Vanaf dag één heeft de Vivaldi-coalitie het signaal gegeven dat begrotingsdiscipline voor haar van ondergeschikt belang was, door de bevoegdheid niet op ministerieel niveau te leggen maar slechts aan een staatssecretaris toe te wijzen. Dat is constructiefout nummer één. Een land met een lamme uitgavendiscipline als het onze, kan zich dat eigenlijk niet permitteren. Op de korte termijn viel het nog enigszins uit te leggen.

De regering-De Croo trad aan in volle coronacrisis, goed wetende dat begrotingsdiscipline op dat moment niet de voornaamste zorg was. De bedrijven, de zelfstandigen en de met werkloosheid bedreigde werknemers moesten ondersteund worden. In 2020 - hoogtepunt van de crisis- zakte het structurele tekort (na uitzuivering van conjuncturele invloed en eenmalige maatregelen) onder de vier procent. Voor de lange termijn was het nefast. We weten dat België de traditie heeft een zacht kussen klaar te leggen om crisissituaties door te komen. Maar we weten ook dat de terugkeer naar een normaal bestedingspatroon nà de crisis minder vanzelfsprekend is. Dat vereist discipline en daar heb je een zwaargewicht voor nodig. Quod non. Na 2020 is het structureel begrotingstekort nooit voldoende teruggedrongen. Voor 2023 stevenen we af op een structureel tekort van 3,4 procent en bij ongewijzigd beleid gaan we tegen 2027 naar min 4,8 procent. En ondertussen is geld lenen ook voor de schatkist een pak duurder geworden.

Misschien nemen we de begroting nu wel ernstig.

Tweede constructiefout? Begroting had nooit een bevoegdheid mogen zijn van de partij die ook de premier levert. Een begrotingsminister - en dus geen staatssecretaris - hoort eigenlijk lid te zijn van de kern, maar moet vooral vrijuit zijn rol van scherprechter kunnen spelen tijdens elk debat dat over centen gaat. Dat is simpelweg onmogelijk vanuit de partij van de premier, die er in de eerste plaats moet voor zorgen dat zijn coalitie boven water blijft. De staatssecretaris zou keihard moeten zijn, de premier moet steeds het compromis zoeken. Zeker in een partij waar de premier stilaan het enige electorale zwaargewicht is, wordt dat een onmogelijke opdracht. Het is een van de redenen waarom de steunmaatregelen van de huidige energiecrisis een veel te groot gat in de begroting slaan en veel te breed worden uitgesmeerd, ook over een deel van de bevolking dat de steun helemaal niet nodig heeft. Het departement Begroting had nooit het gewicht om de vrijgevigheid van Vivaldi enigszins af te remmen.

Begroting blijft nu binnen de liberale familie, maar de nieuwe staatssecretaris Alexia Bertrand komt wel uit de Brusselse MR. Los van het feit dat ze zich twee partijkaarten zal aanschaffen - de grap van de avond - en afgezien van de vraag wat de gemiddelde mandataris van Open VLD of MR hier allemaal van vindt, is dit wel een kans om de begroting iets meer gewicht te geven. De Franstalige liberalen hebben de gewoonte zich in tal van dossiers kritischer op te stellen. Als de nieuwe staatssecretaris die toon de komende maanden kan en mag meebrengen naar de federale regering, zetten we misschien een stap vooruit.

Vanaf dag één heeft de Vivaldi-coalitie het signaal gegeven dat begrotingsdiscipline voor haar van ondergeschikt belang was, door de bevoegdheid niet op ministerieel niveau te leggen maar slechts aan een staatssecretaris toe te wijzen. Dat is constructiefout nummer één. Een land met een lamme uitgavendiscipline als het onze, kan zich dat eigenlijk niet permitteren. Op de korte termijn viel het nog enigszins uit te leggen. De regering-De Croo trad aan in volle coronacrisis, goed wetende dat begrotingsdiscipline op dat moment niet de voornaamste zorg was. De bedrijven, de zelfstandigen en de met werkloosheid bedreigde werknemers moesten ondersteund worden. In 2020 - hoogtepunt van de crisis- zakte het structurele tekort (na uitzuivering van conjuncturele invloed en eenmalige maatregelen) onder de vier procent. Voor de lange termijn was het nefast. We weten dat België de traditie heeft een zacht kussen klaar te leggen om crisissituaties door te komen. Maar we weten ook dat de terugkeer naar een normaal bestedingspatroon nà de crisis minder vanzelfsprekend is. Dat vereist discipline en daar heb je een zwaargewicht voor nodig. Quod non. Na 2020 is het structureel begrotingstekort nooit voldoende teruggedrongen. Voor 2023 stevenen we af op een structureel tekort van 3,4 procent en bij ongewijzigd beleid gaan we tegen 2027 naar min 4,8 procent. En ondertussen is geld lenen ook voor de schatkist een pak duurder geworden. Tweede constructiefout? Begroting had nooit een bevoegdheid mogen zijn van de partij die ook de premier levert. Een begrotingsminister - en dus geen staatssecretaris - hoort eigenlijk lid te zijn van de kern, maar moet vooral vrijuit zijn rol van scherprechter kunnen spelen tijdens elk debat dat over centen gaat. Dat is simpelweg onmogelijk vanuit de partij van de premier, die er in de eerste plaats moet voor zorgen dat zijn coalitie boven water blijft. De staatssecretaris zou keihard moeten zijn, de premier moet steeds het compromis zoeken. Zeker in een partij waar de premier stilaan het enige electorale zwaargewicht is, wordt dat een onmogelijke opdracht. Het is een van de redenen waarom de steunmaatregelen van de huidige energiecrisis een veel te groot gat in de begroting slaan en veel te breed worden uitgesmeerd, ook over een deel van de bevolking dat de steun helemaal niet nodig heeft. Het departement Begroting had nooit het gewicht om de vrijgevigheid van Vivaldi enigszins af te remmen. Begroting blijft nu binnen de liberale familie, maar de nieuwe staatssecretaris Alexia Bertrand komt wel uit de Brusselse MR. Los van het feit dat ze zich twee partijkaarten zal aanschaffen - de grap van de avond - en afgezien van de vraag wat de gemiddelde mandataris van Open VLD of MR hier allemaal van vindt, is dit wel een kans om de begroting iets meer gewicht te geven. De Franstalige liberalen hebben de gewoonte zich in tal van dossiers kritischer op te stellen. Als de nieuwe staatssecretaris die toon de komende maanden kan en mag meebrengen naar de federale regering, zetten we misschien een stap vooruit.