Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wilde de schoolpoorten na overleg met de onderwijskoepels heropenen op vrijdag 15 mei. Uiteindelijk wordt het 18 mei, al mogen de scholen op 15 mei al proefdraaien. Maar de herstart geldt niet voor iedereen. Kleuters moeten zeker tot eind mei thuisblijven, terwijl in het lager en het secundair onderwijs telkens slechts drie leerjaren herstarten. In het basisonderwijs kunnen kinderen uit het eerste, het tweede en het zesde leerjaar weer naar school. In het secundair onderwijs is dat het afstudeerjaar en vermoedelijk wordt ook gekozen voor het tweede en het vierde jaar.
...

Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) wilde de schoolpoorten na overleg met de onderwijskoepels heropenen op vrijdag 15 mei. Uiteindelijk wordt het 18 mei, al mogen de scholen op 15 mei al proefdraaien. Maar de herstart geldt niet voor iedereen. Kleuters moeten zeker tot eind mei thuisblijven, terwijl in het lager en het secundair onderwijs telkens slechts drie leerjaren herstarten. In het basisonderwijs kunnen kinderen uit het eerste, het tweede en het zesde leerjaar weer naar school. In het secundair onderwijs is dat het afstudeerjaar en vermoedelijk wordt ook gekozen voor het tweede en het vierde jaar. Er zullen maximaal tien leerlingen in een ruimte van 40 vierkante meter mogen zitten. Veel klassen moeten daarom worden opgedeeld. De leerkrachten en de leerlingen ouder dan twaalf jaar moeten een mondkapje dragen. Vermoedelijk zullen de scholen bepaalde maatregelen wel verschillend invullen. Zo pleitte Lieven Boeve, de topman van de katholieke onderwijskoepel, in de aanloop van de Veiligheidsraad voor vrijheid op het terrein."De autonomie van de scholen is een van de drijfveren van de kwaliteit van ons onderwijs", zegt Kristof De Witte (36), onderwijseconoom aan de KU Leuven. "Scholen profileren zich met onderlinge verschillen. Dat leidt tot een race naar de top. Maar scholen zelf laten kiezen of ze al dan niet opengaan, zou nefast zijn, omdat dat de leerverschillen tussen de scholen versterkt. Omdat we nog geen gestandaardiseerde proeven hebben, kunnen we die verschillen niet monitoren." U wees de afgelopen weken op de kostprijs van de opgelopen leerachterstand. Volstaat het plan voor de gedeeltelijke heropening om die op te vangen? KRISTOF DE WITTE. "De scholen dichthouden tot de grote vakantie is in elk geval slechter. De Waalse gemeenschap opperde dat idee, om ongelijkheid tussen leerlingen te vermijden, maar dat heeft wel dramatische gevolgen. Daarom heb ik er in kranten voor gepleit de scholen zo snel mogelijk te openen, ook al omdat de impact van jonge kinderen op de verspreiding van het virus volgens wetenschappelijke studies beperkt zou zijn. "Als de scholen te lang gesloten blijven, lopen onze jongeren leerachterstand op. Die zou niet voor iedereen gelijk zijn. Sommige leerlingen zitten redelijk op schema, dankzij de herhalingsoefeningen en de aanlooplessen die de jongste weken aan scholieren zijn bezorgd. Maar ongeveer 12 procent van onze vijftienjarigen beschikt niet over een rustige werkplek of heeft geen computer ter beschikking. Voor die groep is het een probleem als alle lessen via Bingel of Smartschool verlopen." Voor sommige praktische opleidingen zijn social distancing en digitale aanlooplessen bovendien veel lastiger te realiseren. Is dat net niet de risicogroep voor een groter aantal schoolverlaters? DE WITTE. "We krijgen wellicht een piek in het aantal schoolverlaters. Een aantal jongeren is schoolmoe en verliest nu de connectie met de school. Voor hen is de leraar een stok achter de deur, die zorgt voor motivatie. Zulke leerlingen haken makkelijker af. Dat is jammer, want Vlaanderen kampt hoe dan ook al met een hoge schooluitval. Zo'n 15 procent van de jongens en 9 procent van de meisjes verlaten het secundair onderwijs zonder diploma. In het beroepssecundair onderwijs (bso) is dat één op de vijf leerlingen, in sommige scholen zelfs één op de drie. "Dat heeft een prijs. Het risico dat schoolverlaters eindigen als NEET's (leerlingen die geen onderwijs of opleiding volgen en niet werken, nvdr) is groot. En we weten dat de langetermijnkosten daarvan hoog zijn. In economisch moeilijke tijden staat zij zwakker, ze leven vaker van uitkeringen en dragen financieel minder bij aan de samenleving. Een Europese studie heeft berekend dat 1,42 procent van ons bruto binnenlands product in 2012 naar die groep ging." Is de balans van het massale experiment met digitale leervormen dan niet positief? DE WITTE. "Als er iets positief is aan de corona-epidemie, dan is het wel de grote professionaliseringsoefening met digitale instrumenten in het onderwijs. Alle leraren moeten nu wel meedoen. Ze maken interactieve lesvideo's en leren alle toeters en bellen van digitale instrumenten zoals Smartschool en Skype kennen. Het onderwijs staat niet alleen in die versnelde digitalisering. Ook in het bedrijfsleven breekt het digitale vergaderen door, terwijl dat in het verleden moeilijk ingang vond. "We wisten al langer dat de digitale middelen in het onderwijs vrij krachtig kunnen zijn. Ze laten toe te differentiëren en de leerling op een individueel niveau te bedienen. Het was lastig alle leraren mee