zou bevorderd kunnen worden door het samengaan van een duidelijke daling van de inflatie, voorzien vanaf 2024 (1,8 procent), de vermoedelijke stijging van de impliciete intrestvoet door de toename met nagenoeg 200 basispunten (of 2 procent) van de referentiepercentages op de financiële markten in 2022, en het voorziene behoud van een groot primair tekort', zo luidt de waarschuwing. Bovendien herinnert het Rekenhof eraan dat er voor de EU-landen dit jaar nog een 'algemene ontsnappingsclausule' van kracht is, waardoor er soepeler kan worden omgesprongen met de Europese begrotingsregels. Maar vanaf 2024 wordt die clausule opgeheven en gelden opnieuw de strikte begrotingsregels. Op dat moment 'zal aan lidstaten met een zware schuldenlast zoals België worden gevraagd aan te tonen dat ze de vereiste inspanningen leveren om hun overheidsschuld te verminderen binnen een termijn van vier jaar', aldus het Rekenhof. Tot slot zijn ook de interestlasten voor 2022 bijgesteld naar 6,9 miljard euro. Maar het Rekenhof wijst erop dat die vooruitzichten zijn gebaseerd op hypotheses die in september werden gemaakt. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat de kredieten voor het financieren van de intrestlasten verhoogd moeten worden. Een stijging van de rentecurve met 1 procent dreigt volgend jaar een budgettaire meerkost van 660 miljoen euro met zich mee te brengen.