Het was een sprekend contrast het voorbije weekend. De volledige media-aandacht ging naar de Amerikaanse president Donald Trump, die op de G20-top in Osaka de hand schudde van zijn Chinese collega Xi Jinping, en even later op de Noord-Koreaanse grens een fotomomentje afdwong met leider Kim Jong-un. Veel meer had Trump niet te bieden. Veel minder media-aandacht werd besteed aan de Europese Unie (EU), die een historisch handelsakkoord afsloot met de Mercosurlanden Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay. Het handelsakkoord dekt in totaal 800 miljoen mensen, en creëert zo een markt van wereldformaat, met lagere prijzen voor consumenten en nieuwe kansen voor ondernemers.

Dat positieve nieuws werd mogelijk omdat er geen grote ego's in de weg stonden. Donald Trump, Xi Jinping en Kim Jong-un kunnen zich geen gezichtsverlies veroorloven, en precies daarom blijft het rondjes draaien in de Amerikaans-Chinese handelsoorlog, of in de nucleaire spanningen met Noord-Korea. Vooral de gelijkenis tussen de G20-top van Osaka en die van Buenos Aires een half jaar geleden is ironisch. Ook toen schudde Trump het handje van Xi, waardoor de handelsoorlog even bedongen leek, maar later in alle hevigheid hernam, wat ook nu weer in de sterren geschreven staat.

Wie enkel wil winnen, riskeert te verliezen. De EU heeft geen grote ego's te verdedigen, maar boekt wel vooruitgang. Sinds de verkiezing van Trump sloot de EU al handelsakkoorden met Canada, Japan, de Mercosurlanden, en nu ook met Vietnam. Akkoorden met Mexico en Chile zitten in de pijplijn. Een dergelijk palmares kan Trump niet voorleggen. Zijn slogan America First komt in de praktijk neer op America Alone.

Mazen in het net

Samenwerking loont, maar dan moet je de koek willen verdelen. Dat is nooit gemakkelijk. Daarom duren onderhandelingen over handelsakkoorden lang. Het akkoord met Mercosur heeft twintig jaar gekost, en moet nog definitieve goedkeuring krijgen van het Europese Parlement en de Europese Ministerraad. Bovendien valt het resultaat niet samen te vatten in een simpele, Trumpiaanse tweet. Elk handelsakkoord heeft immers zijn winnaars en verliezers. Voor de Duitse autoproducenten (en hun werknemers) is het Mercosur-akkoord goed nieuws, de Franse en Belgische veeboeren mogen zich aan stevige Argentijnse concurrentie verwachten.

Handelsakkoord EU-Mercosurlanden creëert een markt van wereldformaat.

De verliezers zijn meestal de luidruchtigste partij. De Boerenbond wijst het akkoord met Mercosur af, maar zwijgt zedig over de toegang die onze boeren kregen tot de Japanse en Zuid-Koreaanse markten dankzij eerdere handelsakkoorden met de EU. En ingevoerde landbouwproducten moeten aan de Europese normen voor voedselveiligheid en milieu voldoen, of het nu gaat om rundsvlees uit Argentinië of kip uit Brazilië. De Boerenbond twijfelt of Europa die normen afdwingbaar kan maken, want 'de mazen in het net zijn groot.' Wat is dan doelmatiger: de mazen in het net dichten, of dit historische akkoord in de prullenmand gooien?

Het had de Boerenbond vooral gesierd als het bij zijn afwijzing van het Mercosur-akkoord ook de toegevingen door de andere partij in de verf had gezet. Brazilië bijvoorbeeld is een notoir protectionistisch land, maar bouwt nu zijn tolmuren voor Europa af. Net als de Belgische boer gaat ook de Braziliaanse autoarbeider onzekere tijden tegemoet.

Consumenten

Wat de tegenstanders van vrijhandel verzwijgen, is het voordeel voor de consumenten. De afbouw van tolmuren maakt producten goedkoper. Het valt niet te ontkennen dat de vrijhandel met China vele duizenden jobs heeft gekost in de Amerikaanse industrie, maar het valt evenmin te ontkennen dat de Amerikaanse middenklasse erin geslaagd is de levensstandaard enigszins in stand te houden door de goedkope Chinese producten in de supermarkt. De werkelijkheid is nooit eenvoudig en ze levert geen historische beelden op.