Sinds begin deze maand zit Frankrijk in een strengere lockdown van vier weken: scholen en niet-essentiële winkels zijn dicht, de avondklok geldt vanaf 19 uur en het is verboden verder te gaan dan 10 kilometer van de eigen woning. President Emmanuel Macron veranderde het geweer van schouder om de derde coronagolf te bedwingen: gedaan met regionale lockdowns, die zich vooral situeerden in de regio rond Parijs en het noorden van Frankrijk. De strengere regels gelden nu overal. Meteen rijst de vraag wat de impact op de tweede grootste economie van de Europese Unie zal zijn. Volgens de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire blijft die beperkt. "Na een krimp van 8,2 procent in 2020 verwachtten we voor dit jaar een groei van 6 procent. Dat wordt neerwaarts bijgesteld naar 5 procent. De sluiting van de scholen en de winkels zal zich maar beperkt laten voelen", verklaarde hij aan de nieuwszender LCI. Dat is ook de voorspelling van de Franse nationale bank, die voor dit jaar een groei van 5,5 procent verwacht, "op voorwaarde dat de maatregelen niet langer van toepassing zijn begin mei".
...

Sinds begin deze maand zit Frankrijk in een strengere lockdown van vier weken: scholen en niet-essentiële winkels zijn dicht, de avondklok geldt vanaf 19 uur en het is verboden verder te gaan dan 10 kilometer van de eigen woning. President Emmanuel Macron veranderde het geweer van schouder om de derde coronagolf te bedwingen: gedaan met regionale lockdowns, die zich vooral situeerden in de regio rond Parijs en het noorden van Frankrijk. De strengere regels gelden nu overal. Meteen rijst de vraag wat de impact op de tweede grootste economie van de Europese Unie zal zijn. Volgens de Franse minister van Financiën Bruno Le Maire blijft die beperkt. "Na een krimp van 8,2 procent in 2020 verwachtten we voor dit jaar een groei van 6 procent. Dat wordt neerwaarts bijgesteld naar 5 procent. De sluiting van de scholen en de winkels zal zich maar beperkt laten voelen", verklaarde hij aan de nieuwszender LCI. Dat is ook de voorspelling van de Franse nationale bank, die voor dit jaar een groei van 5,5 procent verwacht, "op voorwaarde dat de maatregelen niet langer van toepassing zijn begin mei". "De strengere maatregelen zullen een impact hebben op de economie, maar eerder onrechtstreeks", zegt Selin Ozyurt, econoom aan de Franse poot van de kredietverzekeraar Euler Hermes. "De sluiting van de scholen zal ouders verplichten gebruik te maken van de chômage partiel (een Franse versie van onze tijdelijke werkloosheid, nvdr) om voor de kinderen te zorgen. Dat zal gevolgen hebben voor de productie in de ondernemingen. Toch wil ik de zaken in perspectief plaatsen. De Franse economische activiteit is in april 10 procent lager dan voor de crisis. In maart was dat 5,6 procent lager, maar we zijn ver verwijderd van april vorig jaar, toen de economische activiteit 30 procent lager ging. Ten tweede maakt de verstrenging voor het hele grondgebied minder verschil omdat het economische hart van Frankrijk al sinds maart in een strengere lockdown zat." Dat economische hart van het land bevat zestien departementen in het noorden en vooral de regio Île-de-France - de hoofdstad en zeven departementen eromheen. Daar woont ongeveer een vijfde van de Franse bevolking. De regio is goed voor 31 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van Frankrijk en voor 4,6 procent van het bbp van de Europese Unie. Het soortelijk gewicht ervan in Frankrijk is groter dan dat van Londen en omgeving in het Verenigd Koninkrijk. Île-de-France genereert 20,4 procent van de Franse export, een kwart van de import en meer dan 