We leven in België na lange tijd opnieuw ruim boven onze stand. Na nog een klein overschot in 2022 zal de lopende rekening met het buitenland dit jaar een tekort van 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tonen. Ook voor 2023 en 2024 verwacht de Nationale Bank een alarmerend hoog tekort op de lopende rekening van 4 à 5 procent van het bbp. Aan de basis ligt natuurlijk de fors hogere invoerfactuur van energie en voeding. Maar ook de tanende concurrentiekracht van de bedrijven en de lagere exportvolumes wegen op de handelsbalans. "De tweelingtekorten op de lopende rekening en in de begroting zijn een duidelijk alarmsignaal en moet ons doen nadenken over het te voeren beleid. We moeten de concurrentiekracht in de gaten houden en het begrotingstekort bijspijkeren", zegt Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank.

Lees verder onder de video (Kanaal Z)

Het is genoegzaam bekend dat de concurrentiekracht onder druk staat, omdat de lonen dankzij de automatische indexering in België sneller stijgen dan in de buurlanden. In de periode 2022-2023 neemt de loonhandicap toe met 5,6 procent. Over de periode 2022-2025 blijft de schade beperkt tot 2,3 procent, omdat de lonen in de buurlanden een inhaalbeweging zouden maken. "Toch blijft het verlies aan concurrentiekracht hoog. En als de inflatie in België langdurig hoger zou blijven dan in de buurlanden, dan lopen we het risico op een langdurige ontsporing van de concurrentiekracht", zegt Pierre Wunsch.

Niet veel nodig voor nieuwe inflatieschok

De inflatie zou in 2023 in België en het eurogebied geleidelijk dalen, maar toont zich hardnekkiger dan gedacht. Vooral loonstijgingen dragen de volgende jaren een kerninflatie die tot 2025 boven 2 procent zou blijven. De Nationale Bank merkt daarbij op dat de inflatie in België iets lager ligt dat in het eurogebied, wat opmerkelijk is in een context van een automatische indexatie van de lonen. Dat komt omdat de Belgische bedrijven op dit ogenblik een deel van de hogere kosten opvangen door toe te geven op hun relatief hoge winstmarges. Die beperkte prijsverhogingen door de bedrijven beperken ook het risico op een heuse loonprijsspiraal.

"Maar bij een nieuwe schok zijn de bedrijven misschien niet meer in staat om de klap op te vangen", zegt Pierre Wunsch. Dan moeten ze misschien hun prijzen verhogen om hun marges te verdedigen. In sommige sectoren kan deze energiecrisis al de crisis te veel zijn. Als de bedrijven hun marges meer verdedigen dan verwacht, kan de inflatie gevoelig stijgen. Ook een nieuwe stijging van de gasprijzen kan de inflatie nieuw leven inblazen. Kampeert de gasprijs in 2023 opnieuw boven de 250 euro per megawattuur (tegenover ongeveer 130 euro vandaag), stijgt de inflatie in 2023 opnieuw naar 10 procent. Er is dus niet veel nodig voor een hogere inflatie. "In dat scenario stijgt ook het risico op een Belgische loonprijsspiraal en een verdere stijging van de loonhandicap", zegt Pierre Wunsch.

De lagere concurrentiekracht laat zich intussen al voelen. Een veelzeggend signaal is de daling van het marktaandeel van de Belgische bedrijven op de belangrijkste exportmarkten. In 2023 daalt dit marktaandeel met 2,4 procent, wat drie keer sneller is dan normaal. Ook daarna brokkelen die marktaandelen verder af. Op lange termijn beschadigt de aangetaste concurrentiekracht de potentiële groei, onder meer omdat bedrijven minder zullen investeren.

Dan toch geen recessie in België

Op korte termijn helpen de stijgende lonen om in België een winterrecessie te vermijden. Eerder werd nog gevreesd voor een milde daling van het bbp in het vierde kwartaal van 2022 en het eerste kwartaal van 2023, maar de gezinnen besteden dat scenario kapot. De koopkracht van de gezinnen kreeg dit jaar weliswaar een lichte tik, maar herstelt zich in 2023 fors dankzij de indexering van de lonen. In België zijn het dus vooral de ondernemingen die de koopkracht beschermen, terwijl in de buurlanden de koopkracht vooral beschermd wordt door energiesteun van de overheden aan de gezinnen.

