Vijf jaar geleden kreeg het Nederlandse Europarlementslid Agnes Jongerius na de bekendmaking van de nieuwe Europese Commissie een sms'je van haar voorgangster: "Met deze commissaris zit je goed, met haar kun je wat." Die commissaris was Marianne Thyssen, die in 2014 de Europese portefeuille voor Werk en Sociale zaken opnam. Nu de Europese legislatuur afloopt, is vriend en vijand het erover eens: Thyssen heeft sociale bakens verzet en mag tevreden terugkijken op haar beleidswerk. "Op het gebied van sociale wetgeving was in de tien jaar voordien bijna niets concreets gebeurd. Het feit dat Thyssen daar wel in is geslaagd, met voorstellen die niet door iedereen op applaus werden onthaald, is knap", stelt Jongerius.
...

Vijf jaar geleden kreeg het Nederlandse Europarlementslid Agnes Jongerius na de bekendmaking van de nieuwe Europese Commissie een sms'je van haar voorgangster: "Met deze commissaris zit je goed, met haar kun je wat." Die commissaris was Marianne Thyssen, die in 2014 de Europese portefeuille voor Werk en Sociale zaken opnam. Nu de Europese legislatuur afloopt, is vriend en vijand het erover eens: Thyssen heeft sociale bakens verzet en mag tevreden terugkijken op haar beleidswerk. "Op het gebied van sociale wetgeving was in de tien jaar voordien bijna niets concreets gebeurd. Het feit dat Thyssen daar wel in is geslaagd, met voorstellen die niet door iedereen op applaus werden onthaald, is knap", stelt Jongerius. Liz Gosme van de Europese gezinsbond deelt die mening. "Zoals zo vaak als een nieuwe Commissie aankondigt dat ze Europa socialer wil maken, reageerde iedereen daar sceptisch op", vertelt ze. "Maar de voorstellen en de harde wetgeving van deze Commissie bewezen dat het menens was. Thyssen toonde lef met wetsvoorstellen die botsten op de wil van de lidstaten. Ze heeft er sociale maatregelen en wetten doorgekregen die mensen rechtstreeks raken in hun dagelijks leven." Marianne Thyssen heeft haar kantoor op de tiende verdieping van het Berlaymontgebouw van de Europese Commissie. Stapels dossiers bakenen als een muur haar bureau af. Ondanks de Europese verkiezingen zitten haar taken er nog lang niet op. "Alles blijft doorlopen", zegt ze. "De Commissie blijft in volheid van bevoegdheid tot er een nieuwe is. Wanneer er een nieuw Europees Parlement is, zal ik er alles aan doen om mijn voorstel voor socialezekerheidscoördinatie nog erdoor te krijgen." MARIANNE THYSSEN. "Als ik er iets moet uitpikken, dan ons beleid rond arbeidsmobiliteit. Dat zal er door de nieuwe detacheringsrichtlijn en de oprichting van de Europese arbeidsautoriteit (ELA) op vooruitgaan (zie kader De vijf werven van Marianne Thyssen, nvdr). De Europese Pijler van Sociale Rechten hoort daar ook bij. Die heeft een pad gelegd waar de Europese Unie op verder moet gaan." THYSSEN. "Dat de coördinatie tussen de socialezekerheidsstelsels van de lidstaten niet afgerond is voor de Europese verkiezingen. Dat wil ik er nog doorkrijgen voor de nieuwe Commissie aantreedt. Zo geven we de lidstaten extra instrumenten voor een betere sociale controle en arbeidsmobiliteit. We versterken de samenwerking tussen de nationale overheidsadministraties en verlichten er de administratieve last mee voor bedrijven in de Europese Unie. Dat is nodig als aanvulling op de detachering en de ELA." THYSSEN. "Ik heb me kwaad gemaakt over hoe dat in België geframed werd. Alsof de kern van dat voorstel was dat werknemers uit andere lidstaten na een maand werken bij ons zomaar recht hebben op een uitkering. Dat is niet zo. Voor hen geldt exact dezelfde wachttermijn als voor onze burgers. Maar om te verifiëren of aan die wachttermijn voldaan is, moet men rekening houden met de werkervaring in het buitenland. Als je dat niet doet, maak je het vrije verkeer van werknemers de facto onmogelijk. En zonder Europese afspraken daarover dreigen mensen tussen twee stoelen te vallen, ook de vele Belgen die in het buitenland werken." THYSSEN. "De digitalisering, de vergrijzing, de globalisering en de klimaatproblemen hebben een impact op de arbeidsmarkt, en daar zitten allemaal sociale elementen aan. Door de digitalisering of de klimaattransitie hebben mensen nieuwe vaardigheden nodig om innovatief en competitief te blijven. In de nieuwe economie zullen mensen sneller van werk veranderen. Daar moeten we ons socialezekerheidsrecht aan aanpassen. We moeten diensten ontwikkelen om te voorkomen dat mensen op zichzelf aangewezen zijn tijdens die wissels. Dat vergt nieuwe voorzieningen, zoals levenslang leren." THYSSEN. "Die moet de convergentie tussen de lidstaten versterken en versnellen. De sociaaleconomische verschillen tussen de landen zijn nog te groot. Dat moet nog meer naar elkaar toe groeien. Europa moet een convergentiemachine