23 procent van de werkgelegenheid. Een derde van de kaderleden in het land werkt in de hoofdstad en de brede omgeving. Het is de regio met het hoogst aantal ondernemingen van het land: 1,6 miljoen. Het nummer twee, de regio Auvergne-Rhône-Alpes, volgt met 500.000 bedrijven op een respectabele afstand. Van de grootste 500 ondernemingen ter wereld hebben 28 hun hoofdzetel in Île-de-France, volgens Fortune Global. "Dat de economie daar sneller deels op slot is gegaan, heeft gevolgen voor heel Frankrijk", stelt Julien Pouget, econoom bij het statistische instituut Insee. "De coronacrisis heeft in een jaar 320.000 banen doen verdwijnen, waarvan 95.000 in de hoofdstad en de omliggende departementen. Het economische herstel zal ook daar moeten plaatsvinden. Vraag is hoe gemakkelijk dat zal gebeuren. Sectoren die midscheeps zijn geraakt door de coronacrisis wegen zwaar in het bbp van het economische hart van Frankrijk: toerisme, evenementen en luchtvaart." Net voor de crisis was de toeristische sector in le Grand Paris goed voor 21,8 miljard euro. Tel daar 6,2 miljard euro bij voor het zakentoerisme, zoals beurzen en congressen. De regio beschikt met 700.000 vierkante meter over de grootste expositieoppervlakte van het land. En dan is er Paris Aéroport (Charles de Gaulle en Orly). "Al die sectoren zagen vorig jaar een krimp van zo'n 70 procent", weet Pouget. "De vraag is wanneer we van een duurzaam herstel zullen kunnen spreken. Afgezien van het toerisme, dat deze zomer misschien aantrekt, wordt het opnieuw een moeilijk jaar. Dat hebben we in 2020 al gezien. Eind augustus was de economische herneming in Île-de-France minder sterk dan het nationale gemiddelde, afgezien van de bouwsector. Dat is een direct gevolg van het economische DNA van de Parijse regio." Toch willen de Franse economen niet té pessimistisch zijn. Verscheidene projecties voorspellen dat het economische herstel in de landen van de Europese Unie na corona in belangrijke mate zal worden aangejaagd door de consumptie van de gezinnen. Dat was na de eerste lockdown in 2020 al het geval. En net de binnenlandse consumptie is al jaren de belangrijkste Franse groeimotor, meer nog dan de export (zie grafiek Franse consumptie herstelde snel). 52 procent van de economische groei is te danken aan de binnenlandse vraag. Daarmee zit Frankrijk samen met Italië, Spanje en Griekenland in het koppeloton van de Europese Unie. "Dit land is minder afhankelijk van de internationale context", weet Olivier Garnier, econoom bij de studiedienst van de Banque de France. "30 procent van het bbp is export, in Duitsland gaat dat richting 46 procent. De steunmaatregelen aan de gezinnen waren hier ook belangrijker dan in Duitsland. De coronaschok is eerder opgevangen door de overheid met een oplopend deficit en door de bedrijven. De koopkracht per inwoner is gedaald met 0,9 procent of tien keer minder dan de economische groei." De krimp van 290 miljard euro van het bbp werd voor 200 miljard euro gedragen door de overheid, voor 70 miljard euro door de bedrijven en voor 20 miljard euro door de gezinnen. In de zomer na de eerste lockdown lieten de Fransen het geld al meer rollen dan hun grote buren, leren de cijfers van de Banque de France. In het derde kwartaal van 2020 lag de Franse consumptie slechts 1 procent lager dan voor de coronapandemie. In Duitsland was dat 4 procent, in Spanje 10 procent en in het Verenigd Koninkrijk 15 procent. "Vorig jaar spaarden de Fransen nog 130 miljard euro extra. Dit jaar is er sprake van 70 miljard euro", zegt Garnier. "De vraag is in welke mate de Franse consument dat spaargeld zal uitgeven. Frankrijk heeft