In de leeftijdscategorie 25- tot 64-jarigen telt ons land 1.371.667 'inactieven'. Dat betekent dat 22,8 procent van die actieve leeftijdscategorie niet officieel aan het werk is en ook niet op zoek is naar werk. Ter vergelijking: in onze buurlanden bedraagt dat percentage 20,3 procent in Frankrijk, 16,5 procent in Nederland en 15,6 procent in Duitsland. In vergelijking met België tellen vijf landen - Mexico (28,5 procent), Italië (27,1 procent), Zuid-Korea (23,4 procent), Griekenland (23,2 procent) en Polen (23,2 procent) - verhoudingsgewijs nog meer inactieven.

Tot de groep 'inactieven' behoren in ons land onder meer mensen in de ziekteverzekering, op brugpensioen of leefloners.

'Dat zijn er ruim zes keer meer dan het officiële aantal werklozen', zegt professor Stijn Baert van de UGent in Het Nieuwsblad. 'Willen we onze sociale zekerheid betaalbaar houden, dan moeten we die groep absoluut ­activeren.'

Volgens Baert is het onevenwicht het gevolg van het feit dat er de afgelopen decennia in ons land beleidsmatig flink werd ingezet op het begeleiden van werkzoekenden naar een baan, zeker in Vlaanderen.

'Met succes. Maar intussen bleven de toegangspoorten tot de ziekteverzekering en het al dan niet vroegtijdig met pensioen gaan meer dan in andere landen openstaan', aldus de arbeidsmarktspecialist.

Niet blindstaren op werklozen

Hij roept de overheden dan ook op op om zich niet langer blind te staren op de werklozen - 'die zijn slechts het topje van de ijsberg' - maar volop in te zetten op de veel grotere groep van 'inactieven', 'dat deel van de ijsberg dat onder het wateroppervlak aan het gezichtsveld wordt onttrokken, maar wel vele malen groter is'.

Ook de verhouding langdurig werklozen versus mensen die minder dan een jaar naar werk zoeken, zit volgens Baert behoorlijk scheef. Bij ons zijn die twee fracties bijna even groot, terwijl in de meeste landen het aandeel langdurig werkzoekenden kleiner is.

Reactie minister Crevits

Vlaams minister van Werk Hilde Crevits onderstreept dat de coronacrisis zijn effecten zal hebben op de werkloosheid. Ze wijst er ook op dat de Vlaamse regering en de sociale partners begin dit jaar in een akkoord hebben afgesproken zich prioritair te richten op vier groepen mensen die nu niet deelnemen aan de arbeidsmarkt: jongeren die niet in een opleiding zitten en geen werk hebben, mensen die gezondheidsproblemen hebben, mensen met een leefloon en herintreders. "Dat willen we doen door meer en betere samenwerking (met onder andere het Riziv) zodat we ook weten wie in die groepen zit", aldus Crevits.

Ook willen ze een echte opleidingscultuur creëren. 'Het is niet omdat je van de schoolbanken komt dat je geen extra opleidingen meer kan volgen tijdens de loopbaan', aldus de minister. 'Maar ook door drempels die mensen nu vaak nog ervaren, weg te werken. Dat gaat dan over zorgen voor flexibele kinderopvang, toegankelijke mobiliteit,...' Crevits stelt nog dat de regering en de sociale partners de komende weken in overleg zullen gaan om het relancebeleid voor de arbeidsmarkt vorm te geven.

In de leeftijdscategorie 25- tot 64-jarigen telt ons land 1.371.667 'inactieven'. Dat betekent dat 22,8 procent van die actieve leeftijdscategorie niet officieel aan het werk is en ook niet op zoek is naar werk. Ter vergelijking: in onze buurlanden bedraagt dat percentage 20,3 procent in Frankrijk, 16,5 procent in Nederland en 15,6 procent in Duitsland. In vergelijking met België tellen vijf landen - Mexico (28,5 procent), Italië (27,1 procent), Zuid-Korea (23,4 procent), Griekenland (23,2 procent) en Polen (23,2 procent) - verhoudingsgewijs nog meer inactieven.Tot de groep 'inactieven' behoren in ons land onder meer mensen in de ziekteverzekering, op brugpensioen of leefloners. 'Dat zijn er ruim zes keer meer dan het officiële aantal werklozen', zegt professor Stijn Baert van de UGent in Het Nieuwsblad. 'Willen we onze sociale zekerheid betaalbaar houden, dan moeten we die groep absoluut ­activeren.'Volgens Baert is het onevenwicht het gevolg van het feit dat er de afgelopen decennia in ons land beleidsmatig flink werd ingezet op het begeleiden van werkzoekenden naar een baan, zeker in Vlaanderen. 'Met succes. Maar intussen bleven de toegangspoorten tot de ziekteverzekering en het al dan niet vroegtijdig met pensioen gaan meer dan in andere landen openstaan', aldus de arbeidsmarktspecialist. Hij roept de overheden dan ook op op om zich niet langer blind te staren op de werklozen - 'die zijn slechts het topje van de ijsberg' - maar volop in te zetten op de veel grotere groep van 'inactieven', 'dat deel van de ijsberg dat onder het wateroppervlak aan het gezichtsveld wordt onttrokken, maar wel vele malen groter is'. Ook de verhouding langdurig werklozen versus mensen die minder dan een jaar naar werk zoeken, zit volgens Baert behoorlijk scheef. Bij ons zijn die twee fracties bijna even groot, terwijl in de meeste landen het aandeel langdurig werkzoekenden kleiner is. Vlaams minister van Werk Hilde Crevits onderstreept dat de coronacrisis zijn effecten zal hebben op de werkloosheid. Ze wijst er ook op dat de Vlaamse regering en de sociale partners begin dit jaar in een akkoord hebben afgesproken zich prioritair te richten op vier groepen mensen die nu niet deelnemen aan de arbeidsmarkt: jongeren die niet in een opleiding zitten en geen werk hebben, mensen die gezondheidsproblemen hebben, mensen met een leefloon en herintreders. "Dat willen we doen door meer en betere samenwerking (met onder andere het Riziv) zodat we ook weten wie in die groepen zit", aldus Crevits. Ook willen ze een echte opleidingscultuur creëren. 'Het is niet omdat je van de schoolbanken komt dat je geen extra opleidingen meer kan volgen tijdens de loopbaan', aldus de minister. 'Maar ook door drempels die mensen nu vaak nog ervaren, weg te werken. Dat gaat dan over zorgen voor flexibele kinderopvang, toegankelijke mobiliteit,...' Crevits stelt nog dat de regering en de sociale partners de komende weken in overleg zullen gaan om het relancebeleid voor de arbeidsmarkt vorm te geven.