te krijgen in die logica. Die drempel is nu wel weggenomen. Ik denk dat het intensieve gebruik van die digitale tools de leraren de ogen heeft geopend. "Let wel, er zijn beperkingen. De digitale tools en het afstandsonderwijs werken het beste voor leerlingen die academisch sterk zijn en een grote schoolse betrokkenheid hebben. Betrokkenheid en engagement creëren voor school is moeilijk via afstandsonderwijs. Interactie, feedback en professionele ondersteuning van leraren zijn belangrijk bij het leren. Daarom blijft het noodzakelijk dat de scholen snel openen, ook voor de leerjaren die nu uit de boot vallen. "Het digitale aanloopleren en de herhalingsoefeningen zullen niet verdwijnen wanneer de scholen weer opengaan. De hele klas aansturen zoals we gewoon waren, waarbij alle leerlingen hetzelfde pakket krijgen, behoort tot het verleden. Dankzij de technologie kunnen we iedereen op zijn niveau bedienen en naar een hoger niveau brengen." Uiteindelijk wordt de achterstand van de zwakkeren dan toch groter? DE WITTE. "Je hebt convergerende en divergerende differentiatie. De eerste wil iedereen naar hetzelfde niveau brengen, terwijl de tweede iedereen op zijn beste niveau wil bedienen. De valkuil is te vervallen in de convergerende differentiatie en iedereen tot eenheidsworst te kneden. Wie niet mee is, moeten we omhoog trekken, zodat ze de eindtermen halen. Dat zijn minimale doelstellingen. Leerlingen die wel al mee waren, moeten we door differentiatie naar een hoger niveau brengen. Als we hen niet voldoende stimuleren, raken we die meest excellente leerlingen kwijt." Het lijkt erop dat scholen zelf kunnen beslissen of ze al dan niet examens organiseren. Wat moet er volgens u gebeuren? DE WITTE. "Om de lestijd te maximaliseren, is het voorstel de examenperiode in te korten en meer te werken met een permanente evaluatie. Dat laatste kan even effectief zijn als examens, daar is al veel onderzoek naar gedaan. Een probleem is dat een vak daar ook voor moet zijn opgezet. Een ander probleem is dat een leerling studeert in functie van het examen. Door de spelregels aan te passen, valt te vrezen dat bepaalde leerstof ongekend zal blijven. Die in een volgend leerjaar inhalen, is niet zo eenvoudig, omdat de leerplannen voor al die jaren erg vol zitten." Wat is dan de oplossing? DE WITTE. "Je kan de vakantie inkorten. Elk jaar is er discussie of acht weken vakantie wel nodig zijn. Maak van de nood een deugd. We mogen toch niet op reis gaan. Als we een stukje van de zomer opofferen, kunnen we die verloren leerstof inhalen. In die zin zijn verplichte zomerscholen wel een goed idee." Zomerscholen verplichten is toch gewoon een eufemisme voor het inkorten van de vakantie? DE WITTE. "Dat klopt. Je zou de vakantie kunnen verkorten met een week in juli en een in augustus. Zo haal je een stuk van de verloren tijd in. Vergeet niet dat niet alles meteen business as usual zal zijn als de scholen op 18 mei openen. Ondanks de aanlooplessen dreigen scholieren de komende maand nog een stuk leerstof te verliezen. Dat is niet onschuldig. Mensen zijn zich niet altijd bewust van de kostprijs op lange termijn. Je ziet die verliezen niet even snel als bij een winkel die gesloten blijft, maar het menselijke kapitaal vermindert daardoor in waarde. Wie zonder diploma op de arbeidsmarkt komt, vindt aanvankelijk misschien wel een baan, maar is bij de eerste slachtoffers als de recessie toeslaat. Dat heeft een private en maatschappelijke kostprijs." U bent bang dat de internationaal vergelijkende PISA-scores een verloren coronageneratie zullen laten zien? DE WITTE. "We zullen vermoedelijk wel een corona-effect zien. Dat is erg, want 17 procent van de leerlingen behaalde volgens de jongste PISA-scores het basisniveau niet. Doordat we een groot deel van de leerlingen niet kunnen bereiken, doordat de thuissituatie het voor een deel van de leerlingen niet toelaat thuis te werken, en doordat leerlingen leerstof niet goed verwerkt hebben, dreigt daar nog een groep bij te komen. Hoe langer de scholen gesloten blijven voor de resterende leerjaren, hoe groter het effect is. Als we er bovendien niet in slagen de komende weken voldoende te differentiëren voor de meest excellente leerlingen, zal er vermoedelijk ook in die groep een negatief effect zijn." Hebt u nog advies voor minister Weyts? DE WITTE. "In de berichtgeving en de plannen gaat weinig aandacht naar het psychosociale welzijn van leerlingen. Het lijkt alsof we ervan uitgaan dat ze zich er wel doorheen slaan. Maar dit is veel voor hen om te bevatten. En hun jonge geest heeft minder meegemaakt om alles in perspectief te plaatsen. Ik denk dat het de eerste week na de lockdown wel nodig zal zijn jongeren een luisterend oor te bieden. Je kunt pas leren als er geen andere dingen door je hoofd spoken. Dat mogen we niet vergeten. "Bovendien gaf de minister eerder al aan dat hij de rol van de koepelorganisaties wou verkleinen. Die bewijzen nu hun nut in een landschap met veel kleine schoolbesturen. Ze nemen werk weg van de leraren en de schoolbesturen. Ik zou hem dan ook aanraden zijn positie over de onderwijskoepels te herzien. Het is alvast lovenswaardig dat de besparing op de pedagogische begeleidingsdiensten wordt teruggedraaid."