Het recente IPCC-rapport drukte ons nog maar eens met de neus op het feit dat de klimaatopwarming is. De beknopte versie is: de aarde warmt sneller dan gedacht op, en de oorzaak zijn de broeikasgassen die de mens uitstoot. De oplossing is de uitstoot zo snel mogelijk naar nul terug te dringen. Dat kan rechtstreeks met nieuwe technologie en gedragsaanpassingen waardoor de bedrijven en de consumenten minder uitstoten. Dat kan ook onrechtstreeks door de geldstromen richting koolstofintensieve bedrijven en praktijken langzaam te doen opdrogen.
...

Het recente IPCC-rapport drukte ons nog maar eens met de neus op het feit dat de klimaatopwarming is. De beknopte versie is: de aarde warmt sneller dan gedacht op, en de oorzaak zijn de broeikasgassen die de mens uitstoot. De oplossing is de uitstoot zo snel mogelijk naar nul terug te dringen. Dat kan rechtstreeks met nieuwe technologie en gedragsaanpassingen waardoor de bedrijven en de consumenten minder uitstoten. Dat kan ook onrechtstreeks door de geldstromen richting koolstofintensieve bedrijven en praktijken langzaam te doen opdrogen. In de financiële wereld is er nog veel laaghangend fruit, ziet Frank Van Gansbeke. De Belg is professor aan het Middlebury College in de Amerikaanse staat Vermont en werkte voordien hij in de financiële sector. "Ik heb meer dan 35 jaar in de banksector gewerkt. Ik heb dus een goed zicht op hoe financiële instellingen en centrale banken werken en hoe de standaardpraktijken van bedrijfsfinanciering ineen zitten", vertelt hij. "Het verbaasde me almaar meer hoe weinig de natuur en het klimaat in rekening worden gebracht in de modellen en de praktijken die het financiële systeem domineren." Daar wil hij met concrete ideeën verandering in brengen. Een overzicht van enkele voorstellen waarover hij ook uitvoerig heeft gepubliceerd in het Amerikaanse zakenblad Forbes. In het financiële systeem draait alles om wie kapitaal verschaft aan wie en voor welke doeleinden. Kapitaalallocatie heet dat. Investeerders verschaffen risicokapitaal en kredietverstrekkers schuldkapitaal aan bedrijven, die daar hun plannen mee verwezenlijken. Maar er stroomt nog te veel kapitaal naar de verkeerde zaken. "Sinds het akkoord van Parijs heeft de banksector wereldwijd nog voor 3800 miljard dollar kredieten verstrekt aan de sector van de fossiele brandstoffen", stelt Frank Van Gansbeke. Dat komt volgens de Belg omdat de modellen die de wereld van de bedrijfsfinanciering bestieren, nog altijd geen rekening houden met de klimaatrisico's en de CO2-voetafdruk van de projecten en de bedrijven die ze financieren. Het bekendste voorbeeld is het Capital Asset Pricing Model (CAPM), waar Sharpe en Markowitz in 1990 de Nobelprijs voor kregen. Investeerders gebruiken het om het rendement te berekenen dat ze voor een investering willen halen. Zakenbanken gebruiken het voor de waardebepalingen van grote transacties en overnames. "Dat model houdt geen rekening met de CO2-voetafdruk en klimaatrisico's", zegt Frank Van Gansbeke. Zijn oplossing is die zaken wel mee te nemen in de kostprijs voor risico- en schuldkapitaal. "Je zou daar enkele procenten voor moeten aanrekenen, en die laten zakken als het bedrijf inspanningen levert om zijn uitstoot te verminderen", legt hij uit. "Dat zou het voor bijvoorbeeld Exxon veel duurder maken om kapitaal op te halen, waardoor de aandelenwaardering en de kredietwaardigheid van zo'n bedrijf dalen. Als Exxon zijn CO2-voetafdruk verkleint, gebeurt het omgekeerde." Die verhoogde kapitaalkosten voor koolstofintensieve bedrijven werken onrechtstreeks als een CO2-prijs. Hun producten en diensten worden er duurder van, en de consumenten zullen meer duurzame alternatieven kiezen. Sectoren die niet verduurzamen zullen zich uit de markt prijzen. In hun rol als bankentoezichthouder kunnen de centrale banken die klimaatnadruk kracht bijzetten. "De centrale banken moeten kapitaalverschaffers zoals banken erop wijzen dat ze vanuit klimaatoogpunt totaal fout zitten wat betreft de projecten en bedrijven die ze helpen te financieren, en dat de risico's die ze met die kapitaalverschaffing op hun balansen nemen verkeerd geprijsd zijn. Hetzelfde geldt voor kredieten van niet bancaire spelers, zoals hefboomfondsen of private equity, die bij de fossielebrandstoffenbedrijven terechtkomen", zegt de oud-bankier. De bedrijven verstoppen zich vaak achter het argument dat dat nog meer regels en rapporteringsverplichtingen met zich brengt. Dat klopt, zegt Frank Van Gansbeke, maar de bedrijven zouden zich bewust moeten zijn van hun eigen klimaatrisico's. "Er zijn nog veel bedrijven die het klimaat niet als een essentieel onderdeel van hun bedrijfsmodel zien. Als de bedrijven zelf die risico's niet voor ogen houden, hoe kunnen ze zich er dan aan aanpassen of erop inspelen met innovatie? Het klimaat is onlosmakelijk verbonden met elk bedrijfsmodel", zegt hij. De bedrijven kunnen bijvoorbeeld in kaart brengen hoe sterk hun aanvoerketens blootgesteld zijn aan klimaatrisico's. "Als een bedrijf voor zijn productie