Over zeven maanden vinden de parlementsverkiezingen plaats. Premier Charles Michel (MR) hoopt dat zijn regering wordt beloond voor de meer dan 200.000 banen die tijdens deze legislatuur zijn gecreëerd. Maar uit peilingen blijkt dat de regeringspartijen onder druk staan en dat het een hele klus wordt om federaal de meerderheid te behouden. Een studie van Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens extrapoleerde de resultaten van de recente provincieverkiezingen naar de parlementen.
...

Over zeven maanden vinden de parlementsverkiezingen plaats. Premier Charles Michel (MR) hoopt dat zijn regering wordt beloond voor de meer dan 200.000 banen die tijdens deze legislatuur zijn gecreëerd. Maar uit peilingen blijkt dat de regeringspartijen onder druk staan en dat het een hele klus wordt om federaal de meerderheid te behouden. Een studie van Gert-Jan Put, Jef Smulders en Bart Maddens extrapoleerde de resultaten van de recente provincieverkiezingen naar de parlementen. Daaruit blijkt dat deze federale regering straks geen meerderheid meer zou hebben in de Kamer. De N-VA verliest een vijfde van haar kiezers en strandt op 24,8 procent. Ook Open Vld verliest licht. "Maar wat sterk opvalt, is de opmars van wat ik onconventioneel links en rechts noem", zegt de Leuvense politicoloog Bart Maddens. "Vlaams Belang, Groen en PVDA springen van 17,2 in 2014 naar 29,4 procent. In Wallonië is het niet anders. Ecolo en PTB halen samen 26,2 procent van de stemmen, tegenover 13,7 procent in 2012. " BART MADDENS. "Gemeenteraadsverkiezingen worden misschien nog meer dan vroeger bepaald door lokale factoren. Maar de provincieraadsverkiezingen zijn de perfecte opiniepeiling. Je kunt de resultaten opsplitsen per gemeente en je krijgt een fijne analyse van de krachtsverhoudingen, weliswaar zonder Brussel, waar er geen provincieraadsverkiezingen zijn. De provincieraadsverkiezingen zijn wel deels besmet door de lokale verkiezingen. Als je de provinciale resultaten door de jaren vergelijkt met de dichtstbijzijnde federale verkiezingen, blijkt vooral dat de score van CD&V en vroeger de CVP werd overschat, terwijl N-VA en vroeger de Volksunie werden onderschat. Als Wouter Beke zegt dat CD&V even goed scoort als in 2014, is dat dus eigenlijk slecht nieuws. Het effect van de polarisering wordt een beetje afgeremd door de provincieraadsverkiezingen. Toch zie je dat er zowel in het linkse als in het rechtse blok een verschuiving is van het centrum naar Groen en PVDA enerzijds, en naar Vlaams Belang anderzijds. MADDENS. "Daar daalt de MR licht van 25,8 naar 23,74 procent. Tegelijk zie je een radicalisering binnen het linkse electoraat. In Wallonië haalt het linkse blok 51,4 procent. Dat is beduidend meer dan de 45,7 procent van 2014, al is dat cijfer wel vergelijkbaar met 2010. De PS gaat achteruit, wat wordt gecompenseerd door de opmars van Ecolo en PTB. De score van PTB verdubbelt van 5,5 naar 10 procent. MADDENS. "De macrotrend is dat de traditionele partijen overal terrein verliezen. In Vlaanderen hebben de traditionele partijen - christendemocraten, socialisten en liberalen - een absoluut dieptepunt bereikt: ze zitten op 43,8 procent. In 2012 was dat nog 48,1 procent. In Wallonië waren de traditionele partijen resistenter, maar nu zakken ze voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog onder 70 procent. Die partijen waren geënt op klassieke breuklijnen zoals arbeiders versus werkgevers, gelovig versus vrijzinnig, stad versus platteland. Die zijn vervaagd. "Je ziet ook dat de binding met de kiezers verdwijnt. Om het in beurstermen te zeggen: de free float van de stemmen neemt toe. In Italië dateert dat van de jaren negentig, in Spanje is dat met Cuidadanos en Podemos veel recenter. In Duitsland heb je Alternative für Deutschland en in Frankrijk overstijgt het macronisme het traditionele systeem. Ofwel krimpen die traditionele partijen, ofwel moeten ze zich radicaal heruitvinden, zoals de vroegere Oostenrijkse christendemocraten onder leiding van kanselier Sebastian Kurz. Ik weiger trouwens de term populisme te gebruiken. Dat is een gratuit en betekenisloos scheldwoord, denigrerend ten opzichte van de kiezers. Ik vind het juist positief dat er een grotere democratische marktwerking is." MADDENS. "De link tussen de economie en het stemgedrag verloopt via de perceptie. Deze regering heeft nooit een positief gevoel kunnen creëren bij de kiezer. Dat was er wel in 1985 na de rooms-blauwe regering Martens V, die het had over het licht aan het einde van de tunnel. Eindelijk eens een regering die ons uit het economische moeras kan trekken, hoorde je toen. Die meerderheid is daar ook electoraal voor beloond. Ook Guy Verhofstadt heeft dat goede gevoel vanaf 1999 gecreëerd met zijn paars-groene regering. Je kunt discussiëren over de