Geachte heer Leemans,

Vrije meningsuiting is een essentiële pijler van ons democratische bestel. Beiden verdedigen we dat principe met hand en tand. Dat dat de laatste tijd gepaard gaat met een verharding van de communicatiestijl, met directe en persoonlijke aanvallen en zelfs met slagen onder de gordel, betreuren we allebei. Maar toen ik woensdag je interviews las in Knack en je hoorde op Radio 1, heb ik me meermaals verslikt in mijn koffie. Ik heb altijd veel respect gehad voor je vakbond en voor de ACV-voorzitters - je voorgangers weten dat maar al te goed - maar deze keer moet ik reageren. De ondernemers die ik vertegenwoordig, pikken het niet dat je hen in verband brengt met "geld pikken" en "diefstal", zelfs al stel je dat de dief de regering is, om vervolgens te laten verstaan dat de ondernemers met de lastendaling andere dingen hebben gedaan dan banen te creëren.

Iedere vogel zingt zoals hij gebekt is, maar dat is niet mijn stijl. Het VBO en wellicht ook alle andere werkgeversorganisaties staan altijd open voor een goed debat om de welvaart en de vooruitgang te bevorderen. Ze doen dat evenwel op basis van feiten, analyses en concrete, werkbare voorstellen, én met respect voor de andere kant van de onderhandelingstafel. Laat ik even enkele feiten op een rij zetten.

Van de werkgevers werd een resultaatsverbintenis verwacht, namelijk dat ze banen zouden creëren. Wij hebben altijd gesproken van een inspanningsverbintenis: banen creëren gebeurt in een economische context die onderhevig is aan onvoorspelbare binnen- en buitenlandse schokken. Maar de banen zijn er in groten getale gekomen. Volgens de Nationale Bank van België werden tussen het derde kwartaal van 2014 en het laatste kwartaal van 2018 meer dan 240.000 banen gecreëerd, waarvan 181.400 in de private sector. Tussen eind 2017 en eind 2018 groeide de werkgelegenheid in de private sector (+1,4%) zelfs even snel als de economie, wat hoogst uitzonderlijk is. Acht op de tien nieuwe banen (45.900 van de 58.500) werden in die periode gecreëerd in de privésector. Dat de economische conjunctuur zijn duit in het zakje deed, is vanzelfsprekend. Ik weet ook dat enkele economen zich hard hebben uitgesloofd om aan te geven dat die banen niet het resultaat zijn van de competitiviteitsmaatregelen, maar de statistieken van de Nationale Bank liegen niet: de economische groei was erg arbeidsintensief, wat uitzonderlijk is en te danken is aan de verlaging van de lasten op arbeid.

Ondernemers pikken het niet dat je hen in verband brengt met diefstal.

Toen er banen gecreëerd werden, veranderden de critici het geweer van schouder. De jobs waren plots precair, deeltijds en hopeloos flexibel. Niets is minder waar. Zoals de cijfers van de RSZ aantonen zijn de meeste gecreëerde banen voltijds (of meer dan twee derde). In de private sector geldt dat voor zeven op de tien gecreëerde banen. Een voltijdse baan blijft de norm voor ongeveer drie kwart van de werknemers. Je kunt dus niet zeggen dat het banen van lage kwaliteit zijn. Anderzijds wijzen de cijfers van de Nationale Bank over de banencreatie in de periode 2005-2017 uit dat iets meer dan zes op de tien gecreëerde banen vaste jobs waren. Uit de jongste cijfers van de enquête naar de arbeidskrachten (EAK 2018) blijkt dat vast werk nog altijd de norm is in België, waar ongeveer negen op de tien werknemers vast werk hebben.

Over die flexibiliteit wil ik nog een boompje opzetten. Afgelopen zomer nog analyseerde het Steunpunt Werk de mate van flexibiliteit van de Belgische arbeidsmarkt, waarbij bleek dat de Belg bij de minst flexibele werknemers van Europa behoort. En dat gebrek aan mogelijkheden om bijvoorbeeld vlot 's avonds te kunnen werken, kost ons elke dag economische activiteit en banen.

"Maar de winsten van de bedrijven zijn gestegen en de aandeelhouders hebben alles in hun zakken gestoken!" Ook dat klinkt goed, maar het klopt niet. De brutowinsten van de bedrijven zijn inderdaad gestegen, maar die zijn niet naar hogere dividenden gevloeid, wel naar meer investeringen (voornamelijk in digitalisering) en naar meer belastingen, wat samenhangt met de verstrakking van de internationale fiscale regels voor de bedrijfsfiscaliteit en het uitdoven van de notionele-intrestaftrek.

Beste Marc, ik zal wat masseerwerk nodig hebben om mijn organisatie na je uitval ervan te overtuigen verder constructief sociaaleconomisch overleg te blijven voeren, maar toch zal ik het doen, omdat het overleg voor het VBO geen lege doos is. Maar een syndicaal discours dat het licht van de zon weigert te zien, helpt daar niet bij. Een constructief debat met oog op vooruitgang zal des te meer gewaardeerd worden.