China lijkt alles wat de Verenigde Staten niet meer zijn: een groeiende economie met riante handelsoverschotten, die de coronapandemie grotendeels onder controle heeft. En vooral: een land met een sterk leiderschap. Zelfs miljardairs ontsnappen niet aan de toorn van president Xi Jinping, zoals Alibaba-stichter Jack Ma heeft ondervonden. Na diens kritiek op de Chinese staatsbanken stak Peking een stokje voor de lucratieve beursgang van zijn betaalfiliaal Ant Group.
...

China lijkt alles wat de Verenigde Staten niet meer zijn: een groeiende economie met riante handelsoverschotten, die de coronapandemie grotendeels onder controle heeft. En vooral: een land met een sterk leiderschap. Zelfs miljardairs ontsnappen niet aan de toorn van president Xi Jinping, zoals Alibaba-stichter Jack Ma heeft ondervonden. Na diens kritiek op de Chinese staatsbanken stak Peking een stokje voor de lucratieve beursgang van zijn betaalfiliaal Ant Group. De Verenigde Staten, die andere grote speler op het wereldtoneel, lijken hun prestige kwijt te zijn. De voorbije jaren raakte de Amerikaanse politiek gepolariseerd, brokkelde de infrastructuur af, groeide de inkomensgelijkheid en trok president Donald Trump zijn land terug uit het klimaatakkoord van Parijs en de Wereldgezondheidsorganisatie. Na de bestorming van het Capitool in Washington DC, onder aanmoediging van de president, maakten veel commentatoren de vergelijking met een bananenrepubliek. Joe Biden wil het tij keren, maar de 78-jarige president straalt niet de energie uit van een jonge John F. Kennedy begin jaren zestig, toen de Verenigde Staten nog het lichtende voorbeeld van de wereld waren. Wordt China het nieuwe voorbeeld? Staat de wereld voor een machtswissel? "Dat vraag ik me ook almaar meer af", zegt Jonathan Holslag, Chinaspecialist en hoogleraar internationale betrekkingen aan de VUB. "Er staan twee kampioenen tegenover elkaar. Welke als winnaar uit de bus komt, durf ik niet te voorspellen." China heeft nog grote zwaktes, meent Holslag. De Chinese productiviteit stagneert al jaren, ondanks massale investeringen in een hoogtechnologische economie. De Chinese afhankelijkheid van buitenlandse technologie is zelfs groter geworden. "Neem elektrische auto's. Op de batterij na bulken die van de Japanse en de Zuid-Koreaanse systemen. China slaagt er nog niet in zelf sterke merken te ontwikkelen. Of kijk naar het Chinese vliegtuig Comac C919, dat de concurrentie moet aangaan met Airbus en Boeing. Drie kwart van de systemen van dat vliegtuig is buitenlands, en voor de integratie ervan hangt China af van Russische en Oekraïense ingenieurs. China is nog niet de nieuwe technologische leider." In artificiële intelligentie, big data en kwantumtechnologie heeft China enkele succesverhalen, maar het blijven symboolprojecten waarvan de economische weerslag moeilijk in te schatten valt, vindt Holslag. "De gigantische uitrol van cash- en kaartloos betalen door de Chinese bedrijven Ant Group en Tencent is spectaculair. Maar je moet voorbij de hype kijken. Het achterliggende IT-systeem is afhankelijk van buitenlandse componenten. De kanarie in de koolmijn is de Chinese sector van de halfgeleiders. Ondanks enorme investeringen kan China nog altijd geen supersnelle halfgeleiders produceren voor zijn toepassingen in artificiële intelligentie. Voor de hele Chinese industrie geldt: gigantische investeringen, hoge schuldenbergen, maar bijzonder weinig rendement." De Chinese industrie is voor 30 à 40 procent afhankelijk van de export en er is overcapaciteit. Van die kwetsbaarheid maakt China evenwel een troef, stelt Holslag. "China gebruikt zijn overcapaciteit om producten te dumpen op de wereldmarkt, met handelsoverschotten als gevolg. Daarmee financiert het buitenlandse investeringen, om andere landen aan zich te