Vanaf het eerste kwartaal van 2023 mag opnieuw conjunctureel herstel verwacht worden. "We beleven geen grote crisis, hoewel het vertrouwen van de gezinnen en ondernemingen even hard gedaald is als tijdens het hoogtepunt van de pandemie. De droge economische statistieken wijzen echter op een vertraging, en niet op een crisis", zegt Geert Langenus, econoom van de Nationale Bank.

Ook in het eurogebied lijkt het ergste achter de rug. "In dit vierde kwartaal bodemt de conjunctuur uit. De indicatoren wijzen op herstel vanaf 2023", weet Langenus. "Wel hamert de bank erop dat de vooruitzichten zeer vatbaar zijn voor wijzigingen."

"De onzekerheid is hoog. Een nieuwe stijging van de energieprijzen tekent meteen een ander scenario", zegt Pierre Wunsch.

Veerkrachtige arbeidsmarkt

Niet alleen de groeicijfers tonen zich vrij schokbestendig, ook de Belgische arbeidsmarkt blijft heel veerkrachtig. "De vacaturegraad is nog altijd dubbel zo hoog als in het eurogebied en was nooit hoger dan vandaag. De jobcreatie vertraagt nu tijdelijk, maar zal in de loop van 2023 hernemen", zegt Geert Langenus. "De arbeidsmarkt presteert goed vanuit het perspectief van de werknemers, maar de werkgevers worden geconfronteerd met een verlies aan concurrentiekracht en een aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt die weegt op de potentiële groei", zegt Pierre Wunsch.

Wat de toestand van de overheidsfinanciën betreft, herhaalt de Nationale Bank dat het begrotingstekort bij ongewijzigd beleid onhoudbaar is. Het structureel begrotingstekort schommelt de volgende jaren rond -5 procent, terwijl de schuldgraad opnieuw oploopt richting 112 procent van het bbp tegen 2025. De Nationale Bank wijst vooral naar de sterke stijging van de uitgaven als motor achter het tekort. "De groei van deze uitgaven is onhoudbaar en staat op middellange termijn een normale marktwerking in de weg", zegt Pierre Wunsch.

