De Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hebben de voorbije jaren 96 procent van hun vrije kasstroom gebruikt om eigen aandelen in te kopen, goed voor tientallen miljarden dollars. Dat krikte het rendement voor hun aandeelhouders op. Nu moeten ze worden gered met overheidsgeld, ook voor tientallen miljarden. Was dat nodig geweest, als ze een deel van hun kasstromen hadden opzijgezet voor tegenslagen?

Deze crisis leert hoe belangrijk buffers voor de economie zijn. Momenteel spelen de overheden de rol van ultieme buffer. Bedrijven krijgen massaal steun in de vorm van garanties, betalingsuitstel en tijdelijke werkloosheid. Dat houdt ook de werknemers overeind.

Als deze acute crisis achter de rug is, denken we het best na over hoe we die bufferfunctie beter kunnen spreiden over de economische actoren. Sommige bedrijven houden het beste wat meer cash en eigen vermogen op hun balans, voor als het tegenzit. Dat snijdt in de aandeelhouderswinsten, maar andere belanghebbenden - zoals werknemers, leveranciers en de brede samenleving - zullen er wel bij varen.

Op naar een buffereconomie.

We mogen ons niet voorliegen dat deze economische schok eenmalig is. Er liggen genoeg risico's op de loer, met mogelijk even ernstige gevolgen, bijvoorbeeld als de klimaatopwarming versneld doorkomt. Of als het biodiversiteitsverlies, dat nog sluimert, op zeker moment even ontwrichtend wordt als een pandemie.

Het zou fout zijn na de coronacrisis terug te keren naar een economie met torenhoge private schulden en flinterdunne kapitaalbuffers. Als we daarvoor kortzichtige en met schuldhefbomen opgekrikte aandeelhouderswinsten moeten opofferen, is dat maar zo. Duurzame bedrijfsvoering is nog nooit zo waardevol gebleken als nu.

De Amerikaanse luchtvaartmaatschappijen hebben de voorbije jaren 96 procent van hun vrije kasstroom gebruikt om eigen aandelen in te kopen, goed voor tientallen miljarden dollars. Dat krikte het rendement voor hun aandeelhouders op. Nu moeten ze worden gered met overheidsgeld, ook voor tientallen miljarden. Was dat nodig geweest, als ze een deel van hun kasstromen hadden opzijgezet voor tegenslagen? Deze crisis leert hoe belangrijk buffers voor de economie zijn. Momenteel spelen de overheden de rol van ultieme buffer. Bedrijven krijgen massaal steun in de vorm van garanties, betalingsuitstel en tijdelijke werkloosheid. Dat houdt ook de werknemers overeind. Als deze acute crisis achter de rug is, denken we het best na over hoe we die bufferfunctie beter kunnen spreiden over de economische actoren. Sommige bedrijven houden het beste wat meer cash en eigen vermogen op hun balans, voor als het tegenzit. Dat snijdt in de aandeelhouderswinsten, maar andere belanghebbenden - zoals werknemers, leveranciers en de brede samenleving - zullen er wel bij varen.We mogen ons niet voorliegen dat deze economische schok eenmalig is. Er liggen genoeg risico's op de loer, met mogelijk even ernstige gevolgen, bijvoorbeeld als de klimaatopwarming versneld doorkomt. Of als het biodiversiteitsverlies, dat nog sluimert, op zeker moment even ontwrichtend wordt als een pandemie. Het zou fout zijn na de coronacrisis terug te keren naar een economie met torenhoge private schulden en flinterdunne kapitaalbuffers. Als we daarvoor kortzichtige en met schuldhefbomen opgekrikte aandeelhouderswinsten moeten opofferen, is dat maar zo. Duurzame bedrijfsvoering is nog nooit zo waardevol gebleken als nu.