De Amerikaanse economen Paul R. Milgrom en Robert B. Wilson werden bekroond met de 51ste Nobelprijs voor Economie 'voor het verbeteren van de veilingtheorie en het uitvinden van nieuwe soorten veilingen'. Beide economen zijn verbonden aan de universiteit van Stanford in Californië (VS) .

'De laureaten van dit jaar hebben onderzocht hoe veilingen werken. Ze hebben hun inzichten ook gebruikt om nieuwe veilingformats te ontwerpen voor goederen en diensten die op traditionele wijze moeilijk te verkopen zijn, zoals radiofrequenties', klinkt het in een mededeling.

Onderzoek rond veilingtheorie houdt zich bezig met hoe mensen handelen op veilingmarkten. Milgrom en Wilson hebben onder meer nieuwe veilingformats bedacht. 'De nieuwe veilingformats zijn een mooi voorbeeld van hoe fundamenteel onderzoek voor uitvindingen kan zorgen, die de samenleving ten goede komen. Met hun werk hebben de twee Amerikanen veilingen verbeterd voor de verkopers, de kopers en de belastingbetalers overal ter wereld, luidt het verder in een toelichting.

De 72-jarige Milgrom en de 83-jarige Wilson behoorden tot de favorieten om de prijs dit jaar in de wacht te slepen. Ze zijn vooral bekend van de uitvinding van het concept dat gebruikt wordt voor de verkoop van licenties van frequentiebanden aan de telecomoperatoren in de Verenigde Staten. De twee economen, die beiden afstudeerden aan de universiteit van Stanford, werkten eveneens aan mechanismen om de landingsslots op luchthavens te verdelen. 'Veilingen zijn overal en hebben een invloed op ons dagelijks leven', aldus de jury.

Officieel geldt de Nobelprijs voor Economie als 'De Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel'. Niet Alfred Nobel (1833-1896) zelf, maar de Zweedse centrale bank heeft dus de prijs in 1969 in het leven geroepen. Aan de prijs is een bedrag van 10 miljoen Zweedse kroon - omgerekend iets minder dan 1 miljoen euro - verbonden die de laureaten onderling moeten delen.

Robert B. Wilson liet tijdens de persconferentie maandag weten dat hij zeer blij is met de onderscheiding. Op de vraag wat hij met het prijzengeld gaat doen, antwoordde hij dat het door de coronapandemie moeilijk is om te reizen en dat hij het geld bijgevolg zal bijhouden voor zijn vrouw en zijn kinderen.

Vorig jaar ging de Nobelprijs Economie naar Abhijit Banerjee, Esther Duflo en Michael Kremer. Zij werden bekroond voor hun experimentele aanpak van de armoede.

De Amerikaanse economen Paul R. Milgrom en Robert B. Wilson werden bekroond met de 51ste Nobelprijs voor Economie 'voor het verbeteren van de veilingtheorie en het uitvinden van nieuwe soorten veilingen'. Beide economen zijn verbonden aan de universiteit van Stanford in Californië (VS) .'De laureaten van dit jaar hebben onderzocht hoe veilingen werken. Ze hebben hun inzichten ook gebruikt om nieuwe veilingformats te ontwerpen voor goederen en diensten die op traditionele wijze moeilijk te verkopen zijn, zoals radiofrequenties', klinkt het in een mededeling. Onderzoek rond veilingtheorie houdt zich bezig met hoe mensen handelen op veilingmarkten. Milgrom en Wilson hebben onder meer nieuwe veilingformats bedacht. 'De nieuwe veilingformats zijn een mooi voorbeeld van hoe fundamenteel onderzoek voor uitvindingen kan zorgen, die de samenleving ten goede komen. Met hun werk hebben de twee Amerikanen veilingen verbeterd voor de verkopers, de kopers en de belastingbetalers overal ter wereld, luidt het verder in een toelichting.De 72-jarige Milgrom en de 83-jarige Wilson behoorden tot de favorieten om de prijs dit jaar in de wacht te slepen. Ze zijn vooral bekend van de uitvinding van het concept dat gebruikt wordt voor de verkoop van licenties van frequentiebanden aan de telecomoperatoren in de Verenigde Staten. De twee economen, die beiden afstudeerden aan de universiteit van Stanford, werkten eveneens aan mechanismen om de landingsslots op luchthavens te verdelen. 'Veilingen zijn overal en hebben een invloed op ons dagelijks leven', aldus de jury.Officieel geldt de Nobelprijs voor Economie als 'De Prijs van de Zweedse Rijksbank voor Economische Wetenschappen ter nagedachtenis aan Alfred Nobel'. Niet Alfred Nobel (1833-1896) zelf, maar de Zweedse centrale bank heeft dus de prijs in 1969 in het leven geroepen. Aan de prijs is een bedrag van 10 miljoen Zweedse kroon - omgerekend iets minder dan 1 miljoen euro - verbonden die de laureaten onderling moeten delen. Robert B. Wilson liet tijdens de persconferentie maandag weten dat hij zeer blij is met de onderscheiding. Op de vraag wat hij met het prijzengeld gaat doen, antwoordde hij dat het door de coronapandemie moeilijk is om te reizen en dat hij het geld bijgevolg zal bijhouden voor zijn vrouw en zijn kinderen. Vorig jaar ging de Nobelprijs Economie naar Abhijit Banerjee, Esther Duflo en Michael Kremer. Zij werden bekroond voor hun experimentele aanpak van de armoede.