Wetstraatwatchers die in vakjes denken, hebben ongetwijfeld moeite om te snappen hoe het kan dat Margot Cloet vorige week eerst de onvrede in de woon-zorgcentra ventileerde en moeiteloos applaudisseerde zodra Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) zijn tienpuntenplan voor de zorg op tafel legde. Cloet draaide jarenlang mee op de kabinetten van CD&V-ministers in de Brusselse en de Vlaamse regering. Sinds 2017 leidt ze de netwerkorganisatie Zorgnet-Icuro. Daarin zitten zowel ziekenhuizen als voorzieningen voor geestelijke gezondheidszorg en woon-zorgcentra.
...

Wetstraatwatchers die in vakjes denken, hebben ongetwijfeld moeite om te snappen hoe het kan dat Margot Cloet vorige week eerst de onvrede in de woon-zorgcentra ventileerde en moeiteloos applaudisseerde zodra Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V) zijn tienpuntenplan voor de zorg op tafel legde. Cloet draaide jarenlang mee op de kabinetten van CD&V-ministers in de Brusselse en de Vlaamse regering. Sinds 2017 leidt ze de netwerkorganisatie Zorgnet-Icuro. Daarin zitten zowel ziekenhuizen als voorzieningen voor geestelijke gezondheidszorg en woon-zorgcentra. Een partijgetrouwe pion van de christelijke zuil is Cloet nooit geweest. "Ze was niet schatplichtig aan een zuil of een denkpatroon", vertelt Peter Degadt, de vorige gedelegeerd bestuurder van Zorgnet-Icuro. Hij heeft zijn opvolgster niet gekozen. Dat gebeurde via een selectieprocedure, maar hij was blij toen hij de keuze van het selectiebureau hoorde. Hij kent Cloet omdat hij met haar te maken kreeg toen ze kabinetschef van Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen (CD&V) was. "Ik zie haar als een exponent van de jonge generatie kabinetsmedewerkers", zegt hij. "Die benaderen problemen veeleer resultaatgericht dan ideologisch. Ze is to the point en beoordeelt je op wat je inbrengt in het gesprek. Iedereen krijgt een kans. Je zal niet veel mensen vinden die haar vijandig gezind zijn." Cloet was adjunct-kabinetschef bij Vandeurzen vanaf 2010. Na de verkiezingen in 2014 bleef hij op post als Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Cloet promoveerde tot kabinetschef. In 2017 verliet ze de politieke arena. "Ik vond dat ik lang genoeg op kabinetten had gewerkt", zegt ze. "Ik wilde opnieuw meer contact met mensen in het veld en tegelijk mijn beleidservaring benutten. Bovendien zag ik het politieke bedrijf almaar ruwer worden. Dat vond ik lastig." Haar introductie in het politieke milieu kreeg ze in 2000 bij Jos Chabert (CD&V), toen minister in de Brusselse hoofdstedelijke regering. Ze was bij hem beleidsadviseur voor kinderen en gezinnen. Ze moet de toenmalige kabinetschef Steven Vanackere (CD&V) zijn opgevallen, want toen die in 2007 Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin werd, trok hij haar aan als raadgever voor jeugdzorg. In 2010 werd ze dan adjunct-kabinetschef bij Vandeurzen. Zelf vindt ze dat haar loopbaan veeleer toevallig is verlopen. De jaren die ze niet op een kabinet doorbracht, zat ze aan het stuur van Minor-Ndako, een organisatie voor bijstand aan niet-begeleide minderjarige vluchtelingen in Brussel. Dat sloot aan bij haar opleiding als pedagoge. "Ik heb duizenden vluchtelingen zien passeren", blikt ze terug. "Ik was begin twintig en kreeg de kans een organisatie te leiden. Daar creatief mee omgaan en buiten de lijntjes oplossingen zoeken, vond ik wel interessant." Ondernemerschap in de sociale sector vindt ze vanzelfsprekend. "Wie dat in twijfel trekt, weet niet waar hij het over heeft", zegt ze. "Ik was groepsleidster bij de scouts en heb het altijd fijn gevonden leiding te geven, maar het gaat me meer om de inhoudelijke visie dan om het leiden zelf. Misschien is dat niet zo vreemd: ik ben de oudste van vier zussen. Twee van hen werken in de zorg, een bij de politie." Een paar jaar geleden noemde de krant De Tijd Margot Cloet de op één na machtigste vrouw in de zorg. Maar niemand schildert haar spontaan af als machtsgedreven of hyperambitieus. Ze heeft een etiket als iemand die vertrekt vanuit een wereldbeeld waarin solidariteit en gemeenschapszin tot de basiswaarden horen. "Je zou kunnen zeggen dat ze pragmatisch idealisme predikt", concludeert Degadt. Haar grote talent is dat ze snel de essentie ziet en die analyse eenvoudig en duidelijk kan formuleren. Dat bleek ook de jongste dagen toen Cloet de boosheid van de woon-zorgsector vertaalde in een oproep tot meer politieke actie. Ze deed dat op een manier die politiek aanvaardbaar bleef en de sector tegelijk het gevoel gaf dat zijn noden worden geuit."Dat is mijn taak", relativeert ze. "Ik voel me de vertolker van wat leeft en tegelijk probeer ik achter de schermen druk te zetten om de dingen te reorganiseren. Ik neem geen blad voor de mond, maar ik wik mijn woorden."