Een tijdelijk werkloze die normaal een inkomen tussen 2500 en 4000 euro heeft, zag zijn inkomen dalen met 34 procent tijdens de coronacrisis. Voor iemand met een inkomen tussen 1000 en 2500 euro bedraagt de daling 39 procent, berekende de Nationale Bank. Bij een inkomen onder 1000 euro loopt het verlies op tot 47 procent. Volgens de Nationale Bank vloeien die verschillen voort uit het feit dat loontrekkenden in de gezinnen met de laagste inkomens in hogere mate en intensiever - meer dagen per week - tijdelijk werkloos waren. Dat wordt onder meer verklaard door het feit dat ze vaker werken in de sectoren die het zwaarst door de crisis worden getroffen en die een ruimer beroep hebben gedaan op de tijdelijke werkloosheid, zoals de evenementensector, de horeca, het toerisme en de non-foodhandel.

Focus op de laagverdieners.

In een aantal van die bedrijven zijn al herstructureringen aan de gang. Er zullen er nog volgen als de beschermende maatregelen in het najaar of later verdwijnen. Het is duidelijk dat vooral de onderkant van de arbeidsmarkt wordt geraakt. Belgen met een laagbetaalde baan dreigen in de langdurige werkloosheid of inactiviteit terecht te komen. Het risico op armoede zal toenemen.

Dat vermijden is de uitdaging voor onze politici. De nodige inkomenssteun koppelen aan een perspectief op een duurzame herintrede op de arbeidsmarkt wordt een lastige opdracht. Politici hebben de voorbije jaren nagelaten de arbeidsmarkt te hervormen. Ze kunnen zich hervatten als ze snel een relancebeleid uitrollen met een focus op de onderkant van de arbeidsmarkt. Als de laatste werkloosheidsvallen worden gesloten, als er maatregelen worden genomen om de overgang naar werk te vergemakkelijken en als het gemakkelijker wordt een uitkering en deeltijdse arbeid gedurende een beperkte tijd te combineren, is de toestand nog niet hopeloos.

Een tijdelijk werkloze die normaal een inkomen tussen 2500 en 4000 euro heeft, zag zijn inkomen dalen met 34 procent tijdens de coronacrisis. Voor iemand met een inkomen tussen 1000 en 2500 euro bedraagt de daling 39 procent, berekende de Nationale Bank. Bij een inkomen onder 1000 euro loopt het verlies op tot 47 procent. Volgens de Nationale Bank vloeien die verschillen voort uit het feit dat loontrekkenden in de gezinnen met de laagste inkomens in hogere mate en intensiever - meer dagen per week - tijdelijk werkloos waren. Dat wordt onder meer verklaard door het feit dat ze vaker werken in de sectoren die het zwaarst door de crisis worden getroffen en die een ruimer beroep hebben gedaan op de tijdelijke werkloosheid, zoals de evenementensector, de horeca, het toerisme en de non-foodhandel. In een aantal van die bedrijven zijn al herstructureringen aan de gang. Er zullen er nog volgen als de beschermende maatregelen in het najaar of later verdwijnen. Het is duidelijk dat vooral de onderkant van de arbeidsmarkt wordt geraakt. Belgen met een laagbetaalde baan dreigen in de langdurige werkloosheid of inactiviteit terecht te komen. Het risico op armoede zal toenemen. Dat vermijden is de uitdaging voor onze politici. De nodige inkomenssteun koppelen aan een perspectief op een duurzame herintrede op de arbeidsmarkt wordt een lastige opdracht. Politici hebben de voorbije jaren nagelaten de arbeidsmarkt te hervormen. Ze kunnen zich hervatten als ze snel een relancebeleid uitrollen met een focus op de onderkant van de arbeidsmarkt. Als de laatste werkloosheidsvallen worden gesloten, als er maatregelen worden genomen om de overgang naar werk te vergemakkelijken en als het gemakkelijker wordt een uitkering en deeltijdse arbeid gedurende een beperkte tijd te combineren, is de toestand nog niet hopeloos.