De afgelopen maanden verschijnen almaar meer berichten over het groeiend aantal vacatures. Ondanks de hoge werkloosheid, de frequente bedrijfssluitingen en de moeilijkheden van vijftigplussers om een baan te vinden of te houden, is er op de arbeidsmarkt een vraag waaraan niet kan worden voldaan. Het gaat wel om een vraag naar veeleer gespecialiseerde arbeidskrachten, maar het illustreert toch dat het aanbod niet aansluit op de vraag.
...

De afgelopen maanden verschijnen almaar meer berichten over het groeiend aantal vacatures. Ondanks de hoge werkloosheid, de frequente bedrijfssluitingen en de moeilijkheden van vijftigplussers om een baan te vinden of te houden, is er op de arbeidsmarkt een vraag waaraan niet kan worden voldaan. Het gaat wel om een vraag naar veeleer gespecialiseerde arbeidskrachten, maar het illustreert toch dat het aanbod niet aansluit op de vraag. Een blijvende onvoldane vraag bij een aanbodoverschot wijst op structurele problemen. Op de arbeidsmarkt worden die niet in een handomdraai opgelost. Buiten beschouwingen over het onderwijs, de mobiliteit, de regelgeving en veel andere aspecten van de arbeidsmarkt, is de verloning een cruciale factor. Werkgevers wijzen op de hoge arbeidskosten, waardoor bijkomende loonsverhogingen niet haalbaar zijn. Maar dan komen we opnieuw bij het verschil tussen de bruto- en de nettolonen. De enorme kloof tussen beide wordt steeds vaker omzeild door fiscaal gunstige verloningen. Bedrijfswagens springen daar het meest in het oog. Maar ook die voordelen worden meer en meer belast, zodat die fiscale sluiproute binnen enkele jaren, deels door de discussie over mobiliteit, zal worden afgesloten. We twijfelen er niet aan dat fiscalisten voldoende creatief zijn om nieuwe vergoedingsvormen te bedenken, maar die zijn geen oplossing. Steeds meer belastingvriendelijke voordelen geven aan werknemers, zal snel op limieten botsen. Werknemers zullen niet blijven aanvaarden dat ze bijvoorbeeld een ruimere wagen krijgen om in aangenamere omstandigheden de files te trotseren, maar geen loonsverhoging waarmee ze hun vakantie kunnen betalen of hun hypothecaire schuld aflossen. Het spel van kat en muis tussen de werknemer-belastingbetaler en de fiscus loopt op zijn einde. Dromen over een grondige hervorming van de inkomstenbelastingen kan altijd, maar er is de afgelopen jaren niets gebeurd in die richting. Waarom zal het morgen anders zijn? Finaal zullen de bedrijven niet anders kunnen dan de lonen te verhogen, maar zo wordt een rem gezet op de banencreatie, het middel bij uitstek om veel van onze problemen op te lossen. De problemen van de arbeidsmarkt resulteren in een verontrustende macro-economische vaststelling. Hoewel de groeicijfers die positief afsteken tegen die van de afgelopen tien jaar, zet de arbeidsmarkt een stevige rem op de verdere versnelling van die groei. Dat houdt in dat het inkomen dat verloren ging na de financiële crisis van 2008 - de groei daalde van bijna 2,5 naar 1,0 procent - voor eeuwig en altijd verloren lijkt. Erger, er is geen kans dat we ooit opnieuw groeien met percentages van 2,5 procent of meer. Het logische gevolg is dat de werkloosheid, die al meer dan vier decennia een dramatisch structureel probleem is, even hoog zal blijven, of nog verder zal toenemen. De regering kan wel proberen via allerhande beleidsinstrumenten arbeidsplaatsen te creëren, maar is het zinvol te roepen dat ze 'jobs, jobs, en jobs' nastreeft, als die jobs niet ingevuld raken? Banencreatie is dan contraproductief, want de spanning op de arbeidsmarkt wordt groter: meer concurrentie voor de schaarse werkkrachten zal de opwaartse druk op de lonen doen toenemen. Een beleid van banencreatie is dan gedoemd te mislukken met hoge kosten en een lage opbrengst. Zowel binnen- als buitenlandse bedrijfsleiders zullen snel oplossingen zoeken buiten België als hun vacatures blijven openstaan. Zo riskeren we in een negatieve spiraal terecht te komen, waarbij de werkgelegenheid uiteindelijk verder zal afbrokkelen, ondanks de zware financiële stimulansen van de overheid. Het arbeidsmarktbeleid moet dus dringend meer worden afgestemd op het invullen van de openstaande vacatures - anders gezegd: afgestemd op het arbeidsaanbod, veeleer dan op de vraag naar arbeid. Dat kan, zoals zo veel andere problemen in ons land, niet worden opgelost zonder drastisch snijwerk in de overheidsuitgaven, zodat een hogere verloning voor de arbeidsinspanning mogelijk wordt. Het afwijzen van zo'n beleid brengt ons automatisch bij een agressief uitkeringsbeleid. Alternatieven zullen er op korte termijn niet zijn.