resultaten, maar de perceptie was toen lang positief." MADDENS. "Begin dit jaar dacht ik dat het jobs-jobs-jobsverhaal aansloeg. We spraken veel minder over het kibbelkabinet. Sinds het dieptepunt van september 2016 met een bijna-crisis leek de regering uit het dal te klimmen. Maar in de aanloop naar de lokale verkiezingen is dat positieve beeld aan diggelen geslagen. Deels door de slechtere economische indicatoren, maar vooral door geklungel. Denk aan de manier waarop Wouter Beke en Gwendolyn Rutten vorige maand staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken hebben getackeld, toen er illegalen met een crimineel verleden waren vrijgelaten. Ze gebruikten woorden zoals 'hallucinant' en 'een puinhoop'. Onvoorstelbaar dat je zoiets zegt over een coalitiepartner." MADDENS. "Dat heeft een meer structurele oorzaak. Er is gewoon een breed maatschappelijk onbehagen. De opwarming van de aarde, migratie: er heerst een gevoel dat alles op de helling staat. De indruk bestaat dat de overheid zijn kerntaken niet meer kan vervullen. Watervoorziening, elektriciteitsvoorziening, kwalitatief hoogstaand onderwijs, infrastructuur en een performant openbaar vervoer zijn minder vanzelfsprekend dan ooit. De indruk dat we in een failed state leven, werd nog acuter door de kwestie van de transmigranten. Haveloze landlopers die rondzwerven langs de wegen, dat is iets van de negentiende eeuw. Daarover lees je in romans van Charles Dickens. Helaas, dit is onoplosbaar, zeggen de politici." MADDENS. "De partij heeft dat geprobeerd. 'Het Vlaams Belang kan enkel roepen langs de zijlijn, maar wij voeren een krachtdadig beleid inzake migratie en identiteit', was de boodschap. Maar dat heeft niet gewerkt. Het Vlaams Belang blijft de historische eigenaar van dat thema. Het staat er nu weer. Net zoals het cordon sanitaire." MADDENS. "Is het sociaaleconomische beleid dan zo slagkrachtig? Wat de regering-Michel parten heeft gespeeld, is niet de communautaire breuklijn, maar de sociaaleconomische tegenstelling in Vlaanderen. CD&V trok het beleid voortdurend naar links, maar wel in een alliantie met MR, dat onder druk van de Waalse publieke opinie een stuk linkser is. In die zin speelde de communautaire dimensie zeker ook mee. "De N-VA hoopt allicht op een rechtse meerderheid in Vlaanderen zonder CD&V. Maar volgens onze simulatie wordt dat volgend jaar nog moeilijker. De MR behaalde een slecht resultaat. Als dat in mei ook zo is, zal ze passen voor een Zweedse coalitie bis. Michel II heeft dan ook geen meerderheid meer. Met de cdH erbij zou het wel lukken, maar dan wordt het beleid nog meer naar links getrokken, als cdH al zou willen besturen met de N-VA. De regeringsvorming van 2019 wordt minder voorspelbaar dan ooit. Er zijn veel alternatieven voor een Zweedse coalitie bis, zonder de N-VA. Maar die hebben geen meerderheid in Vlaanderen. Zal men dat durven?" MADDENS. "Ik zie het onverwachte succes van het Vlaams Belang als een gamechanger. Volgens onze simulatie zou Vlaams Belang van drie naar tien zetels gaan in de Kamer. De N-VA voelt opnieuw de hete adem van de radicale nationalisten in de nek. Ik denk dat de N-VA daardoor weer meer communautaire accenten zal leggen. De N-VA kampt daar met een geloofwaardigheidsprobleem. Ze hamerde in 2009 en 2010 op dat confederalisme. Maar sinds 2014 heerst daarover bijna complete radiostilte. De kiezer is niet zo dom dat hij zich niet herinnert waarvoor de partij nog niet zo lang geleden stond. "Bovendien heeft de N-VA ondervonden hoe juist haar analyses in 2009 en 2010 waren: België werkt niet. We moeten twee dure overheden betalen: de Vlaamse en de Belgische. Die lopen elkaar voortdurend voor de voeten vanwege de krakkemikkige bevoegdheidsverdeling. Dát is de grondoorzaak waardoor de burgers geen waar voor hun geld krijgen. We zijn kampioenen in het betalen van belastingen, maar krijgen er enkel een failed state voor terug. Zonder systemische hervorming zakken we verder weg in het moeras." MADDENS. "Als ik N-VA-strateeg zou zijn (quod non), zou ik daar electoraal munt uit proberen te slaan. Het sociaaleconomische narratief van het N-VA- versus het PS-model is sterker dan de focus op migratie en asiel, waar vooral Vlaams Belang lijkt te hebben geprofiteerd. De partij zeggen: 'Wij hebben de fundamenten van het economische herstel gelegd. De PS dreigt dat ongedaan te maken. Een stem voor de N-VA is de beste garantie dat dit niet gebeurt.' Maar de geloofwaardigheid daarvan zal ook afhangen van de conjunctuur." MADDENS. "Een beurskrach of ander economisch onheil kan het hoeraverhaal over de banengroei onderuithalen. Al kan Bart De Wever dan ook zeggen: met de PS wordt het nog erger. Dat moet je Vlaanderens grootste partij nageven: ze is strategisch zeer flexibel en niet te beroerd om lessen te trekken."