...

De Duitse kanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron maakten op 18 mei hun plan bekend om de Europese Commissie 500 miljard euro te laten lenen voor een herstelfonds. Het fonds zou dit bedrag in de vorm van investeringssubsidies aan de meest getroffen Europese regio's en sectoren uitkeren. Dat plan maakte vervolgens de weg vrij voor het herstelfonds 'Next Generation EU' van 750 miljard euro dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen op 27 mei presenteerde. Het fonds bevat een mix van 440 miljard euro subsidies, 60 miljard euro waarborgen en 250 miljard euro leningen. Tussen 2021 en 2024 wil de Commissie het geld voor het fonds lenen op de financiële markten en het ter beschikking stellen van klimaatvriendelijke en digitaal innovatieve projecten in de lidstaten via lopende of nieuwe EU-programma's. De Europese regeringsleiders buigen zich op 19 juni voor het eerst over het herstelplan. Een consensus wordt moeilijk, want Nederland, Oostenrijk, Denemarken en Zweden - de zogenaamde 'zuinige' of 'vrekkige vier' - hebben zich in een tegenvoorstel uitgesproken tegen de transfer van subsidies en pleiten voor leningen aan de meest getroffen landen uit Zuid-Europa. Ze zijn eveneens gekant tegen het samenvoegen van schulden, ook al verzekerde eurocommissaris van begroting Johannes Hahn dat het fonds nieuwe projecten financiert en in geen geval dient om schulden van lidstaten uit het verleden te financieren of te mutualiseren. De Nederlandse liberale premier Mark Rutte (VVD) en de christendemocratische minister van financiën Wopke Hoekstra (CDA) vinden het bedrag van 750 miljard euro bovendien uit de lucht gegrepen en willen niet dat de Nederlandse bijdrage voor de Europese meerjarenbegroting 2021-2027 wordt opgetrokken. In Duitsland noemde zelfs de kandidaat-voorzitter van de CDU Norbert Röttgen het tegenvoorstel van de vier 'een provocatie' en Wolfgang Schaüble, die het jongste decennium als minister van financiën samen met Nederland een harde bezuinigingspolitiek verdedigde binnen de Eurogroep, zei dat het in het uitgesproken Duitse eigenbelang was dat de EU weer op de been wordt geholpen in deze uitzonderlijk zware crisis. Leningen in plaats van subsidies bestempelde hij als 'stenen in plaats van brood' voor landen die onder torenhoge schulden gebukt gaan. Ook Harald Benink, hoogleraar Banking en Financiën aan de Universiteit van Tilburg vindt dat de Nederlandse regering de bal misslaat: 'Nederland is net als Duitsland een open economie. Beide landen hebben een handelsoverschot van 9 à 10 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Nederland en Duitsland kunnen enorme sommen lenen om hun economie te stabiliseren, maar dat kan Italië niet omdat de staatsschuld door de coronacrisis naar 150 à 160 procent van het bbp stijgt. Als de steun uit het herstelfonds in de vorm van kredieten in plaats van investeringssubsidies gebeurt, zoals de Nederlandse regering wil, dan ga je schuld op schuld stapelen en neemt de kans op een tweede eurocrisis toe.' Het akkoord over het Europese herstelfonds moet ook in de Nederlandse Tweede Kamer worden goedgekeurd. En daar wringt het schoentje, aldus Harald Benink, want Nederland staat in maart voor parlementsverkiezingen. De eurosceptische rechts-populisten Geert Wilders (PVV) en Thierry Baudet (Forum voor de Democratie) gaan hevig tekeer tegen de 'als solidariteit vermomde geldtransfers' van Noord- naar Zuid-Europa. Rutte en Hoekstra zijn bang dat Wilders en Baudet electoraal garen spinnen met hun verzet tegen de Europese subsidies en proberen hen de wind uit de zeilen te nemen door Zuid-Europa met opgeheven vingertje de les te spellen over fiscaal en begrotingsbeleid. Maar ook in Duitsland zijn er in de herfst van 2021 parlementsverkiezingen