De prestigieuze prijs stond dit jaar in het teken van 'het trekken van conclusies uit onbedoelde experimenten'. Alle drie de laureaten zijn actief aan Amerikaanse universiteiten.

David Card (geboren in 1956) wordt bekroond 'voor zijn empirische bijdragen aan de arbeidseconomie'. Aan de hand van natuurlijke experimenten nam hij onder meer de effecten van minimumlonen, immigratie en onderwijs op de arbeidsmarkt onder de loep. 'Zijn studies uit de vroege jaren negentig daagden de gangbare opvattingen uit, wat leidde tot nieuwe analyses en bijkomende inzichten', benadrukt de Academie.

Angrist (61) en Imbens (58) worden geloofd 'voor hun methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden'. 'Data uit natuurlijke experimenten zijn moeilijk te interpreteren', licht de Academie toe. Onderzoekers hebben daarbij niet alle bepalende factoren en omstandigheden zelf in de hand. 'In het midden van de jaren negentig hebben Joshua Angrist en Guido Imbens dit methodologisch probleem opgelost door aan te tonen hoe precies conclusies over oorzaak en gevolg kunnen worden getrokken uit natuurlijke experimenten', klinkt het.

Officieel geldt de Nobelprijs voor Economie als 'De Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel'. Niet Alfred Nobel (1833-1896) zelf, maar de Zweedse centrale bank heeft de prijs in 1969 in het leven geroepen.

De laureaten ontvangen samen 10 miljoen Zweedse kroon, omgerekend iets minder dan 1 miljoen euro. De helft daarvan gaat naar Card, terwijl Angrist en Imbens ieder op een vierde van dat bedrag kunnen rekenen.

Vorig jaar ging de Nobelprijs Economie naar de Amerikaanse economen Paul R. Milgrom en Robert B. Wilson. Zij werden bekroond 'voor het verbeteren van de veilingtheorie en het uitvinden van nieuwe soorten veilingen'.

De prestigieuze prijs stond dit jaar in het teken van 'het trekken van conclusies uit onbedoelde experimenten'. Alle drie de laureaten zijn actief aan Amerikaanse universiteiten.David Card (geboren in 1956) wordt bekroond 'voor zijn empirische bijdragen aan de arbeidseconomie'. Aan de hand van natuurlijke experimenten nam hij onder meer de effecten van minimumlonen, immigratie en onderwijs op de arbeidsmarkt onder de loep. 'Zijn studies uit de vroege jaren negentig daagden de gangbare opvattingen uit, wat leidde tot nieuwe analyses en bijkomende inzichten', benadrukt de Academie.Angrist (61) en Imbens (58) worden geloofd 'voor hun methodologische bijdragen aan de analyse van causale verbanden'. 'Data uit natuurlijke experimenten zijn moeilijk te interpreteren', licht de Academie toe. Onderzoekers hebben daarbij niet alle bepalende factoren en omstandigheden zelf in de hand. 'In het midden van de jaren negentig hebben Joshua Angrist en Guido Imbens dit methodologisch probleem opgelost door aan te tonen hoe precies conclusies over oorzaak en gevolg kunnen worden getrokken uit natuurlijke experimenten', klinkt het.Officieel geldt de Nobelprijs voor Economie als 'De Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel'. Niet Alfred Nobel (1833-1896) zelf, maar de Zweedse centrale bank heeft de prijs in 1969 in het leven geroepen. De laureaten ontvangen samen 10 miljoen Zweedse kroon, omgerekend iets minder dan 1 miljoen euro. De helft daarvan gaat naar Card, terwijl Angrist en Imbens ieder op een vierde van dat bedrag kunnen rekenen.Vorig jaar ging de Nobelprijs Economie naar de Amerikaanse economen Paul R. Milgrom en Robert B. Wilson. Zij werden bekroond 'voor het verbeteren van de veilingtheorie en het uitvinden van nieuwe soorten veilingen'.