essentiële onderdelen invoert van een fabriek aan de oevers van de Mississippi, dan moet het rekening houden met het overstromingsgevaar. Zulke inzichten zijn essentieel voor elk bedrijfsmodel." Door die klimaatrisico's in te bedden in de modellen voor de bedrijfsfinanciering, dreigen veel banken opgescheept te zitten met waardeloze kredieten aan bedrijven en projecten met een te hoge klimaatvoetafdruk. Om dat risico te beheren, kunnen centrale banken een bad bank oprichten waarin ze die kredieten van de banken overnemen, weliswaar tegen een verminderde prijs dan de initiële waarde. Het risico verschuift daarmee van de bankbalans naar de centrale banken. "De voorwaarde moet zijn dat de banken het geld dat ze daarvoor krijgen, gebruiken voor duurzame kredieten", verduidelijkt Frank Van Gansbeke. "De centrale bank wordt op haar beurt de kredietverstrekker aan die slechte klimaatleerlingen en kan hun nieuwe kredietvoorwaarden opleggen om versneld te verduurzamen." Behalve als toezichthouder kunnen de centrale banken ook met hun monetair beleid meer doen voor het klimaat. Het belangrijkste instrument daarvoor zijn hun obligatieaankopen, het zogenoemde quantitative easing of QE. "Daarmee hebben de voornaamste vier centrale banken wereldwijd meer dan 30.000 miljard dollar aan schuldpapier op hun balans genomen", stelt Frank Van Gansbeke. "Ze zouden, zeker in het licht van het recente IPCC-rapport, die opkoopprogramma's meer kunnen richten op bedrijven en andere schulduitgevers die hun klimaatvoetafdruk willen verkleinen." "Ja, maar er zijn te weinig groene obligaties", is het tegenargument van de centrale banken. "Dat klopt, maar je moet het breder bekijken. Heel veel bedrijven spannen zich in om te verduurzamen, zonder dat hun obligaties daarvoor een groen label krijgen. Daar kunnen centrale banken hun opkopen ook op richten", legt de Belgische professor uit. Veel centrale bankiers schermen met hun onafhankelijkheid, en vinden dat ze zich niet met het klimaat moet inlaten. "Prijsstabiliteit en werkgelegenheid blijven de kern van ons metier", klinkt het. Onterecht, meent Frank Van Gansbeke, want de klimaatopwarming heeft een rechtstreekse impact op die prijsstabiliteit. "Klimaatrampen zoals de overstromingen in ons land en Duitsland ontwrichten de aanvoerketens in een economie en dat veroorzaakt onvermijdelijk prijsstijgingen", stelt hij. "En dat was nog maar klein bier. Beeld je maar eens in wat ernstigere klimaatontwrichting op de langere termijn kunnen aanrichten. Hetzelfde geldt voor landbouwoogsten die mislukken door droogte of extreme regenval. Desondanks speelt het klimaat geen enkele rol in het inflatieraamwerk van de centrale banken. Dat is onvoorstelbaar. De ECB verdient wel een pluim voor het Climate Centre dat ze onlangs heeft opgezet." Volgens Van Gansbeke moet er ook een mondiale klimaatmunt komen om de klimaattransitie wereldwijd te financieren. Het Internationaal Monetair Fonds kan die uitgeven. Met het klimaatakkoord van Parijs hebben alle deelnemende landen zich verbonden om specifiek nationale doelstellingen te halen. "Als we de aarde niet meer dan de 1,5 graden willen opwarmen, kunnen we nog maar maximaal 268 gigaton CO2 uitstoten. Nu stoten we jaarlijks 54 gigaton uit. We hebben dus minder dan zes jaar over", rekent hij voor. Die klimaatmunt kan dienen om de landen daarvoor te vergoeden, en zo snel mogelijk hun uitstoot naar beneden te krijgen. "Als de Braziliaanse president Bolsonaro zegt dat hij geen geld heeft om de ontbossing van het Amazonewoud tegen te gaan, kan het IMF hem in die klimaatmunt betalen voor elke bewezen inspanning die hij daarvoor levert", geeft Van Gansbeke als voorbeeld. Brazilië kan dan met die klimaatmunt op de internationale geldmarkten dollars ophalen om zijn overheidsschulden in dollars af te betalen. "We hebben alle instrumenten om het financiële systeem en het kapitaal dat daarin verdeeld wordt, te verduurzamen", zegt de Belg hoopvol. Toch gebeurt daar heel weinig mee, en botsen nieuwe initiatieven op weerstand. Hij ziet daar drie redenen voor: "Blijkbaar is ons brein niet in staat te reageren op grote, onvoorstelbare risico's. Als we een konijn op de weg zien, geeft ons brein een signaal om te remmen of uit te wijken. Als we zoiets omvangrijks als de klimaatopwarming op ons af zien komen, blokkeert ons reactievermogen", zegt hij. "Daarnaast is de lobbymacht van de fossielebrandstoffenindustrie heel sterk. Zij zijn goed vertegenwoordigd in de bestuursraden van banken." Ten slotte ligt de hiërarchie van onze maatschappelijke waarden overhoop, omdat er geen correcte prijs staat op de CO2-uitstoot, aldus Van Gansbeke. Hij hoopt dat voorstellen als de zijne daar een steentje toe bijdragen. "Als er een duidelijk prijssignaal komt voor CO2, brengt dat hopelijk een kapitaalstroom en een braindrain op gang naar sectoren waar mensen kunnen werken aan oplossingen voor essentiële vraagstukken, zoals het klimaat. Hopelijk zorgt dat ervoor dat we tegen 2050 onze koolstofreserves niet hebben opgebruikt."