"I don't understand why you aid donors care so much about the poor." Die uitspraak is van een hoge overheidsfunctionaris in Sierra Leone. De Vlaamse Oxford-econoom Stefan Dercon kreeg ze enkele jaren geleden te horen toen hij hoofdeconoom van het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking was.

De uitspraak illustreert het kernpunt van Dercons betoog: het is niet omdat een land behoeftig is, dat je het moet helpen. Sierra Leone is een land waar het staatssysteem afgestemd is op het profijt van een smalle politieke en economische elite. Hulp aan zo'n land is verloren moeite. Het geld komt bijna vanzelf in de verkeerde handen terecht, met rampzalige gevolgen. Sinds het einde van de burgeroorlog in 2002 had Sierra Leone meer hulp per hoofd van de bevolking gekregen dan Ethiopië of Oeganda, maar bij de uitbraak van de ebolacrisis in 2014 had het land nog altijd het hoogste kindersterftecijfer ter wereld: één op de tien levend geboren kinderen stierf voor de leeftijd van een jaar, dubbel zoveel als in Ethiopië en Oeganda.

Ontwikkeling is allesbehalve romantiek.

De conclusie is simpel: een land gaat alleen vooruit als het zichzelf wil helpen. Ontwikkelingshulp kan daarbij best nuttig zijn, maar speelt een bijrol. Zelfs democratie is niet doorslaggevend. In Sierra Leone zijn er vrije verkiezingen, maar ze zijn een draaischijf voor politieke partijen om zich beurtelings te bedienen van het staatsbestel. Economische ontwikkeling moet van de politieke en economische elite komen. Ook in Europa is de industriële revolutie van de 19de eeuw niet op gang getrokken door een brede volksbeweging. Zelfs in het voorbeeldland Zweden kwam de sociale correctie pas na de economische rijkdom, betoogt Dercon. Ontwikkeling is allesbehalve romantiek.

"I don't understand why you aid donors care so much about the poor." Die uitspraak is van een hoge overheidsfunctionaris in Sierra Leone. De Vlaamse Oxford-econoom Stefan Dercon kreeg ze enkele jaren geleden te horen toen hij hoofdeconoom van het Britse ministerie van Ontwikkelingssamenwerking was. De uitspraak illustreert het kernpunt van Dercons betoog: het is niet omdat een land behoeftig is, dat je het moet helpen. Sierra Leone is een land waar het staatssysteem afgestemd is op het profijt van een smalle politieke en economische elite. Hulp aan zo'n land is verloren moeite. Het geld komt bijna vanzelf in de verkeerde handen terecht, met rampzalige gevolgen. Sinds het einde van de burgeroorlog in 2002 had Sierra Leone meer hulp per hoofd van de bevolking gekregen dan Ethiopië of Oeganda, maar bij de uitbraak van de ebolacrisis in 2014 had het land nog altijd het hoogste kindersterftecijfer ter wereld: één op de tien levend geboren kinderen stierf voor de leeftijd van een jaar, dubbel zoveel als in Ethiopië en Oeganda. De conclusie is simpel: een land gaat alleen vooruit als het zichzelf wil helpen. Ontwikkelingshulp kan daarbij best nuttig zijn, maar speelt een bijrol. Zelfs democratie is niet doorslaggevend. In Sierra Leone zijn er vrije verkiezingen, maar ze zijn een draaischijf voor politieke partijen om zich beurtelings te bedienen van het staatsbestel. Economische ontwikkeling moet van de politieke en economische elite komen. Ook in Europa is de industriële revolutie van de 19de eeuw niet op gang getrokken door een brede volksbeweging. Zelfs in het voorbeeldland Zweden kwam de sociale correctie pas na de economische rijkdom, betoogt Dercon. Ontwikkeling is allesbehalve romantiek.