De Nationale Bank, het Planbureau, de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid: allemaal hadden ze de voorbije maanden positief nieuws over de Belgische arbeidsmarkt. In 2016 werden 59.000 banen gecreëerd, dit jaar zouden er 50.000 bij komen. En in 2018 worden volgens de jongste voorspellingen tussen 82.000 en 105.000 banen verwacht. In het eerste kwartaal van 2017 telde België, volgens de eerste ramingen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, 4.767.000 werkenden. Nooit waren er dat meer.
...

De Nationale Bank, het Planbureau, de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid: allemaal hadden ze de voorbije maanden positief nieuws over de Belgische arbeidsmarkt. In 2016 werden 59.000 banen gecreëerd, dit jaar zouden er 50.000 bij komen. En in 2018 worden volgens de jongste voorspellingen tussen 82.000 en 105.000 banen verwacht. In het eerste kwartaal van 2017 telde België, volgens de eerste ramingen van het Instituut voor de Nationale Rekeningen, 4.767.000 werkenden. Nooit waren er dat meer. Het dreigt bij de leden van de regering-Michel tot een zekere zelfgenoegzaamheid te leiden. De belofte dat de regering voor extra banen zou zorgen, vooral dan in de privésector, is nagekomen. De indexsprong van 2015 en de lastenverlagingen die er nu en de komende jaren komen, missen hun effect niet. En aangezien de economische groei nog zal aantrekken (het VBO hoopt voor 2018 zelfs op 2 procent), kan het met de jobcreatie enkel nog beter gaan. De ministers hebben net niet verklaard dat er vanaf nu vanzelf banen bij komen en dat de Europese doelstellingen gemakkelijk worden gehaald. Die zelfgenoegzaamheid is een vergissing. De werkgelegenheidsgraad onder 20- tot 64-jarigen blijft met 67,7 procent nog altijd ver verwijderd van de doelstelling voor 2020, namelijk 73,2 procent. Volgens het Federaal Planbureau zal hij tegen dan niet boven 70 procent uitkomen. De Belgische arbeidsmarkt boert dus goed, maar het kan nog veel beter. De beleidsmakers moeten extra inspanningen doen om de jobmotor een paar versnellingen hoger te doen schakelen. Minister van Werk en vicepremier Kris Peeters (CD&V) schijnt dat eindelijk begrepen te hebben. En dan hebben we het niet over zijn absurde ambitie om tegen 2025 in heel België voor een volledige tewerkstelling te zorgen. Maar wel over enkele voorstellen om het Belgische arbeidsmarktbeleid bij te sturen. Peeters pleit terecht voor een soort inactiviteitsboete voor bedrijven die oudere werknemers gewoon tegen een iets lager loon thuis laten zitten. Daarnaast wil Peeters doorduwen voor de herinvoering van de proefperiode. De sociale partners hadden daarover op interprofessonieel niveau een akkoord bereikt, maar de achterban van de vakbonden schoot dat af. Kris Peeters overweegt ernstig de sociale partners te passeren en de proefperiode eigenhandig weer in te voeren. Bij die voorstellen van de minister van Werk passen wel een paar bedenkingen. Waarom heeft hij niet vroeger meegewerkt aan een dynamisch arbeidsmarktbeleid? Kris Peeters stond zelf lang op de rem toen er maatregelen moesten komen om de Belgische arbeidsmarkt performanter te maken. De wet over wendbaar en werkbaar werk, die voor extra flexibilisering moet zorgen, is een mager beestje. Een meer flexibele arbeidsmarkt kan in de meeste gevallen enkel wanneer de vakbonden akkoord gaan. Want er is een sectorale cao nodig voor maatregelen als de plus-minusconto (periodes met langere en kortere werkweken lossen elkaar af), loopbaansparen of om meer dan 100 vrijwillige overuren te presteren. Tweede bedenking: in het regeerakkoord van 2014 staat dat er werk moet worden gemaakt van een aanpassing van de verloning op basis van anciënniteit. 55-plussers aan het werk houden of opnieuw aan het werk krijgen, is vaak moeilijk door het hoge loon waarop ze aanspraak kunnen maken. Er is een loonverschil van 30 procent tussen nieuwkomers op de arbeidsmarkt en diegenen met een anciënniteit tussen tien en negen jaar. Dat prijst 55-plussers uit de markt. De loonevolutie kan beter gekoppeld worden aan de productiviteit, en slechts deels aan anciënniteit. In zijn jongste jaarverslag pleit de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid voor een bovengrens op het aantal jaren waarin een automatische loonsverhoging voor een functie kan worden toegekend. Loon en anciënniteit deels loskoppelen, kan ondersteund worden door andere maatregelen zoals het verder verstrengen van het SWT (stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag, of brugpensioen). Zo kan de werkzaamheidsgraad bij 55-plussers - met 48 procent nog altijd ondermaats - naar omhoog. De Hoge Raad voor de Werkgelegenheid berekende dat de Belgische economie op lange termijn met 12,9 procent kan groeien mocht de werkgelegenheidsgraad van de Belgische 55-plussers het niveau van Zweden (76%) bereiken. Waar wachten Kris Peeters en co op?