Elke nieuwe regering heeft de mond vol van administratieve vereenvoudiging, maar daar komt in de praktijk weinig van in huis. Wanneer ze nieuwe regels schrijven, hebben politici, wet- en regelgevers in ons land de grootste moeite hun oogkleppen af te zetten, om rekening te houden met neveneffecten en om de sociale en de economische context voor ogen te houden.

Een regelgevingagenda met analyses vooraf en evaluaties achteraf klinkt niet sexy, maar is cruciaal voor onze concurrentiekracht. Jaarlijks laten onze beleidsmakers miljarden aan potentiële economische groei liggen omdat ze hun regulatoire huis niet op orde krijgen.

Nationale politici verwijzen vaak meesmuilend naar Europa als een door technocraten bestuurde bureaucratie, die naar believen nieuwe wetten uitspuwt. Maar de Europese wetgever stelt pas regels op na een consultatie met alle belanghebbenden en een grondige analyse van de mogelijke effecten. Daarna kunnen het Europees Parlement en de lidstaten die nog wijzigen voor ze er definitief over stemmen.

Onze beleidsmakers krijgen hun regulatoire huis niet op orde.

Bij ons kruipen partijbonzen en cabinetards in een achterkamer om een deal te beklinken, die ze met een vooraf overeengekomen meerderheid door het parlement jassen, terwijl de betrokkenen het nakijken hebben. Als zo'n stunt goed uitpakt, scoren de politieke sjacheraars. In de meerderheid van de gevallen blijven burgers en bedrijven achter met een wetgevend kader dat met haken en ogen aaneenhangt. Het is maar wat je verkiest: saai, technisch, traag en degelijk, of onverwacht, oppervlakkig, vluchtig en rommelig.

Het schrijnende is dat de beleidsmakers alle instrumenten hebben om kwaliteitsvolle en efficiënte regels te schrijven. Alleen ontbreekt de wil om die transparant in te zetten. Het is aan burgers en bedrijven om dat af te dwingen.