een oplopend begrotingstekort en toenemende schulden. De vrees voor belastingverhogingen kan ertoe kunnen leiden dat mensen de vinger op de knip houden." Mathieu Plane, econoom bij het OFCE (Observatoire français des conjonctures économiques) maakt de vergelijking met de koopkrachtimpuls van een paar jaar geleden. Toen kreunde Frankrijk onder het protest van de gele hesjes tegen de gestegen brandstoffenprijzen. President Macron counterde dat ongenoegen met een pakket van 17 miljard euro belastingverlagingen en loonsverhogingen. "De koopkracht steeg met meer dan 2 procent, maar de consumptie volgde maar deels: +1,3 procent." "Je kunt je erover verheugen dat de consumptie net voor de recente lockdown teruggekeerd was naar 97 procent van het precrisisniveau, maar de andere pijlers van onze economie baren zorgen", zegt econoom Nicolas Baverez. "De investeringen zijn met 40 procent gedaald en de industrie draait nog altijd maar op 70 procent van de capaciteit. Het Franse handelsdeficit steeg van 3 tot 7,1 miljard euro. En de economische impuls door de focus op koopkrachtmaatregelen werd duur betaald. We zaten voor de crisis al aan een overheidsbeslag van 56 procent. Ondertussen is dat 65 procent en ik zie dat niet snel dalen." De overheidsschuld stijgt van net geen 100 procent van het bbp voor de crisis tot 118 procent dit jaar. Het begrotingstekort bedraagt 9 procent van het bbp (zie grafiek Franse overheidsschuld blijft stijgen). Moet het herstel komen van het Franse relanceplan van 100 miljard euro? "Dat kan", hoopt Pouget. "Dat zou een goede zaak zijn voor het economische centrum van Frankrijk. Misschien is dat een manier om de groei te stimuleren, als er bijvoorbeeld voldoende geld wordt vrijgemaakt voor onderzoek en ontwikkeling. Voor de crisis was Île-de-France al goed voor maar liefst 42,2 procent van de uitgaven aan onderzoek en ontwikkeling." Al waarschuwen economen dat het relanceplan pas in de periode 2022-2024 op kruissnelheid komt. Baverez is wantrouwig: "Slechts 40 van de 100 miljard euro gaat naar de industrie. Hier wordt een kans gemist om een structurele omslag te maken naar bijvoorbeeld een exporteconomie zoals in Duitsland. Ik heb de indruk dat het relanceplan in belangrijke mate uit uitgaven bestaat die als investeringen worden verkocht. Naar de gezondheidszorg gaat 15 miljard euro. De nadruk ligt daar niet op digitalisering, gemakkelijkere toegang tot de zorg of een betere kwaliteit, maar eerder op het verhogen van de sociale uitgaven, onder meer via de lonen. Er wordt ook een kans gemist om de nodige hervormingen door te voeren, zoals van de arbeidsmarkt, en meer te investeren in de opleiding van jongeren." De deeltijdse werkloosheid heeft de schok voor de arbeidsmarkt opgevangen. De werkloosheid bleef onder 10 procent, maar de jeugdwerkloosheid is met 17,7 procent nog altijd aan de hoge kant (zie grafiek Corona-impact op werkloosheid bleef beperkt). Nicolas Baverez, die ook een diploma van historicus op zak heeft, ziet parallellen met vroegere crisissen: "Na de oliecrisissen van 1975 en 1981 was Frankrijk nog altijd de op drie na grootste economie ter wereld, maar het koos voor een nefast keynesiaans relancebeleid van louter overheidsuitgaven, waardoor we achterbleven op andere economieën. Bij latere crisissen, zoals de recessie van begin jaren negentig en de financiële crisis van 2008, koos Frankrijk opnieuw voor het ondersteunen van de consumptie door de sociale uitgaven op te trekken. De begroting ontspoorde compleet en na verloop van tijd waren belastingverhogingen de noodoplossing, met nefaste gevolgen voor de groei. Dat kan straks opnieuw gebeuren."