blijven. Mensen in de nieuwe lidstaten verwachten dat ze naar onze levensstandaard en ons welvaartsniveau worden opgetild. Daar heeft de Europese Unie al sterk toe bijgedragen via haar financieringsfondsen en de toegang tot de interne markt, maar er zit nog spanning op." THYSSEN. "Onze pijler is daarin opgenomen. Het is geen naming and shaming, maar elk jaar blijkt welke landen de goede en de slechte leerlingen zijn op sociaal gebied. Al sinds vorig jaar baseert de Commissie haar aanbevelingen over sociaal beleid daar ook op." THYSSEN. "Sommige politieke fracties vragen dat, maar ik denk dat je sociale en arbeidsmarkthervormingen het best samen met de betrokken lidstaten aanpakt, niet tegen hen. Dat kan bijvoorbeeld door financiering uit het sociaal fonds te koppelen aan een aanbeveling over arbeidsactivering. Zo kunnen we de druk ook op het sociaal beleid opvoeren en er het juiste klimaat voor scheppen." THYSSEN. "De Commissie is niet rijkelijk bedeeld met bevoegdheden inzake sociale zekerheid. Met een richtlijn had ik de lidstaten concrete verplichtingen moeten opleggen en ze had in de Raad van Europa (waarin de lidstaten vertegenwoordigd zijn, nvdr) met unanimiteit goedgekeurd moeten worden. Met een aanbeveling konden we doelstellingen formuleren en adviezen geven, en dat hebben de lidstaten ook aanvaard. Het toont aan dat harde wetgeving niet altijd het meest efficiënte instrument is. Bovendien is die sociale zekerheid in veel lidstaten nog in volle opbouw." THYSSEN. "Lidstaten staan niet graag bevoegdheden of soevereiniteit af. Ik spreek liever van delen in plaats van afstaan. En bevoegdheden delen doe je als je weet dat je beleid dan doeltreffender is. Voor sommige lidstaten is het moeilijk solidariteit en verantwoordelijkheid op te brengen, maar ze moeten toch ook aan de risico's denken. Op Europees niveau gaat het vaak om risicospreiding en -deling. Maar ik mag niet klagen. Uiteindelijk is mijn sociale agenda nagenoeg volledig goedgekeurd door de lidstaten, zonder dat mijn voorstellen sterk zijn verwaterd." THYSSEN. "Door relaties op te bouwen en informatie te verschaffen. Het blijft mensenwerk. Om die pijler van sociale rechten erdoor te krijgen, heb ik heel Europa afgereisd om uit te leggen waar het om ging en dat het niet de bedoeling was bevoegdheden af te pakken. Ook bij de detachering heb ik eerst duidelijk uitgelegd wat we wilden doen, hoe we het wilden doen en dan met data aangetoond welk effect dat in de lidstaten zou hebben. Zo heb ik veel landen over de brug gehaald. 22 lidstaten stemden voor. Het loont elk voorstel met hand en tand uit te leggen en open te staan voor kritiek." THYSSEN. "Het is niet de enige oplossing, maar het is zeker een belangrijk element om die onvrede tegen te gaan. De mensen maken zich zorgen over zaken als sociale dumping en de digitalisering. Daarom moest deze Commissie absoluut zichtbare resultaten boeken rond bijvoorbeeld de detachering. Mensen moeten voelen dat ze niet alleen staan met hun zorgen." THYSSEN. "Met eerlijke en afdwingbare regels, die voor iedereen gelijk zijn. Als mensen ervan overtuigd zijn dat de regels eerlijk zijn en afgedwongen worden, zal het draagvlak voor de interne markt groter worden, net als het geloof dat die voor groei en banen zorgt." THYSSEN. "De inspectiebevoegdheid blijft bij de lidstaten. Die kunnen samenwerken, zoals de Benelux rond detachering doet. Maar het vertrouwen tussen de lidstaten is niet groot. Dat is mijn eeuwige frustratie. Daarom hebben we de ELA opgezet, om het toezicht op en de samenwerking rond arbeidsmobiliteit te faciliteren. Het gros van het werk zal in en tussen de lidstaten moeten blijven gebeuren. Maar de EU kan daar een goed kader voor scheppen, zoals we met Europol hebben gedaan." THYSSEN. "Dat varieert. De Duitsers en de Denen hebben commissies voor Europese Zaken en geven hun ministers mandaten voor de posities die ze in de Raad moeten verdedigen. Ik weet niet hoe het nu in België zit, maar als Europarlementslid ben ik eens een Europees dossier gaan uitleggen aan de commissie-Gemengde Zaken van ons parlement. Er kwam vier man opdagen. Desondanks stelt de Europese Commissie de nationale parlementen van al haar voorstellen op de hoogte en krijgen ze de kans te reageren." THYSSEN. "Ik ben trots op het resultaat. Op één na heb ik al mijn voorstellen erdoor gekregen, met een grote meerderheid, die alle kloven tussen oost-west en noord-zuid overbrugde." THYSSEN. "Ik weet niet of ik nog vijf jaar in dit tempo door kan gaan. Ik heb er 28 jaar Europese politiek op zitten en ik heb mijn stempel op het Parlement en de Commissie kunnen drukken. Mijn gezondheid heeft al eens tegengesputterd. Ik wil het lot niet tarten en kies ervoor in schoonheid te eindigen."