De heroïsche inspanningen van Jean-Luc Dehaene (ik hoor die naam de jongste weken vaker) om de superstrenge Maastrichtnormen te halen, dwalen nog rond in mijn geheugen. Overheidsschuld: neen! Verder herinner ik me nog hoe gidsland Duitsland de Griekse bevolking heeft doen bloeden in naam van het overheidstekort. De beelden van verpauperde gepensioneerden, studenten en ambtenaren staan nog op mijn netvlies gebrand. Ik zie nu ook onze bevolking bloeden, maar hoor geen luide stemmen: besparen, besparen, besparen! Integendeel, ik lees: iedereen steunen, ook de kunstenaars, de horeca, de kleine zelfstandige. Ik lees dat torenhoge schulden maken zo erg nog niet is, omdat de inflatie laag is. Een btw-verlaging hier, een subsidie daar, een gratis lening ginds, een uitstel van belastingen het liefst overal. Maar de inflatie zal toch uit de hand lopen, want er is toch een verband tussen schulden en inflatie?

Economen hebben zich in het verleden weleens vergist. U bent knap, maar niet onfeilbaar. Zou het niet kunnen dat we over zeven jaar bijvoorbeeld, als we volop aan het terugbetalen zijn, een volkomen onverwachte inflatie krijgen? Wat doen we dan? Of volgen we dan wél Jean-Luc en lossen we het probleem dan op?

Ik begrijp dat we nu voor een soort helikoptergeld kiezen, en niet alleen om sociale redenen. Continuïteit boven alles. Elk bedrijf dat nu failliet gaat, ondergraaft het economische weefsel dat we broodnodig nodig zullen hebben om er weer bovenop te komen. Ik herinner me het verhaal van de boeren van Olen, die ondanks alle waarschuwingen een kar maar bleven volladen met stenen. Als de as breekt, nemen we wel een steen terug, stelden ze. Zo weinig mogelijk kapotte karren in onze economie. Ik begrijp en steun zulke beslissingen. Als ik geschriften van uw collega's lees, begrijp ik die als volgt: de economie herstelt, we boeken na een snel herstel in de post-coronaperiode veel winst, we spijzen de schatkist en over twintig jaar vergeten we covid-19. Iets als de periode 1945-1965, solidair samen naar de golden sixties. Allemaal samen, solidair naar de silvern forties!

Geachte economen: U bent knap, maar niet onfeilbaar.

Maar ik lees dat de economie niet zal zijn hersteld in januari 2021, dat we nog ondermaats zullen presteren, en misschien wordt de put in 2021 nog wat groter. Als bedrijven nog veel verlies maken in 2021, worden die verliezen afgetrokken van de prille winsten in 2022 en wordt de schatkist nog altijd niet rijkelijk gespijsd. Ik lees dat als volgt: pas vanaf 2023 zullen we weer met bolle zeilen kunnen varen (op rimpelloze wateren?) en ondertussen is die schuld nog toegenomen. Mag ik dan zeggen dat we, gerekend vanaf nu, misschien 25 jaar nodig zullen hebben? En nu mijn belangrijkste vraag, een waarop ik heel graag van knappe koppen zoals u een antwoord zou krijgen. Ik zie op allerlei grafieken dat we grote financiële crisissen hebben gehad in 1987, 1991, 2001 en 2008. Het heeft nu dus abnormaal lang geduurd sinds de vorige. Mag ik zeggen dat de volgende crisis er zal zijn over ongeveer zeven jaar, met een marge van drie jaar?

Stel je voor, opnieuw een knal van een crisis over vier jaar. We zijn nog maar nauwelijks begonnen aan de schuldafbouw, de inflatie is al wat gestegen, een beetje tegen de verwachting in, tot pakweg 3,5 procent en er gebeurt iets. Ik noem maar wat: een eurocrisis, een vroege klimaatcrisis, abnormale droogtes (toch niet al deze zomer?) waarvan de eco-optimisten ons hebben uitgelegd dat ze daar snel een antwoord voor klaar hebben, covid-25, een oorlog tussen Rusland en China, of twee echte zwarte zwanen die niemand kan voorspellen. Zullen we dan opnieuw zeggen: geen probleem, nog maar eens evenveel schuld erbij, we betalen die de volgende veertig crisisvrije jaren wel terug? Ik had graag gehad dat u mij dat eens rustig uitlegt. Stuur uw sterke analyse naar marc.buelens@vlerick.com. De beste antwoorden gebruik ik in de column over twee of drie weken, ofwel om iedereen gerust te stellen, ofwel om een paniekbom te gooien.

