De Nationale Bank ging na aan welke uitgavenposten de verschillen in overheidsuitgaven tussen België en de buurlanden toe te schrijven zijn. In 2019, het jaar voor de coronacrisis toesloeg, lag het niveau van de overheidsuitgaven - dat zijn de primaire uitgaven plus de rentelasten - op 52,1% van het bbp, wat 4,5 procentpunt hoger was dan het gemiddelde van de buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Over de verschillende uitgavencategorieën heen blijkt dat hoofdzakelijk de lonen en de bedrijfssubsidies de verschillen verklaren. 'Vooral de loonsubsidies zijn hoog', schrijft de NBB. Het gaat dan onder meer om vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing en het systeem van dienstencheques. 'Ze kenden de voorbije twintig jaar een sterke groei en werden vaak ingevoerd ter compensatie van de hoge loonkost en de hoge heffingsdruk op arbeid in het bijzonder.'

Belasting hervormen

Volgens de NBB brengen loonsubsidies het risico met zich mee dat de arbeidsmarkt verstoord wordt - al kunnen ze ingezet worden om bepaalde externe effecten te corrigeren, bijvoorbeeld op het vlak van milieu en innovatie. 'Het strekt tot aanbeveling om de hoge en complexe belasting op arbeid te hervormen, eerder dan deze via subsidie te corrigeren', luidt het. 'Bovendien doen de relatief hogere uitgaven voor de werking van de overheidsdiensten de vraag rijzen of er op dat vlak nog extra besparingen mogelijk zijn.'

Zowel in de categorieën die eerder onder de verantwoordelijkheid van de federale overheid vallen (de zogenaamde Entiteit 1) als in de categorieën waar de regionale en lokale overheden voor verantwoordelijk zijn (Entiteit 2), is er een kloof met de buurlanden. Voor de laatste entiteit geldt dit nog iets meer.

Sociale bescherming

De Nationale Bank blikt in zijn studie ook terug. Terwijl de uitgavenkloof met de belangrijkste buurlanden nu gemiddeld 4,5 procentpunt is, was dat in 2001 nog 2,1 procentpunt. Economische zaken vormt de uitgavencategorie waar het verschil met de buurlanden het grootst is geworden, maar ook de uitgaven voor sociale bescherming namen sterk toe. Twintig jaar geleden lagen die uitgaven gemiddeld 2 procentpunten lager dan in de ons omringende landen, in 2019 was het verschil bijna tot nul herleid. Vooral in de subcategorieën ziekte, invaliditeit en bejaarden zijn de uitgaven toegenomen.

De NBB waarschuwt dat het van essentieel belang is om te blijven kijken naar de efficiëntie van het overheidsoptreden, om te vermijden dat uitgaven ontsporen. Een concrete uitdaging bestaat erin de voorkomen dat de fors gestegen uitgaven van 2020 - veroorzaakt door de coronacrisis - persistent worden.

De Nationale Bank ging na aan welke uitgavenposten de verschillen in overheidsuitgaven tussen België en de buurlanden toe te schrijven zijn. In 2019, het jaar voor de coronacrisis toesloeg, lag het niveau van de overheidsuitgaven - dat zijn de primaire uitgaven plus de rentelasten - op 52,1% van het bbp, wat 4,5 procentpunt hoger was dan het gemiddelde van de buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland. Over de verschillende uitgavencategorieën heen blijkt dat hoofdzakelijk de lonen en de bedrijfssubsidies de verschillen verklaren. 'Vooral de loonsubsidies zijn hoog', schrijft de NBB. Het gaat dan onder meer om vrijstellingen van bedrijfsvoorheffing en het systeem van dienstencheques. 'Ze kenden de voorbije twintig jaar een sterke groei en werden vaak ingevoerd ter compensatie van de hoge loonkost en de hoge heffingsdruk op arbeid in het bijzonder.'Volgens de NBB brengen loonsubsidies het risico met zich mee dat de arbeidsmarkt verstoord wordt - al kunnen ze ingezet worden om bepaalde externe effecten te corrigeren, bijvoorbeeld op het vlak van milieu en innovatie. 'Het strekt tot aanbeveling om de hoge en complexe belasting op arbeid te hervormen, eerder dan deze via subsidie te corrigeren', luidt het. 'Bovendien doen de relatief hogere uitgaven voor de werking van de overheidsdiensten de vraag rijzen of er op dat vlak nog extra besparingen mogelijk zijn.' Zowel in de categorieën die eerder onder de verantwoordelijkheid van de federale overheid vallen (de zogenaamde Entiteit 1) als in de categorieën waar de regionale en lokale overheden voor verantwoordelijk zijn (Entiteit 2), is er een kloof met de buurlanden. Voor de laatste entiteit geldt dit nog iets meer.De Nationale Bank blikt in zijn studie ook terug. Terwijl de uitgavenkloof met de belangrijkste buurlanden nu gemiddeld 4,5 procentpunt is, was dat in 2001 nog 2,1 procentpunt. Economische zaken vormt de uitgavencategorie waar het verschil met de buurlanden het grootst is geworden, maar ook de uitgaven voor sociale bescherming namen sterk toe. Twintig jaar geleden lagen die uitgaven gemiddeld 2 procentpunten lager dan in de ons omringende landen, in 2019 was het verschil bijna tot nul herleid. Vooral in de subcategorieën ziekte, invaliditeit en bejaarden zijn de uitgaven toegenomen. De NBB waarschuwt dat het van essentieel belang is om te blijven kijken naar de efficiëntie van het overheidsoptreden, om te vermijden dat uitgaven ontsporen. Een concrete uitdaging bestaat erin de voorkomen dat de fors gestegen uitgaven van 2020 - veroorzaakt door de coronacrisis - persistent worden.