"Kris Peeters heeft als minister van Openbare Werken het klaverblad in Lummen laten renoveren en het is dan ook zijn verdienste dat daar nu veel minder verkeersslachtoffers vallen. Dat was het dan. Als Vlaams minister-president ging het enkel om communicatie. En als federaal vicepremier heeft hij ook weinig gedaan gekregen, integendeel."

Dat verhaal was onlangs te horen bij een voormalig kaderlid van een Vlaamse werkgeversorganisatie. Het is pijnlijk te moeten vaststellen dat Kris Peeters (CD&V) als ex-Unizo-baas zelfs in kringen die hem gunstig gezind zouden zijn, weinig goede punten krijgt en dat zijn verdienste ligt bij een departement dat hij tien jaar geleden leidde.

Op de rem

Peeters verlaat met weinig enthousiasme de Wetstraat voor het Europees Parlement. Het Brusselse Luxemburgplein in Brussel en het halfrond in Straatsburg zijn vaak een vergeetput voor afgeserveerde nationale politici. Zeker als ze in de regering geen positieve indruk hebben nagelaten.

Gisteren verdedigde Kris Peeters zich in Terzake tegen het verwijt dat hij in de regering-Michel een dwarsligger was, iemand die op de rem stond in belangrijke sociaaleconomische dossiers om te vermijden dat de rechterflank in de regering (Open Vld en vooral de N-VA) zou scoren. Een overzicht leert evenwel dat Peeters terecht het etiket van dwarsligger krijgt.

Uiteraard heeft Peeters zich niet verzet tegen de taxshift (lagere lasten op arbeid gecompenseerd door andere taksen) en de indexsprong om de concurrentiekracht van de bedrijven te herstellen. Dat was de eerste grote werf van premier Charles Michel. Maar de regering was nog geen vijf maanden actief of er waren al spanningen toen bleek dat de minister van Werk het wetsontwerp over de indexsprong nog niet had ingediend. Uiteindelijk kwam die indexsprong er wel, maar begin 2015 was al duidelijk dat Peeters waar nodig op de rem zou staan.

Een verdere daling van de loonkosten om de resterende loonhandicap verder weg te werken was voor de CD&V-minister niet aan de orde, ook al was dat voor de andere partijen een beleidsprioriteit. Het enige dossier waarin Peeters niet op de rem stond, was de hervorming van de wet op het concurrentievermogen. Maar die werd begin dit jaar mooi omzeild door een hocus pocus van de sociale partners met de loonnorm, waardoor plots een grotere loonstijging dan voorzien werd toegekend.

Scherpe kantjes afvijlen

Ander dossier: al snel werd duidelijk dat Peeters een aantal scherpe kanten van het strengere brugpensioen en tijdskrediet zou afvijlen. Eind 2014, kort na het aantreden van de regering-Michel, werd een verstrenging van het brugpensioen bij herstructureringen uitgesmeerd in de tijd. De minimumleeftijd van 60 jaar kwam er niet in 2015, maar zal pas in 2020 een feit zijn. Het akkoord rond brugpensioen werd na een een-tweetje tussen het kabinet en de sociale partners afgezwakt.

In 2018 deed Peeters dat nog eens over. De supermarktketen Carrefour kondigde een nieuwe herstructurering aan. De keten zou 950 mensen doen vertrekken via het stimuleren van vrijwillig vertrek, landingsbanen vanaf 55 jaar, overplaatsingen naar andere winkels en SWT (het vroegere brugpensioen) vanaf 56 jaar. Vooral dat laatste botste op kritiek in de federale regering. Peeters zette door en in juli werd het voorstel voor SWT goedgekeurd. Zo ging de minister in tegen de mantra van de regering-Michel dat langer werken een must was.

Werkbaar werk

Ook in het arbeidsmarktbeleid was Peeters een remmende factor. Een cao over nachtarbeid in e-commerce liet maanden op zich wachten. Maar vooral de afhandeling van de wet wendbaar en werkbaar werk was een pijnlijke episode.

Het moest de grote werf worden van de federale minister van Werk. In de lente van 2016 bereikte de federale regering een akkoord over arbeidsmarkthervormingen. Het meest opvallende voorstel was dat van de annualisering van de arbeidstijd. De bedoeling is de 38-urige werkweek flexibeler en op jaarbasis vast te leggen. Werknemers zouden in drukke periodes meer dan 38 uur per week werken (met een maximum van 45 uur) en in minder drukke tijden minder dan 38 uur. Maar toen Kris Peeters in de zomer zijn ontwerpteksten voor een gemoderniseerd arbeidsrecht publiceerde, bleek de tekst afgezwakt via allerlei voorwaarden en uitzonderingen. Zo zou de annualisering van de arbeidstijd niet leiden tot de verwachte kostenverlaging voor bedrijven.

Datzelfde jaar koppelde Peeters een hervorming van de vennootschapsbelasting aan een meerwaardebelasting op aandelen. Dat leidde tot een blokkering en ei zo na tot de val van de regering. In 2017 kwam de daling van de vennootschapsbelasting er toch. Weliswaar gecompenseerd door het optrekken van de roerende voorheffing naar 30 procent. Veel kmo-ondernemers, de oude achterban van Peeters, waren woest. De minister was steeds minder welkom op Unizo-feestjes. En als hij toch opdaagde, kreeg hij veel boze blikken. Er was meer dan één afdeling waar de minister op een (nieuwjaars)receptie geërgerd vertrok nadat de lokale voorzitter het gebrekkige federale beleid zwaar had bekritiseerd.

Zelfs bij het afsluiten van het jongste zomerakkoord (2018) van de regering-Michel was Peeters een remmende factor. Open Vld en de N-VA wilden beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen. Dat was onaanvaardbaar voor CD&V. Het compromis was een verdere degressiviteit van de werkloosheidsuiteringen. Peeters zelf moest nagaan hoe die er concreet zou uitzien. De Gentse arbeidseconoom Stijn Baert had een uitgewerkt voorstel klaar, maar dat bleef wekenlang in de lade van de minister zitten. Toen de regering-Michel viel over het VN-migratiepact leek het er even op dat de N-VA de hervorming vanuit de oppositie zou steunen. Peeters bleef evenwel talmen en de laatste geplande sociaaleconomische hervorming stierf een stille dood.