De heroïsche inspanningen van Jean-Luc Dehaene (ik hoor die naam de jongste weken vaker) om de superstrenge Maastrichtnormen te halen, dwalen nog rond in mijn geheugen. Overheidsschuld: neen! Verder herinner ik me nog hoe gidsland Duitsland de Griekse bevolking heeft doen bloeden in naam van het overheidstekort. De beelden van verpauperde gepensioneerden, studenten en ambtenaren staan nog op mijn netvlies gebrand. Ik zie nu ook onze bevolking bloeden, maar hoor geen luide stemmen: besparen, besparen, besparen! Integendeel, ik lees: iedereen steunen, ook de kunstenaars, de horeca, de kleine zelfstandige. Ik lees dat torenhoge schulden maken zo erg nog niet is, omdat de inflatie laag is. Een btw-verlaging hier, een subsidie daar, een gratis lening ginds, een uitstel van belastingen het liefst overal. Maar de inflatie zal toch uit de hand lopen, want er is toch een verband tussen schulden en inflatie?Economen hebben zich in het verleden weleens vergist. U bent knap, maar niet onfeilbaar. Zou het niet kunnen dat we over zeven jaar bijvoorbeeld, als we volop aan het terugbetalen zijn, een volkomen onverwachte inflatie krijgen? Wat doen we dan? Of volgen we dan wél Jean-Luc en lossen we het probleem dan op? Ik begrijp dat we nu voor een soort helikoptergeld kiezen, en niet alleen om sociale redenen. Continuïteit boven alles. Elk bedrijf dat nu failliet gaat, ondergraaft het economische weefsel dat we broodnodig nodig zullen hebben om er weer bovenop te komen. Ik herinner me het verhaal van de boeren van Olen, die ondanks alle waarschuwingen een kar maar bleven volladen met stenen. Als de as breekt, nemen we wel een steen terug, stelden ze. Zo weinig mogelijk kapotte karren in onze economie. Ik begrijp en steun zulke beslissingen. Als ik geschriften van uw collega's lees, begrijp ik die als volgt: de economie herstelt, we boeken na een snel herstel in de post-coronaperiode veel winst, we spijzen de schatkist en over twintig jaar vergeten we covid-19. Iets als de periode 1945-1965, solidair samen naar de golden sixties. Allemaal samen, solidair naar de silvern forties! Maar ik lees dat de economie niet zal zijn hersteld in januari 2021, dat we nog ondermaats zullen presteren, en misschien wordt de put in 2021 nog wat groter. Als bedrijven nog veel verlies maken in 2021, worden die verliezen afgetrokken van de prille winsten in 2022 en wordt de schatkist nog altijd niet rijkelijk gespijsd. Ik lees dat als volgt: pas vanaf 2023 zullen we weer met bolle zeilen kunnen varen (op rimpelloze wateren?) en ondertussen is die schuld nog toegenomen. Mag ik dan zeggen dat we, gerekend vanaf nu, misschien 25 jaar nodig zullen hebben? En nu mijn belangrijkste vraag, een waarop ik heel graag van knappe koppen zoals u een antwoord zou krijgen. Ik zie op allerlei grafieken dat we grote financiële crisissen hebben gehad in 1987, 1991, 2001 en 2008. Het heeft nu dus abnormaal lang geduurd sinds de vorige. Mag ik zeggen dat de volgende crisis er zal zijn over ongeveer zeven jaar, met een marge van drie jaar? Stel je voor, opnieuw een knal van een crisis over vier jaar. We zijn nog maar nauwelijks begonnen aan de schuldafbouw, de inflatie is al wat gestegen, een beetje tegen de verwachting in, tot pakweg 3,5 procent en er gebeurt iets. Ik noem maar wat: een eurocrisis, een vroege klimaatcrisis, abnormale droogtes (toch niet al deze zomer?) waarvan de eco-optimisten ons hebben uitgelegd dat ze daar snel een antwoord voor klaar hebben, covid-25, een oorlog tussen Rusland en China, of twee echte zwarte zwanen die niemand kan voorspellen. Zullen we dan opnieuw zeggen: geen probleem, nog maar eens evenveel schuld erbij, we betalen die de volgende veertig crisisvrije jaren wel terug? Ik had graag gehad dat u mij dat eens rustig uitlegt. Stuur uw sterke analyse naar marc.buelens@vlerick.com. De beste antwoorden gebruik ik in de column over twee of drie weken, ofwel om iedereen gerust te stellen, ofwel om een paniekbom te gooien.