De gemiddelde leeftijd waarop de Vlaming de arbeidsmarkt verlaat, is 60,7 jaar, leren cijfers van het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE). Dat is een duidelijk verschil met tien jaar geleden, toen de Vlaming nog op 59,5 jaar met pensioen ging. De kloof met de reële pensioenleeftijd van 65 jaar is nog groot, maar de cijfers gaan de goede richting uit.

De WSE-cijfers tonen sinds 2012 een versnelling in de stijging van de Vlaamse uittredeleeftijd. De pensioen- en arbeidsmarkthervormingen van de regeringen-Di Rupo en -Michel maakten het verschil. Die regeringen legden tussen 2012 en 2018 strengere toegangsregels vast voor het vervroegd pensioen en het SWT-stelsel. Daarnaast verplichtte de Vlaamse regering de werkzoekenden boven 55 jaar zich langer beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt.

Hervormingen verlengen loopbanen.

De beleidshervormingen hebben de loopbanen langer gemaakt. De kloof tussen de gemiddelde effectieve uittredeleeftijd en de wettelijke pensioenleeftijd wordt niet vanzelf gedicht. Zelfs nu de krapte op de arbeidsmarkt terug is, zal de vervroegde uittredeleeftijd niet automatisch stijgen. Er zijn extra hervormingen nodig. Met wat in het recente sociaal akkoord is afgesproken, zijn we er nog lang niet. Dat het SWT niet wordt versoepeld, is de normaalste zaak van de wereld.

Verontrustend is wel dat het aangepaste systeem van de landingsbanen niet tot langere loopbanen zal leiden. Het is tijd voor de regering-De Croo om zelf met hervormingen te komen. Ook de Vlaamse regering heeft nog werk en moet inzetten op meer arbeidskansen voor 55-plussers en meer werkbare banen. Er is ook dringend behoefte aan een plan om het toenemend aantal langdurige arbeidsongeschikten bij 55-plussers een halt toe te roepen.

De gemiddelde leeftijd waarop de Vlaming de arbeidsmarkt verlaat, is 60,7 jaar, leren cijfers van het Steunpunt Werk en Sociale Economie (WSE). Dat is een duidelijk verschil met tien jaar geleden, toen de Vlaming nog op 59,5 jaar met pensioen ging. De kloof met de reële pensioenleeftijd van 65 jaar is nog groot, maar de cijfers gaan de goede richting uit. De WSE-cijfers tonen sinds 2012 een versnelling in de stijging van de Vlaamse uittredeleeftijd. De pensioen- en arbeidsmarkthervormingen van de regeringen-Di Rupo en -Michel maakten het verschil. Die regeringen legden tussen 2012 en 2018 strengere toegangsregels vast voor het vervroegd pensioen en het SWT-stelsel. Daarnaast verplichtte de Vlaamse regering de werkzoekenden boven 55 jaar zich langer beschikbaar te stellen voor de arbeidsmarkt. De beleidshervormingen hebben de loopbanen langer gemaakt. De kloof tussen de gemiddelde effectieve uittredeleeftijd en de wettelijke pensioenleeftijd wordt niet vanzelf gedicht. Zelfs nu de krapte op de arbeidsmarkt terug is, zal de vervroegde uittredeleeftijd niet automatisch stijgen. Er zijn extra hervormingen nodig. Met wat in het recente sociaal akkoord is afgesproken, zijn we er nog lang niet. Dat het SWT niet wordt versoepeld, is de normaalste zaak van de wereld. Verontrustend is wel dat het aangepaste systeem van de landingsbanen niet tot langere loopbanen zal leiden. Het is tijd voor de regering-De Croo om zelf met hervormingen te komen. Ook de Vlaamse regering heeft nog werk en moet inzetten op meer arbeidskansen voor 55-plussers en meer werkbare banen. Er is ook dringend behoefte aan een plan om het toenemend aantal langdurige arbeidsongeschikten bij 55-plussers een halt toe te roepen.