We leven in België na lange tijd opnieuw ruim boven onze stand. Na nog een klein overschot in 2022 zal de lopende rekening met het buitenland dit jaar een tekort van 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) tonen. Ook voor 2023 en 2024 verwacht de Nationale Bank een alarmerend hoog tekort op de lopende rekening van 4 à 5 procent van het bbp. Aan de basis ligt natuurlijk de fors hogere invoerfactuur van energie en voeding. Maar ook de tanende concurrentiekracht van de bedrijven en de lagere exportvolumes wegen op de handelsbalans. "De tweelingtekorten op de lopende rekening en in de begroting zijn een duidelijk alarmsignaal en moet ons doen nadenken over het te voeren beleid. We moeten de concurrentiekracht in de gaten houden en het begrotingstekort bijspijkeren", zegt Pierre Wunsch, gouverneur van de Nationale Bank.Lees verder onder de video (Kanaal Z)Het is genoegzaam bekend dat de concurrentiekracht onder druk staat, omdat de lonen dankzij de automatische indexering in België sneller stijgen dan in de buurlanden. In de periode 2022-2023 neemt de loonhandicap toe met 5,6 procent. Over de periode 2022-2025 blijft de schade beperkt tot 2,3 procent, omdat de lonen in de buurlanden een inhaalbeweging zouden maken. "Toch blijft het verlies aan concurrentiekracht hoog. En als de inflatie in België langdurig hoger zou blijven dan in de buurlanden, dan lopen we het risico op een langdurige ontsporing van de concurrentiekracht", zegt Pierre Wunsch.De inflatie zou in 2023 in België en het eurogebied geleidelijk dalen, maar toont zich hardnekkiger dan gedacht. Vooral loonstijgingen dragen de volgende jaren een kerninflatie die tot 2025 boven 2 procent zou blijven. De Nationale Bank merkt daarbij op dat de inflatie in België iets lager ligt dat in het eurogebied, wat opmerkelijk is in een context van een automatische indexatie van de lonen. Dat komt omdat de Belgische bedrijven op dit ogenblik een deel van de hogere kosten opvangen door toe te geven op hun relatief hoge winstmarges. Die beperkte prijsverhogingen door de bedrijven beperken ook het risico op een heuse loonprijsspiraal."Maar bij een nieuwe schok zijn de bedrijven misschien niet meer in staat om de klap op te vangen", zegt Pierre Wunsch. Dan moeten ze misschien hun prijzen verhogen om hun marges te verdedigen. In sommige sectoren kan deze energiecrisis al de crisis te veel zijn. Als de bedrijven hun marges meer verdedigen dan verwacht, kan de inflatie gevoelig stijgen. Ook een nieuwe stijging van de gasprijzen kan de inflatie nieuw leven inblazen. Kampeert de gasprijs in 2023 opnieuw boven de 250 euro per megawattuur (tegenover ongeveer 130 euro vandaag), stijgt de inflatie in 2023 opnieuw naar 10 procent. Er is dus niet veel nodig voor een hogere inflatie. "In dat scenario stijgt ook het risico op een Belgische loonprijsspiraal en een verdere stijging van de loonhandicap", zegt Pierre Wunsch.De lagere concurrentiekracht laat zich intussen al voelen. Een veelzeggend signaal is de daling van het marktaandeel van de Belgische bedrijven op de belangrijkste exportmarkten. In 2023 daalt dit marktaandeel met 2,4 procent, wat drie keer sneller is dan normaal. Ook daarna brokkelen die marktaandelen verder af. Op lange termijn beschadigt de aangetaste concurrentiekracht de potentiële groei, onder meer omdat bedrijven minder zullen investeren.Op korte termijn helpen de stijgende lonen om in België een winterrecessie te vermijden. Eerder werd nog gevreesd voor een milde daling van het bbp in het vierde kwartaal van 2022 en het eerste kwartaal van 2023, maar de gezinnen besteden dat scenario kapot. De koopkracht van de gezinnen kreeg dit jaar weliswaar een lichte tik, maar herstelt zich in 2023 fors dankzij de indexering van de lonen. In België zijn het dus vooral de ondernemingen die de koopkracht beschermen, terwijl in de buurlanden de koopkracht vooral beschermd wordt door energiesteun van de overheden aan de gezinnen.Vanaf het eerste kwartaal van 2023 mag opnieuw conjunctureel herstel verwacht worden. "We beleven geen grote crisis, hoewel het vertrouwen van de gezinnen en ondernemingen even hard gedaald is als tijdens het hoogtepunt van de pandemie. De droge economische statistieken wijzen echter op een vertraging, en niet op een crisis", zegt Geert Langenus, econoom van de Nationale Bank. Ook in het eurogebied lijkt het ergste achter de rug. "In dit vierde kwartaal bodemt de conjunctuur uit. De indicatoren wijzen op herstel vanaf 2023", weet Langenus. "Wel hamert de bank erop dat de vooruitzichten zeer vatbaar zijn voor wijzigingen.""De onzekerheid is hoog. Een nieuwe stijging van de energieprijzen tekent meteen een ander scenario", zegt Pierre Wunsch.Niet alleen de groeicijfers tonen zich vrij schokbestendig, ook de Belgische arbeidsmarkt blijft heel veerkrachtig. "De vacaturegraad is nog altijd dubbel zo hoog als in het eurogebied en was nooit hoger dan vandaag. De jobcreatie vertraagt nu tijdelijk, maar zal in de loop van 2023 hernemen", zegt Geert Langenus. "De arbeidsmarkt presteert goed vanuit het perspectief van de werknemers, maar de werkgevers worden geconfronteerd met een verlies aan concurrentiekracht en een aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt die weegt op de potentiële groei", zegt Pierre Wunsch.Wat de toestand van de overheidsfinanciën betreft, herhaalt de Nationale Bank dat het begrotingstekort bij ongewijzigd beleid onhoudbaar is. Het structureel begrotingstekort schommelt de volgende jaren rond -5 procent, terwijl de schuldgraad opnieuw oploopt richting 112 procent van het bbp tegen 2025. De Nationale Bank wijst vooral naar de sterke stijging van de uitgaven als motor achter het tekort. "De groei van deze uitgaven is onhoudbaar en staat op middellange termijn een normale marktwerking in de weg", zegt Pierre Wunsch.