In België zijn 1,4 miljoen werklozen tussen 25 en 64 jaar niet op zoek naar werk. Dat is zesmaal meer dan het aantal werklozen dat wel een baan zoekt. De incentive om te werken is in ons land veel te klein. Zoals de arbeidseconoom Stijn Baert stelt, moet werken opnieuw aantrekkelijker worden.

House of HR wil al lang mensen opnieuw goesting geven om te werken. Wij pleiten ervoor het verschil tussen werken en niet werken veel groter te maken. Geld zal altijd de belangrijkste motivator blijven. We kunnen het niet genoeg blijven herhalen: we hebben hogere minimumlonen nodig, en die moeten betaalbaar blijven door de sociale lasten op de lonen te verlagen en lagere belastingen te heffen op de laagste lonen. Het verschil tussen wat je netto verdient door te werken, en wat je krijgt als je niet werkt (ziekteverzekering, vervroegd pensioen,...) moet beduidend groter worden. Het verlies aan inkomsten uit de sociale zekerheid kan de overheid compenseren door, bijvoorbeeld, de kadastrale inkomens op woningen te herbekijken. Dat is een bijzonder eerlijke manier van belasten.

Degressieve uitkering

Ook de werkloosheidsuitkeringen zetten mensen te weinig aan tot werk zoeken. Daarom pleiten wij voor hogere werkloosheidsuitkeringen in het begin, die snel afnemen naarmate men langer werkloos is. Wie echt een baan zoekt, heeft gemiddeld binnen de zes weken werk. Stimuleer werklozen dus door hun bijvoorbeeld drie maanden lang 80 procent van hun laatste loon te betalen. Daarna moet de uitkering snel dalen, om te beletten dat mensen berusten in de werkloosheid.

De wetgeving biedt te weinig soepelheid om activerende maatregelen te nemen. De pensioenleeftijd is daar een goed voorbeeld van. We moeten loskomen van een vaste pensioenleeftijd. Beter is het naar het totale aantal gewerkte dagen te kijken. Wie veertig jaar lang 220 dagen heeft gewerkt, zou een volledig pensioen moeten krijgen. Natuurlijk zullen daar gelijkgestelde periodes bij horen, zoals ziekte of zwangerschap. Dat systeem laat ook toe voldoende tijd in te lassen voor bijscholing. Maar het principe moet duidelijk zijn: als we niet-actieven aan het werk krijgen, hoeven we met zijn allen minder lang te werken.

Luiheid is een zelf te bedruipen recht.

Een ander voorstel is de ontslagvergoedingen voor 50-plussers fiscaal vriendelijk uit te betalen op het ogenblik dat ze weer aan de slag gaan. Op die manier kan je mensen motiveren om snel nieuw werk te zoeken, ook al hebben ze een mooie cheque meegekregen. Hoe langer mensen thuis zitten, hoe moeilijker het wordt ze opnieuw aan de slag te krijgen.

Omdat we in België wonen, zit aan het falende activeringsbeleid natuurlijk ook een communautaire angel. Het valt niet te ontkennen dat de inactieve beroepsbevolking groter is in Wallonië en Brussel. Het lijkt ons daarom zeer aan te bevelen dat Actiris, Forem en VDAB beter samenwerken en de communautaire verschillen samen wegwerken. We krijgen soms gemakkelijker mensen uit Polen of Roemenië overtuigd om in Vlaanderen te komen werken, dan mensen uit Wallonië.

Tot slot moeten ook werklozen zelf beseffen dat werken meer is dan een noodzakelijk kwaad. Het kan een passie zijn. Als missionaris van werk zeggen wij al langer: doe je passie, en je werkt nooit. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die absoluut niet willen werken. We mogen het recht op luiheid niet miskennen. Maar wie dat recht wil uitoefenen, moet zelf voor de gevolgen instaan: het recht op luiheid moet zelf te bedruipen zijn.

In België zijn 1,4 miljoen werklozen tussen 25 en 64 jaar niet op zoek naar werk. Dat is zesmaal meer dan het aantal werklozen dat wel een baan zoekt. De incentive om te werken is in ons land veel te klein. Zoals de arbeidseconoom Stijn Baert stelt, moet werken opnieuw aantrekkelijker worden.House of HR wil al lang mensen opnieuw goesting geven om te werken. Wij pleiten ervoor het verschil tussen werken en niet werken veel groter te maken. Geld zal altijd de belangrijkste motivator blijven. We kunnen het niet genoeg blijven herhalen: we hebben hogere minimumlonen nodig, en die moeten betaalbaar blijven door de sociale lasten op de lonen te verlagen en lagere belastingen te heffen op de laagste lonen. Het verschil tussen wat je netto verdient door te werken, en wat je krijgt als je niet werkt (ziekteverzekering, vervroegd pensioen,...) moet beduidend groter worden. Het verlies aan inkomsten uit de sociale zekerheid kan de overheid compenseren door, bijvoorbeeld, de kadastrale inkomens op woningen te herbekijken. Dat is een bijzonder eerlijke manier van belasten.Ook de werkloosheidsuitkeringen zetten mensen te weinig aan tot werk zoeken. Daarom pleiten wij voor hogere werkloosheidsuitkeringen in het begin, die snel afnemen naarmate men langer werkloos is. Wie echt een baan zoekt, heeft gemiddeld binnen de zes weken werk. Stimuleer werklozen dus door hun bijvoorbeeld drie maanden lang 80 procent van hun laatste loon te betalen. Daarna moet de uitkering snel dalen, om te beletten dat mensen berusten in de werkloosheid.De wetgeving biedt te weinig soepelheid om activerende maatregelen te nemen. De pensioenleeftijd is daar een goed voorbeeld van. We moeten loskomen van een vaste pensioenleeftijd. Beter is het naar het totale aantal gewerkte dagen te kijken. Wie veertig jaar lang 220 dagen heeft gewerkt, zou een volledig pensioen moeten krijgen. Natuurlijk zullen daar gelijkgestelde periodes bij horen, zoals ziekte of zwangerschap. Dat systeem laat ook toe voldoende tijd in te lassen voor bijscholing. Maar het principe moet duidelijk zijn: als we niet-actieven aan het werk krijgen, hoeven we met zijn allen minder lang te werken.Een ander voorstel is de ontslagvergoedingen voor 50-plussers fiscaal vriendelijk uit te betalen op het ogenblik dat ze weer aan de slag gaan. Op die manier kan je mensen motiveren om snel nieuw werk te zoeken, ook al hebben ze een mooie cheque meegekregen. Hoe langer mensen thuis zitten, hoe moeilijker het wordt ze opnieuw aan de slag te krijgen.Omdat we in België wonen, zit aan het falende activeringsbeleid natuurlijk ook een communautaire angel. Het valt niet te ontkennen dat de inactieve beroepsbevolking groter is in Wallonië en Brussel. Het lijkt ons daarom zeer aan te bevelen dat Actiris, Forem en VDAB beter samenwerken en de communautaire verschillen samen wegwerken. We krijgen soms gemakkelijker mensen uit Polen of Roemenië overtuigd om in Vlaanderen te komen werken, dan mensen uit Wallonië.Tot slot moeten ook werklozen zelf beseffen dat werken meer is dan een noodzakelijk kwaad. Het kan een passie zijn. Als missionaris van werk zeggen wij al langer: doe je passie, en je werkt nooit. Natuurlijk zullen er altijd mensen zijn die absoluut niet willen werken. We mogen het recht op luiheid niet miskennen. Maar wie dat recht wil uitoefenen, moet zelf voor de gevolgen instaan: het recht op luiheid moet zelf te bedruipen zijn.