Je kunt optimistish zijn over heel specifieke zaken: Wout Van Aert wordt wereldkampioen, ik zal gespaard blijven van covid-19. Maar je kunt ook gewoon optimistisch zijn over zowat alles: ik zal geld verdienen aan deze zaak, het zal niet regenen en mijn huwelijk zal standhouden. Bijna veertig jaar geleden begonnen Scheier & Carver hun studie over wat zij dispositioneel optimisme noemden. Psychologen zijn erin geslaagd die fundamenteel optimistische houding vrij betrouwbaar te meten. Epidemiologische studies - een begrip waar we stilaan vertrouwd mee raken - vertrekken vaak van gezonde individuen en bestuderen wie jaren later ernstig ziek wordt. Uit een studie naar 95.000 Amerikanen bleek dat de 25 procent grootste optimisten in vergelijking met de 25 procent grootste pessimisten veel minder hart- en bloedvatenproblemen hebben. De verschillen zijn niet bepaald klein. Voor overlijdens door cardiovasculaire incidenten bedroeg het verschil zelfs 30 procent. Oudere vrijwilligers werden gevolgd toen ze gemiddeld zeventig waren. Vier jaar later lag hartfalen bij de pessimisten bijna 50 procent hoger.

Is optimisme ook in deze tijden een zegen?

Om het met een boutade te zeggen: niet de dynamische ondernemer, maar de chagrijnige ambtenaar krijgt een hartinfarct. Trends pleit vaak voor ondernemerschap. Nu is er een bijkomend argument: het is goed voor je gezondheid. Tenminste als je onderneemt uit optimisme.

Kleine waarschuwing: in tegenstelling tot wat de volksmond beweert ('mensen die kankeren krijgen kanker') is het verband tussen overlijden aan kanker en optimisme verre van duidelijk. Het ligt natuurlijk, net zoals met de coronacijfers uit Zweden, niet allemaal zo eenvoudig. Zijn er geen storende factoren? Is er iets wat we over het hoofd zien? Is het echt wel optimisme dat ons langer doet leven? Zo'n vraag beantwoord je niet op café. Onderzoekers zijn er zich scherp van bewust dat optimisme bijvoorbeeld samenhangt met de afwezigheid van angst. Misschien is het dus niet pessimisme, maar angst die ons leven verkort. Eindeloze studies hebben geprobeerd dat probleem uit te klaren. Maar de conclusie bleef: niet angst, neuroticisme of destructieve gevoelens verklaren het verband tussen optimisme en langer gezond leven. Die factoren versterken het wel, maar het is wel degelijk optimisme dat de klus klaart.

En weten we dankzij het baanbrekende werk van Scheier & Carver ook hoe het mechanisme werkt? Bidden optimisten meer tot God en verhoort hij hun gebeden? Onderzoekers hebben drie grote paden gevonden die leiden van optimisme naar langer leven. Ten eerste: optimisten leven gewoonweg gezonder. Ze volgen beter de wijze raad van hun artsen, hun partner of de weekendbijlage in de betere krant. Ze geloven dat hun gedrag een verschil kan maken en start to run. Ze volgen beter een dieet en zuchten niet: de artsen weten het ook niet. Zoek het vooral niet te ver: optimisten roken en drinken minder alcohol. En ze beschermen hun gezondheid beter. Optimisten zullen dus meer afstand bewaren, regelmatiger hun handen wassen en mondmaskers dragen omdat ze geloven dat het helpt. Daarnaast lijkt er een tweede, meer rechtstreeks pad te lopen van optimisme naar ons immuunsysteem, stresshormonen en nog een aantal biologische correlaten. En het derde pad? Optimisten zijn aangenamer gezelschap, ze hebben meer vrienden en meer sociale steun. Ze hebben minder het gevoel er alleen voor te staan en kennen meer mensen op wie ze een beroep kunnen doen. En dat is al tientallen jaren bekend: vereenzaming is een groot gezondheidsrisico. Dat kan in deze kerstperiode niet genoeg beklemtoond worden.

Er is een beetje licht aan het eind van de coronatunnel. Hoe goed je het ziet, heb je een beetje in de hand. Het zal je helpen langer te leven. Zeker als je je aan de regels houdt.