binden. Die strategie zit achter het internationale infrastructuurproject Belt and Road Initiative en het RCEP, het vrijhandelsakkoord dat China onlangs sloot met veertien andere Aziatische landen. Vervuilende en grondstofrijke industrieën verhuist China naar Vietnam, Laos of Cambodja, terwijl het de interessante brokken voor zichzelf houdt." Op die manier breidt China zonder wapengekletter stelselmatig zijn economische macht uit. "Landen als Japan, Zuid-Korea en Australië vragen zich af in hoeverre de Verenigde Staten hun belangen zullen beschermen als puntje bij paaltje komt", zegt Holslag. "De Amerikanen blazen warm en koud: ze zeggen dat ze hun militaire aanwezigheid in de Stille Oceaan willen opdrijven, maar blijven op afstand van China. Dat doet de Aziatische landen twijfelen. Daarom blijven ze schipperen tussen Washington en Peking. Dat is voor de Chinezen een uitgelezen kans." De grote les is dat China veel strategischer denkt dan het Westen, aldus Holslag. "Het Westen, en zeker Europa, denkt gefragmenteerd over politiek. Handel, industrie, ecologie en andere beleidsdomeinen zitten bij ons in kokers. China legt dwarsverbanden en denkt in termen van eigenbelang en macht. Het recente investeringsakkoord met de Europese Unie is de zoveelste Chinese meesterzet. China doet vage beloften, terwijl Europa via het akkoord het Chinese regime bevestigt, de Oeigoerenkampen ten spijt." Die Chinese strategie kan slechts werken omdat het Westen slagkracht mist, verklaart Holslag. "Wij zijn verdeeld, en we zijn vooral niet bereid veel op te geven. China wordt gedreven door een enorm nationalisme. Het land wil sterk worden en het respect van de wereld afdwingen. Daarvoor willen de Chinezen keihard werken en een beperking van hun privacy en vrije meningsuiting aanvaarden. Het Westen waant zich vrij, maar is het afhankelijk van ingevoerde consumptiegoederen en buitenlandse schulden. De Verenigde Staten hangen grotendeels af van Chinese kredieten. Het zou mij niet verbazen als een tiende tot een vijfde van de Belgische overheidsschuld in Chinese handen is. Die zwakke positie als schuldenaar maakt het ons moeilijk weerwerk te bieden. We moeten onze strategische autonomie herwinnen. Maar we zijn niet bereid daarvoor de prijs te betalen. Die zelfgenoegzaamheid - ik noem het decadentie - buiten de Chinezen genadeloos uit." De rest van de wereld bewondert China voor de manier waarop het regime zijn zaken voor elkaar krijgt. "De westerse democratie wordt een bedreigde diersoort. Het Chinese autoritarisme en staatskapitalisme krijgen almaar meer volgelingen, ook in Europa", zegt Holslag. "De Hongaarse premier Viktor Orban dweept openlijk met het autoritarisme, en zelfs onze eigen elite stelt hardop de vraag of onze democratie nog wenselijk en leefbaar is. De westerse soft power erodeert." President Xi Jinping acht het moment gekomen om met het Chinese model de boer op te gaan. Een deel van de beïnvloeding loopt via de academische Confuciusinstituten, maar Holslag denkt ook aan de banden die China smeedt met lokale politieke elites, door investeringen te beloven bijvoorbeeld. "De Chinezen zijn gesofisticeerde diplomaten. Het niveau van de studierichting internationale politiek aan de Chinese topuniversiteiten ligt vele malen hoger dan wat onze universiteiten bieden. China stoomt een generatie klaar om de nieuwe wereldorde aan te voeren. Europa niet. Integendeel, wij bouwen bij jongeren weerloosheid in. Dat wordt catastrofaal." De komende tien, vijftien jaar zal de Chinese Communistische Partij alles doen om haar macht en legitimiteit te versterken. Dat zal haar helpen om China heelhuids door de deels gevaarlijke transitie op het wereldtoneel te loodsen. "Nogmaals, ik weet niet of de Verenigde Staten of China als winnaar uit de bus komt", zegt Holslag. "Maar