'Le pouvoir d'achat.' Zowat alle Franse media zijn het erover eens dat koopkracht het centrale thema was tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Wie denkt dat het bij ons anders zou zijn, dwaalt.
...

'Le pouvoir d'achat.' Zowat alle Franse media zijn het erover eens dat koopkracht het centrale thema was tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen. Wie denkt dat het bij ons anders zou zijn, dwaalt. Twee kandidaten hebben zwaar op de bescherming van de koopkracht ingezet: de extreemrechtse Marine Le Pen (23,15% van de stemmen) en haar extreemlinkse tegenpool Jean-Luc Mélenchon (21,95%). Le Pen won vooral in het verpauperde noorden en op het platteland. Het territorium van de befaamde gele hesjes, zeg maar. President Emmanuel Macron lijkt vooral steun te genieten bij de hogere inkomens en de wat oudere, gesettelde Fransen. Mélenchon scoorde vooral bij de jongeren en in de grote steden. Heel wat grote Franse steden zijn progressieve bolwerken en daar werd vaak tactisch gestemd. De progressieven zagen Mélenchon als hun enige kanshebber op de tweede ronde. Ook Macron profiteerde wellicht van tactisch stemgedrag. Progressieve steden, behoudsgezind platteland. Extreemrechts en extreemlinks die zwaar inzetten op sociale thema's. Gesettelde middenklassers tegenover jongeren die zich zorgen maken over hun financiële toekomst. Waar hebben we dat nog gehoord? Het is riskant om electorale tendensen van het ene land naadloos op het andere over te zetten. De spelregels zijn niet dezelfde, de lokale thema's verschillen, de kwaliteit van de lijsttrekkers ook. Maar toch. Veel Fransen hebben het de jongste decennia niet makkelijk gehad. U kent de betonnen bidonvilles in de grote steden. Kijk eens rond in de oude industriebekkens van het noorden. Rijd door het mooie, maar door plattelandsvlucht getroffen midden-Frankrijk. Daar wonen de mensen die de hogere energieprijzen en de duurdere winkelkarren niet kunnen betalen. Waar Frankrijk eindigt en Henegouwen of Luxemburg begint, stopt de economische malaise niet. Grote delen van Wallonië kampen met exact dezelfde problemen. Wie er steevast op de lokale PS'er stemde, kijkt nu naar extreemlinks. Vlaamse bange kiezers hebben de keuze tussen extreemrechts of extreemlinks. Allebei zetten ze zwaar in op sociaaleconomische thema's. Het is sociaal populisme, maar het lijkt te werken. Na Vlaams Belang groeien nu ook de communisten in de peilingen. Hoe welvarend we gemiddeld ook zijn, toch ligt volgens peilingen één op de twee Vlamingen wakker van de stijgende levensduurte en het wegsmeltende spaargeld. Over energie is al veel gepraat. Vorige week pleitte de voedingsindustrie voor onderhandelingen met de supermarkten. Ondertussen willen de rusthuizen hun dagprijzen verhogen. Dat hakt erin bij de mensen. De automatische indexering van de lonen en vervangingsinkomens vangt een belangrijk deel van de klap op. De bedrijfswereld ziet haar concurrentiepositie even automatisch aangetast worden als ze haar loonkosten ziet stijgen. Daar komt hoe dan ook miserie van. Het zal niet eens volstaan. De indexkoppeling is een technocratisch antwoord op een probleem dat in de hoofden van de mensen zit. Bovendien zijn het de hogere inkomens en pensioenen die telkens de meeste harde euro's extra op de rekening krijgen. Wat is er nodig om de strijd met het sociaal populisme aan te gaan? Empathie. Het gevoel dat de pijn rechtvaardig wordt verspreid. En op lange termijn meer sociale zelfredzaamheid. Wallonië noch Vlaanderen is gebaat bij meer steun en minder goeie banen. Automatisch kom je dan bij de kerntaken van de overheid terecht, zoals Trends ze deze weken beschrijft: sterk onderwijs, gefundeerd economisch beleid, veiligheid en een helpende hand voor wie dat echt nodig heeft. De N-VA en de MR zullen de behoudsgezinde centrumkiezer wel aanspreken, zoals Emmanuel Macron doet in Frankrijk. De andere partijen moeten de kilte uit hun discours halen. Het is dat of Raoul Hedebouw.