Je kunt optimistish zijn over heel specifieke zaken: Wout Van Aert wordt wereldkampioen, ik zal gespaard blijven van covid-19. Maar je kunt ook gewoon optimistisch zijn over zowat alles: ik zal geld verdienen aan deze zaak, het zal niet regenen en mijn huwelijk zal standhouden. Bijna veertig jaar geleden begonnen Scheier & Carver hun studie over wat zij dispositioneel optimisme noemden. Psychologen zijn erin geslaagd die fundamenteel optimistische houding vrij betrouwbaar te meten. Epidemiologische studies - een begrip waar we stilaan vertrouwd mee raken - vertrekken vaak van gezonde individuen en bestuderen wie jaren later ernstig ziek wordt. Uit een studie naar 95.000 Amerikanen bleek dat de 25 procent grootste optimisten in vergelijking met de 25 procent grootste pessimisten veel minder hart- en bloedvatenproblemen hebben. De verschillen zijn niet bepaald klein. Voor overlijdens door cardiovasculaire incidenten bedroeg het verschil zelfs 30 procent. Oudere vrijwilligers werden gevolgd toen ze gemiddeld zeventig waren. Vier jaar later lag hartfalen bij de pessimisten bijna 50 procent hoger. Om het met een boutade te zeggen: niet de dynamische ondernemer, maar de chagrijnige ambtenaar krijgt een hartinfarct. Trends pleit vaak voor ondernemerschap. Nu is er een bijkomend argument: het is goed voor je gezondheid. Tenminste als je onderneemt uit optimisme. Kleine waarschuwing: in tegenstelling tot wat de volksmond beweert ('mensen die kankeren krijgen kanker') is het verband tussen overlijden aan kanker en optimisme verre van duidelijk. Het ligt natuurlijk, net zoals met de coronacijfers uit Zweden, niet allemaal zo eenvoudig. Zijn er geen storende factoren? Is er iets wat we over het hoofd zien? Is het echt wel optimisme dat ons langer doet leven? Zo'n vraag beantwoord je niet op café. Onderzoekers zijn er zich scherp van bewust dat optimisme bijvoorbeeld samenhangt met de afwezigheid van angst. Misschien is het dus niet pessimisme, maar angst die ons leven verkort. Eindeloze studies hebben geprobeerd dat probleem uit te klaren. Maar de conclusie bleef: niet angst, neuroticisme of destructieve gevoelens verklaren het verband tussen optimisme en langer gezond leven. Die factoren versterken het wel, maar het is wel degelijk optimisme dat de klus klaart. En weten we dankzij het baanbrekende werk van Scheier & Carver ook hoe het mechanisme werkt? Bidden optimisten meer tot God en verhoort hij hun gebeden? Onderzoekers hebben drie grote paden gevonden die leiden van optimisme naar langer leven. Ten eerste: optimisten leven gewoonweg gezonder. Ze volgen beter de wijze raad van hun artsen, hun partner of de weekendbijlage in de betere krant. Ze geloven dat hun gedrag een verschil kan maken en start to run. Ze volgen beter een dieet en zuchten niet: de artsen weten het ook niet. Zoek het vooral niet te ver: optimisten roken en drinken minder alcohol. En ze beschermen hun gezondheid beter. Optimisten zullen dus meer afstand bewaren, regelmatiger hun handen wassen en mondmaskers dragen omdat ze geloven dat het helpt. Daarnaast lijkt er een tweede, meer rechtstreeks pad te lopen van optimisme naar ons immuunsysteem, stresshormonen en nog een aantal biologische correlaten. En het derde pad? Optimisten zijn aangenamer gezelschap, ze hebben meer vrienden en meer sociale steun. Ze hebben minder het gevoel er alleen voor te staan en kennen meer mensen op wie ze een beroep kunnen doen. En dat is al tientallen jaren bekend: vereenzaming is een groot gezondheidsrisico. Dat kan in deze kerstperiode niet genoeg beklemtoond worden. Er is een beetje licht aan het eind van de coronatunnel. Hoe goed je het ziet, heb je een beetje in de hand. Het zal je helpen langer te leven. Zeker als je je aan de regels houdt.