als China wint, krijgen we een imperium dat veel machtiger is dan de wereld ooit gezien heeft. Het vroegere Chinese keizerrijk heeft grootse tijden gekend, maar het bleef opgesloten door de zeeën en het Himalaya-gebergte. De aardrijkskunde beperkte China's macht. Die beperking speelt niet meer. China bouwt een internationaal netwerk op. Combineer dat met de zwakheid en de verdeeldheid in de rest van de wereld, en je krijgt een mogendheid die het Duitse Rijk, de Sovjet-Unie en alle andere imperia van het verleden in de schaduw zal zetten." De Europeanen zijn gewaarschuwd. "Zoals de Oudgriekse denker Thucydides al zei: 'De zwakken doen wat ze moeten doen, de sterken doen waar ze zin in hebben.' De Europese Commissie heeft de mond vol van strategische autonomie. Dat ze daar nu eens werk van maakt", zegt Holslag. "Europa vindt het vervelend om naar de pijpen van de Amerikanen te moeten dansen. Als het niet uitkijkt, danst het weldra naar de pijpen van twee spelers. Europa moet slagkracht opbouwen. Dat betekent niet dat het zich moet isoleren. Het gigantische potentieel van China noopt ons sterke partnerschappen aan te gaan met landen als de Verenigde Staten, Japan en misschien ook India." China wordt de dominante wereldspeler, maar het zal geen wereldhegemonie nastreven, meent Philippe Snel. De Belgische zakenadvocaat woont en werkt al vijftien jaar in Sjanghai en weet wat er speelt bij het establishment. "Met China wordt het geen winner takes all", zegt Snel. "Kijk naar de geschiedenis. China heeft nabije regio's als Mongolië, Tibet en Vietnam onderworpen. Maar toen de Chinezen in de vijftiende eeuw de verre Afrikaanse kusten en de Perzische golf verkenden, keerden ze daarna braafjes terug naar huis. China zal de wereld niet koloniseren." Uiteraard breidt China zijn economische invloed wereldwijd uit, omdat het afzetmarkten zoekt en de aanvoer van grondstoffen wil verzekeren. "Dan nog is de vraag of die wereldwijde economische invloed zo'n succes is," aldus Snel. "Chinese bedrijfsleiders schrikken ervan dat ze niet erg geliefd zijn in de wereld, ondanks de grote investeringen in het Belt and Road Initiative. Chinezen zijn niet de beste internationalisten. Het ontbreekt hen aan zoiets als Hollywood of een Jimi Hendrix. En aan een open immigratiesysteem. Een buitenlander blijft in China altijd een buitenlander, al woont hij er twintig jaar en spreekt hij vloeiend Chinees. Het Chinese wereldbeeld blijft: wij en de anderen." Intussen kan het Westen niet meer zonder China, weet Snel. "Met zijn 1,4 miljard inwoners, van wie er 400 à 500 miljoen tot de middenklasse behoren, is China de grootste markt ter wereld. Als de rest van de wereldmarkt op apegapen ligt, zoals nu, waar zal het Westen dan zijn producten verkopen, behalve in China? De leeuw is het slachtoffer van zijn prooi geworden. De westerse economie raakt niet meer van China los. Ze zag het land als een prooi, maar heeft China nu nodig om te leven." Het woord 'wereldleider' is een slecht gekozen etiket voor het toekomstige China, vindt Snel. "Het land wordt veeleer een speler waar de wereld niet meer naast kan kijken. Als de andere landen nog iets gedaan willen krijgen van China, zullen ze op één lijn moeten staan. Zal China de Verenigde Staten voorbijstreven? Ik zie dat anders. China is het probleem niet. Wel dat onze democratieën niet meer naar behoren functioneren. Dat is niet de schuld van China. Op 6 januari is het Capitool bestormd. China heeft nooit gevraagd dat we ons zo zouden laten gaan. Ik moet vaak denken aan het boek The Coming Collpase of China van Gordon Chang uit 2001. De Volksrepubliek China zou weldra instorten onder het gewicht van haar interne problemen. Twintig jaar later wacht ik nog altijd op die instorting. China is een blijver. Houd daar rekening mee."