Angst en introspectie typeren Frankrijk in een cruciaal verkiezingsjaar, waarin tweedracht zaaiende identiteitspolitiek op de voorgrond treedt. De Fransen verkiezen een opvolger voor François Hollande in de twee ronden van de presidentsverkiezing op 23 april en 7 mei, en stemmen voor een nieuw parlement in juni. Dwingende vragen over hoe de economie weer tot leven gebracht en de werkloosheid beteugeld kan worden, worden overschaduwd door een populistische discussie over kerken, moskeeën, hoofddoeken, varkensvlees en wat het betekent Frans te zijn. Naarmate de kandidaten bezorgdheden over immigratie, islam en terrorisme door mekaar husselen, gaat de campagne de giftige toer op.
...

Angst en introspectie typeren Frankrijk in een cruciaal verkiezingsjaar, waarin tweedracht zaaiende identiteitspolitiek op de voorgrond treedt. De Fransen verkiezen een opvolger voor François Hollande in de twee ronden van de presidentsverkiezing op 23 april en 7 mei, en stemmen voor een nieuw parlement in juni. Dwingende vragen over hoe de economie weer tot leven gebracht en de werkloosheid beteugeld kan worden, worden overschaduwd door een populistische discussie over kerken, moskeeën, hoofddoeken, varkensvlees en wat het betekent Frans te zijn. Naarmate de kandidaten bezorgdheden over immigratie, islam en terrorisme door mekaar husselen, gaat de campagne de giftige toer op. De politica die de discussie naar het nationalistische podium sleurt, is Marine Le Pen, de leidster van het uiterst rechtse Front National (FN). Haar positie als favoriete om de eerste stemronde te winnen, verandert de campagne in een race om haar te verslaan in de beslissende ronde. In een poging haar basis te vergroten en haar uitspraken te verzachten, doet ze afstand van verwijzingen naar het FN en zijn logo en concentreert ze zich op het merk 'Marine'. Ze stelt zich voor als de kandidaat van het 'hele volk', maar in werkelijkheid zaaien de argumenten van Le Pen tweedracht, die zich tegen moslims en migranten keert van Menton tot Calais. Ze grijpt de brexit aan om een 'frexit'-referendum over Europa te eisen. Haar onwaarschijnlijke gave om gebruik te maken van de angstsfeer in het land, kan haar partij een pak zetels in het parlement bezorgen, een historisch resultaat dat het politieke evenwicht zou verstoren. Kan ze president worden? Na de overwinning van Donald Trump in de Amerikaanse presidentsverkiezing, lijkt die vraag veel minder absurd. Een meerderheid van de kiezers, wat ook hun gevoelens zijn over de alternatieve kandidaat, neigt ernaar samen te spannen in de tweede ronde om het FN buiten te sluiten. Een overwinning van Le Pen blijft onwaarschijnlijk, maar ze zou een schokgolf door Frankrijk en Europa sturen. De kans is groot dat de tegenstander van Le Pen in de tweede ronde ex-premier en diplomaat François Fillon wordt. Hij versloeg in de voorverkiezingen van de centrumrechtse partij Les Républicains verrassend ex-premier Alain Juppé en ex-president Nicolas Sarkozy. Fillon is sociaal een conservatief maar economisch een liberaal. Hij brengt hoop voor de Fransen met een ambitieus economisch herstelprogramma, gebaseerd op minder macht voor de vakbonden, soepele arbeidswetten, minder staat en meer banen. Maar hij dreigt links en het ambtenarenkorps tegen zich in het harnas te jagen. Zij zullen waarschuwen voor thatcherisme à la française. En mocht Fillon president worden, dan kunnen we straatprotest verwachten. Voor het zover komt, zal Fillon aanhangers van het FN moeten weten te overtuigen met zijn pleidooi voor gezinswaarden en zijn waarschuwingen voor het 'islamitisch totalitarisme'. Tegelijk mag hij links niet te veel afschrikken, want die stemmen heeft hij nodig in een tweede ronde. Ook in zijn buitenlandse politiek kan Fillon Frankrijk een andere weg opsturen. Als vriend van Vladimir Poetin zal hij aansturen op betere banden met Rusland, en de Syrische leider Assad steunen in zijn strijd tegen de rebellen. Dat kan nieuwe spanning zetten op de verhoudingen met Duitsland en de rest van de Europese Unie. Terwijl Frankrijk zich opmaakt voor een clash tussen Le Pen en Fillon, zouden ze haast vergeten dat ook een nieuwe interessante figuur aantreedt: Emmanuel Macron, de vroeger minister van Economie van François Hollande. Hij doet een gooi naar het presidentschap, maar buiten de Parti Socialiste en tegen Hollande. De kans dat de onpopulaire ontslagnemende president opnieuw zou worden verkozen, was zo klein dat hij zelfs een stap opzij zette en zijn eerste minister Manuel Valls in zijn plaats laat kandideren. Het is echter de kandidatuur van Macron die verwarring sticht bij de linkerzijde en irritatie wekt aan de rechterzijde, terwijl hij progressieve, pro-Europese kiezers van beide zijden probeert af te tappen. Macron is een politieke nieuweling zonder gevestigde partijstructuur, die door vele socialisten uitgelachen wordt. Zijn kans is dan ook klein. Maar er is in Frankrijk een drang naar iets fris en af en toe worden de politieke regels overboord gegooid. De campagne speelt zich af tegen een achtergrond van terreur. Frankrijk is permanent op zijn hoede. Scholen houden regelmatig antiterrorisme-oefeningen, die evenveel onrust veroorzaken als ze geruststellen. Nieuwe terreuraanslagen zijn tragisch genoeg nog te verwachten. De Fransen moeten leren te leven met angst. Het land heeft het moeilijk de aantrekkingskracht van de jihad onder een vervreemde minderheid in te tomen. Pogingen tot deradicalisering schieten tekort. Frankrijk blijft een doelwit voor terroristische netwerken, maar dat zal het land niet afschrikken om het jihadisme in het buitenland, meer bepaald de Afrikaanse Sahel, te bekampen. Kunnen de Fransen hun joie de vivre herwinnen? Het moreel werd verpletterd onder het terroristische bloedvergieten en gedeprimeerd door de onvervulde beloften van het presidentschap van Hollande. Maar Frankrijk brengt onderzoekers van wereldklasse, technologische breinen en uitmuntende topambachtslui voort en het spreidt een fijn gevoel voor langzaam leven tentoon. Regionale steden als Montpellier, Bordeaux en Grenoble gedijen, met hun technologiehubs en voetgangerszones, doorsneden door glanzende tramsporen. In het jaar dat het Centre Pompidou zijn 40ste verjaardag viert, kan 2017 een moment vormen om de manier te eren waarop het land toekomstgerichte innovatie en esthetisch aplomb omarmt. Maar het risico bestaat dat politiek conservatisme en verdelend nationalisme het zelfvertrouwen van de Fransen aantasten. Sophie Pedder, bureauchef van The Economist in Parijs