In een paar weekendinterviews maakt CD&V-voorzitter Wouter Beke een onverwachte bocht: de meerwaardebelasting, een oude christendemocratische eis, is geen must meer. Beke beseft blijkbaar dat zijn partij in de federale regering alleen staat. Voor Open Vld en de N-VA is zo'n nieuwe vermogenswinstbelasting taboe. Ook de MR van premier Charles Michel is er niet enthousiast over. De voorbije maanden hadden Beke en CD&V-vicepremier Kris Peeters een duidelijke lijn getrokken: een verlaging van de vennootschapsbelasting (een N-VA-eis) komt er pas als die gecompenseerd wordt door een meerwaardebelasting op aandelen. Iedereen bleef op zijn standpunt en de regering-Michel trappelt sindsdien ter plaatse.
...

In een paar weekendinterviews maakt CD&V-voorzitter Wouter Beke een onverwachte bocht: de meerwaardebelasting, een oude christendemocratische eis, is geen must meer. Beke beseft blijkbaar dat zijn partij in de federale regering alleen staat. Voor Open Vld en de N-VA is zo'n nieuwe vermogenswinstbelasting taboe. Ook de MR van premier Charles Michel is er niet enthousiast over. De voorbije maanden hadden Beke en CD&V-vicepremier Kris Peeters een duidelijke lijn getrokken: een verlaging van de vennootschapsbelasting (een N-VA-eis) komt er pas als die gecompenseerd wordt door een meerwaardebelasting op aandelen. Iedereen bleef op zijn standpunt en de regering-Michel trappelt sindsdien ter plaatse.Blijkbaar besefte Wouter Beke dat die situatie niet langer houdbaar was en maakt hij nu een opening: in de plaats van een meerwaardebelasting kan een andere fiscale hervorming CD&V wel overtuigen. Op voorwaarde dat het resultaat "meer fiscale rechtvaardigheid" is. Wat dat concreet moet inhouden, is onduidelijk. Gaat het om een verdere lastenverlaging op arbeid gecompenseerd door milieubelastingen? Een hervorming van het btw-stelsel met al zijn uitzonderingen? Een taxshift in de vermogensfiscaliteit waarbij bijvoorbeeld reële huurinkomsten worden belast? Of moeten de registratierechten en successierechten omlaag (overigens een regionale bevoegdheid) om andere vastgoedbelastingen te verhogen? Moeten alle inkomsten uit kapitaal tegen hetzelfde tarief worden belast?Het zijn allemaal voorstellen die de voorbije jaren de revue zijn gepasseerd, maar het blijft koffiedik kijken welke richting de regering uit wil. Eén belastinghervorming wordt amper of niet op tafel gegooid: een nieuwe algemene belastingverlaging die dan gecompenseerd wordt door lagere overheidsuitgaven. Een lagere fiscale druk is de essentie zelf van rechtvaardige fiscaliteit. Lagere belastingen stimuleren werk en ondernemerschap. Het is vreemd dat dit debat in België amper gevoerd wordt. De enige die daarover recentelijk een voorstel formuleerde was VBO-topman Pieter Timmermans in een vrije tribune. Hij zet enkele cijfers op een rij die aantonen dat een belastingverlaging te verkiezen valt boven een verschuiving van belastingen. Ondanks een aantal belastingverlagingen van de regering-Michel (lagere lasten op arbeid en een hervorming van de personenbelasting) is België nog altijd kampioen in het belasten van arbeid. Voor een alleenstaande zonder kinderen bedraagt de loonwig 54 procent.Ook de vennootschapsbelasting blijft hoog. Het nominale tarief bedraagt 34 procent maar door allerlei fiscale niches ligt het effectieve tarief lager. Volgens het VBO is dat vandaag 32,8 procent, maar in 2013 lag dat nog op 28 procent. De ontvangsten uit de vennootschapsbelasting zijn de voorbije jaren trouwens gestegen van 2,8 (2011) naar 3,6 procent van het bbp (2016).Anderzijds blijven de primaire overheidsuitgaven (uitgaven zonder rentelasten) rond een zeer hoge 50 procent van het bbp draaien. Die moeten dringend omlaag.De weg naar een rechtvaardige fiscaliteit ligt dus open: een nieuwe lastenverlaging op arbeid, een verdere verlaging van de personenbelasting (het belastingvrije minimum kan worden opgetrokken tot het niveau van het leefloon, zo'n 10.000 op jaarbasis) plus een verlaging van de vennootschapsbelasting. De belastingverlaging wordt dan gecompenseerd door een daling van de overheidsuitgaven. Op een moment dat de Belgische economie aantrekt (1,5% groei in 2017, 1,7% in 2018) kan die belastingverlaging de jobcreatie een extra impuls geven.