Presidenten als Jacques Chirac of Nicolas Sarkozy beten er hun tanden op stuk: de hervorming van de ambtenarenpensioenen en vooral de zogenaamde régimes spéciaux. Dat zijn de royale stelsels voor het personeel van de spoorwegen (SNCF) en de tram, de metro en de bus (RATP). President Emmanuel Macron wil die pensioenstelsels afstemmen op die van de privésector en de wettelijke pensioenleeftijd voor alle werknemers -privé of publiek - optrekken van 62 jaar naar 63 jaar.

Dat gebeurt zeer tegen de zin van de vakbonden die vandaag Frankrijk lamleggen. Iedereen vraagt zich af of hier een nieuwe en lange protestbeweging uit zal groeien, zoals de gele hesjes. En of president Emmanuel Macron zal toegeven aan de stakers en betogers.

Grote verschillen

Het debat over de royale Franse ambtenarenpensioenen is losgebarsten. Dat het overheidspersoneel op een gulle pensioenregeling kan rekenen is geen Frans unicum. Het komt in tal van Europese landen voor. Ook in België zijn er grote verschillen tussen de stelsels. Ambtenaren kunnen door allerlei specifieke regels eigen aan het statuut vroeger met pensioen dan privéwerknemers. En hun uitkering - berekend op de laatste tien jaar van de loopbaan terwijl bij privéwerknemers de hele carrière meetelt - ligt ook hoger. Het gemiddelde pensioen van een zelfstandige bedraagt 911 euro, van een privéwerknemer 1267 euro van bij een ambtenaar 2600 euro.

In Frankrijk zijn die verschillen nog groter en behoren de stelsels van het overheidspersoneel en die van les régimes spéciaux tot de meest gulle van de Europese Unie. Een zelfstandige in Frankrijk kan rekenen op een pensioen tussen 1000 en 1100 euro. Bij een privéwerknemer is dat 1500 euro. Een ambtenaar kan rekenen op een pensioen van 2100 euro. De ambtenaren van de spoorwegen en het openbaar vervoer kunnen rekenen op een uitkering tussen 2300 en 2800 euro.

Die verschillen kunnen worden verklaard door zeer uiteenlopende pensioenberekeningen. Voor de Franse privéwerknemers bedraagt het pensioen 60 procent van het loon van de laatste 25 jaar. Bij ambtenaren is dat 75 procent van het loon van de laatste zes maanden.

Daar komt nog bij dat de wettelijke pensioenleeftijd in Frankrijk 62 jaar bedraagt voor wie een loopbaan heeft van 43 jaar. Maar ambtenaren kunnen al voor hun 60 jaar met pensioen. De laagste pensioenleeftijd is te vinden bij het spoorwegpersoneel: 57 jaar en zelfs 52 jaar voor het rijdend personeel.

Overheidsfinanciën

Er is al beslist dat de wettelijke pensioenleeftijd voor de privésector wordt opgetrokken naar 63 jaar. Macron wil met de publieke sector hetzelfde doen. In Frankrijk bedraagt de reële pensioenleeftijd 60 jaar. Een stuk lager dan het OESO-gemiddelde van 64 jaar. Van de Fransen ouder dan 60 jaar is slechts 30 procent aan de slag. In Duitsland is dat bijvoorbeeld 60 procent.

President Emmanuel Macron en premier Edouard Philippe willen de pensioenen hervormen omdat ze een zwaar beslag leggen op de overheidsfinanciën. De pensioenkosten bedragen 321 miljard euro, 90 miljard daarvan gaat naar de ambtenaren en de speciale regimes. Die maken 17 procent van de gepensioneerden uit, maar genieten wel van 28 procent van de pensioenpot. Een pensioenhervorming is één van de manieren voor de Franse regering om te vermijden dat het begrotingstekort - 2,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) - de komende jaren richting 3 procent evolueert.

Presidenten als Jacques Chirac of Nicolas Sarkozy beten er hun tanden op stuk: de hervorming van de ambtenarenpensioenen en vooral de zogenaamde régimes spéciaux. Dat zijn de royale stelsels voor het personeel van de spoorwegen (SNCF) en de tram, de metro en de bus (RATP). President Emmanuel Macron wil die pensioenstelsels afstemmen op die van de privésector en de wettelijke pensioenleeftijd voor alle werknemers -privé of publiek - optrekken van 62 jaar naar 63 jaar.Dat gebeurt zeer tegen de zin van de vakbonden die vandaag Frankrijk lamleggen. Iedereen vraagt zich af of hier een nieuwe en lange protestbeweging uit zal groeien, zoals de gele hesjes. En of president Emmanuel Macron zal toegeven aan de stakers en betogers.Het debat over de royale Franse ambtenarenpensioenen is losgebarsten. Dat het overheidspersoneel op een gulle pensioenregeling kan rekenen is geen Frans unicum. Het komt in tal van Europese landen voor. Ook in België zijn er grote verschillen tussen de stelsels. Ambtenaren kunnen door allerlei specifieke regels eigen aan het statuut vroeger met pensioen dan privéwerknemers. En hun uitkering - berekend op de laatste tien jaar van de loopbaan terwijl bij privéwerknemers de hele carrière meetelt - ligt ook hoger. Het gemiddelde pensioen van een zelfstandige bedraagt 911 euro, van een privéwerknemer 1267 euro van bij een ambtenaar 2600 euro.In Frankrijk zijn die verschillen nog groter en behoren de stelsels van het overheidspersoneel en die van les régimes spéciaux tot de meest gulle van de Europese Unie. Een zelfstandige in Frankrijk kan rekenen op een pensioen tussen 1000 en 1100 euro. Bij een privéwerknemer is dat 1500 euro. Een ambtenaar kan rekenen op een pensioen van 2100 euro. De ambtenaren van de spoorwegen en het openbaar vervoer kunnen rekenen op een uitkering tussen 2300 en 2800 euro.Die verschillen kunnen worden verklaard door zeer uiteenlopende pensioenberekeningen. Voor de Franse privéwerknemers bedraagt het pensioen 60 procent van het loon van de laatste 25 jaar. Bij ambtenaren is dat 75 procent van het loon van de laatste zes maanden.Daar komt nog bij dat de wettelijke pensioenleeftijd in Frankrijk 62 jaar bedraagt voor wie een loopbaan heeft van 43 jaar. Maar ambtenaren kunnen al voor hun 60 jaar met pensioen. De laagste pensioenleeftijd is te vinden bij het spoorwegpersoneel: 57 jaar en zelfs 52 jaar voor het rijdend personeel.Er is al beslist dat de wettelijke pensioenleeftijd voor de privésector wordt opgetrokken naar 63 jaar. Macron wil met de publieke sector hetzelfde doen. In Frankrijk bedraagt de reële pensioenleeftijd 60 jaar. Een stuk lager dan het OESO-gemiddelde van 64 jaar. Van de Fransen ouder dan 60 jaar is slechts 30 procent aan de slag. In Duitsland is dat bijvoorbeeld 60 procent.President Emmanuel Macron en premier Edouard Philippe willen de pensioenen hervormen omdat ze een zwaar beslag leggen op de overheidsfinanciën. De pensioenkosten bedragen 321 miljard euro, 90 miljard daarvan gaat naar de ambtenaren en de speciale regimes. Die maken 17 procent van de gepensioneerden uit, maar genieten wel van 28 procent van de pensioenpot. Een pensioenhervorming is één van de manieren voor de Franse regering om te vermijden dat het begrotingstekort - 2,8 procent van het bruto binnenlands product (bbp) - de komende jaren richting 3 procent evolueert.