Het Belgische begrotingsevenwicht is als het monster van Loch Ness. Enkel politici zien het nog opduiken, vlak voor verkiezingen, maar eigenlijk bestaat het al lang niet meer. Ook de volgende regeringen zullen de kwalijke gewoonte overnemen de gezondmaking van de overheidsfinanciën uit te stellen. De recente ontsporing van de begroting is géén gevolg van het uitblijven van een federale regering. Was het maar zo eenvoudig. De Belgische begrotingsmalaise kent veel diepere oorzaken, die niet in een handomdraai op te lossen zijn.

'Mañana' wordt het codewoord van het begrotingsbeleid in de komende jaren. De kans dat we voor 2040 een begrotingsevenwicht zullen zien, is klein. Dat evenwicht ligt om verschillende redenen nog een generatie buiten handbereik. Internationaal kantelt de tijdsgeest opnieuw richting oplopende begrotingstekorten. Nu de centrale banken uitgeput raken, zijn de overheden aan de beurt om de economie aan te zwengelen met een expansief budgettair beleid. Voor België wordt dat een handig excuus om tekorten tot 3 procent goed te praten. Zelfs die grens wordt voor dit land een lastige dobber. De vergrijzingskosten pieken pas in 2040 en leggen nu al een zware hypotheek op de begroting. Bovendien is het startpunt niet fraai: een structureel tekort dat we tegen 2020 op ongeveer 10 miljard euro mogen schatten. Het gat dichtrijden met belastingverhogingen kan niet meer, omdat de belastingdruk al tegen de limieten zit. De rentebonus is nog niet helemaal uitgeput, maar blijft geen wondermiddel. Intussen moeten ook de overheidsinvesteringen dringend omhoog, anders dreigt de gebrekkige infrastructuur het povere groeipotentieel van de economie nog meer te verstikken. En dan mag je niet denken aan de schade die een recessie vroeg of laat zal aanrichten. Daar zijn geen reserves voor aangelegd.

De overheidsfinanciën kunnen enkel gesaneerd worden met bloed, zweet en tranen, met structurele maatregelen dus. Dat zijn maatregelen die nog veel meer mensen aan het werk krijgen, vooral op oudere leeftijd. Dat zijn maatregelen die de pensioenuitgaven onder controle krijgen, zoals een pensioenmalus die vervroegd met pensioen gaan ontraadt. Maar geen enkele partij heeft na de verkiezingen van mei nog de ambitie een strenger pensioenbeleid te voeren. De kiezer toont een ernstige vorm van pensioenhervormingsmoeheid. Het wordt dus niet gemakkelijker de noodzakelijke maatregelen te nemen die nu al onhaalbaar bleken, zelfs voor een centrumrechtse regering. Het trackrecord van het begrotingsbeleid van de voorbije twintig jaar is ronduit slecht.

Geen begrotingsevenwicht voor 2040.

Spoel even terug naar 1999. Voor het eerst in decennia stonden de Belgische overheidsfinanciën er niet zo slecht voor, dankzij de besparingen in de aanloop naar de toetreding tot de euro. Er was een begrotingsevenwicht dankzij een overschot van liefst 6 procent voor de betaling van de rentelasten. Zo'n prestatie zou vandaag een overschot van bijna 4 procent opleveren. Dat was in 1999 mogelijk met een belastingdruk die ongeveer even hoog lag als nu. De staatsschuld was met 110 procent van het bruto binnenlands product (bbp) nog hoog, maar daalde snel, ook geholpen door een gunstige conjunctuur. Je moet al bijna zelf vergrijsd zijn om het nog te weten, maar er werden toen plannen gesmeed om de vergrijzing te betalen met de daling van de rentelasten.

De paarse regeringen trokken evenwel een stevige streep door de rekening. De rentebonus werd gebruikt voor een kleine blauwe belastingverlaging en een grote rode uitbouw van de welvaartsstaat. De toegenomen kwetsbaarheid maakte van de begroting een gewillig slachtoffer van de financiële crisis van 2008-2009. Bedroegen de overheidsuitgaven in 1999 nog 42 procent van het bbp, dan lopen ze vandaag op tot meer dan 50 procent. Wijs niet alleen de stijgende kosten van de vergrijzing met de vinger. Nederland bewijst dat het anders kan. De sanering van onze begroting zal aan de uitgavenkant moeten gebeuren, anders heeft ze geen kans op slagen. Een begrotingsevenwicht is geen doel op zich, maar het is, gegeven onze hoge staatsschuld, geen overbodige luxe de kwetsbaarheid van de Belgische overheidsfinanciën te beperken.