en de CDU/CSU van Merkel staat onder een gelijkaardige druk van de rechts-populistische Alternative für Deutschland (AfD). Het verschil is dat Merkel de rechtspopulisten trotseert en Rutte en Hoekstra dat niet aandurven, aldus Harald Benink: 'Het antwoord van Merkel op de crisis is heel eenduidig dat "Europa overeind houden" ook de beste oplossing is voor Duitsland. Ze vreest dat, als een land als Italië uit de eurozone valt door de financieel-economische en politieke druk, de hele Europese eenheidsmarkt onhoudbaar wordt. Daarnaast erkent ze dat een langdurige recessie in Zuid-Europa een afzetmarkt voor Duitse wagens en andere export fel zal krimpen.' Hoewel ook de Nederlandse ondernemers die op CDA en VVD stemmen er alle belang bij hebben dat hun Zuid-Europese exportmarkt standhoudt, kiest de Nederlandse regering voor een tweeslachtig verhaal dat haar zuur zal opbreken, meent Benink. 'Ze spaart haar kritiek niet op Zuid-Europese landen als Italië of Griekenland, maakt er zelfs ruzie mee en zal uiteindelijk toch bijdraaien en Duitsland moeten volgen in een compromis. Dan zullen Baudet en Wilders kunnen zeggen: "Maar mijnheer Rutte, nu gaat u toch akkoord." Dat Nederland zijn politieke reputatie zo te grabbel gooit, daarover maken veel Nederlanders zich zorgen. Samen met een grote groep Nederlandse hoogleraren heb ik een open brief gestuurd naar de regering om het signaal te geven dat de lijn Rutte-Hoekstra lang niet door iedereen wordt gedeeld.'Nederland heeft even gedacht na de brexit de fakkel te moeten overnemen van het VK in het verzet tegen te veel Europese integratie. Maar het grote verschil is dat Nederland niet alleen veel kleiner is, maar ook de euro als munt heeft. Het VK, en ook Denemarken en Zweden, hebben hun eigen munt behouden. Het economisch voordeel van de euro voor Nederland is immens, aldus Benink. 'Toen vóór de invoering van de euro de prijzen en lonen te veel gingen stijgen in Spanje of Italië devalueerden ze hun peseta of lire tegenover de gulden en de Duitse Mark om de verzwakte concurrentiepositie te compenseren. Dat betekende telkens een revaluatie van de gulden en de Duitse mark. Maar sinds de invoering van de euro in 1999 gebeurt die revaluatie niet meer, waardoor Nederland en Duitsland al 21 jaar tegen een ondergewaardeerde wisselkoers exporteren. Vandaag zou de revaluatie ongeveer 75 procent hebben bedragen. Dat heeft Nederland en Duitsland een immens concurrentievoordeel, export-overschotten en lage werkloosheid opgeleverd. Vóór de crisis telde Nederland honderdduizenden vacatures, die we invulden met... onder andere Spanjaarden, Portugezen en Italianen.' Benink erkent dat de euro ook geld kost door de reddingspakketten in crisistijden en de lagerentepolitiek van de ECB die de spaaropbrengsten en de dekkingsgraad van de pensioenfondsen aantast. Maar ook de hypotheekrente staat lager en grosso modo zijn de baten van de euro voor Nederland en Duitsland veel groter dan de kosten, besluit hij. Beseft Rutte dat bij een volgende crisis ook Nederland kan worden meegesleurd? Harald Benink: 'Als de eurozone uit elkaar valt in een Noord-Europese en een Zuid-Europese euro, dan wordt die Noord-Europese euro een supersterke munt en krijgt hij die revaluatie waarover we het daarnet hadden in één klap. Dat gaat de Nederlandse en Duitse exportpositie onderuit halen'. Toch hoopt hij dat het met de Nederlandse Europapolitiek na de verkiezingen in maart weer de goede kant op gaat: 'De kabinetten-Lubbers, -Kok en -Balkenende waren pro-Europees. Nu bevindt Nederland zich met Rutte en Hoekstra in een kritisch tijdvak. Rutte doet het goed in de peilingen, maar waarschijnlijk komt er een regering met een nieuwe samenstelling zodat de Europapolitiek van het kabinet weer naar het midden gaat schuiven.'