Dat heeft het Tsjechische voorzitterschap vrijdagavond meegedeeld.

De Europeanen willen Rusland ertoe dwingen om zijn olie aan derde landen als China en India te verkopen aan een maximumprijs van 60 dollar per vat. De recente marktprijs voor een vat Ural-olie uit Rusland bedroeg ongeveer 65 dollar.

De maatregel komt bovenop de invoering van een Europees embargo op de import van Russische olie via de zee dat maandag van kracht wordt.

Beide maatregelen moeten de financiering van de Russische oorlogsmachine in Oekraïne treffen. Zo heeft Rusland, de tweede belangrijkste uitvoerder van ruwe olie, sinds het begin van de invasie 67 miljard euro ontvangen uit de verkoop van olie aan de Europese Unie. Dat is meer dan het jaarlijkse militaire budget van het Kremlin.

Concreet verbieden de lidstaten Europese bedrijven om nog diensten te leveren die het vervoer mogelijk maken van Russische olie die wordt verkocht aan meer dan 60 dollar per vat. Dat wordt uitgerold in coördinatie met de internationale partners in de schoot van de G7: Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Japan.

Ook de G7-landen en Australië hebben intussen een akkoord gesloten om de prijs van Russische olie te plafonneren op 60 dollar per vat. Dat hebben ze bekendgemaakt in een gezamenlijke verklaring.

Verzekering

De westerse landen kunnen impact hebben op de Russische olieleveringen aan derde landen omdat ze belangrijke omkaderende diensten in handen hebben. Momenteel leveren de G7-landen de verzekeringsdiensten voor 90 procent van de wereldwijde vracht. De EU is ook een belangrijke speler in het maritieme vrachtvervoer.

Tegelijkertijd blijft het dus voor westerse rederijen en andere dienstverleners mogelijk om Russische olie naar derde landen te brengen, zolang de olie aan lagere prijs wordt verkocht. Dat moet de energiemarkten wat stabiliseren en armere landen soelaas bieden.

'Dit prijsplafond zal rechtstreeks opkomende economieën en ontwikkelingslanden ten goede komen', verzekerde Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in een reactie op het akkoord.

Om in te spelen op ontwikkelingen op de markt, zal het prijsplafond elke twee maand tegen het licht worden gehouden. De prijs van Russische olie zoals opgegeven door het Internationale Energieagentschap (IEA) zal als referentie gebruikt worden. Het plafond moet steeds minstens vijf procent onder die referentieprijs blijven.

Polen geeft verzet op

Over het principe van een prijsplafond was op Europees niveau al langer een consensus, maar Polen probeerde de voorbije dagen nog om een lagere maximumprijs door te drukken. Met steun van de Baltische staten ijverde het land voor een plafond van 30 dollar per vat, een niveau dat in de buurt ligt van de productiekosten, die worden geraamd tussen 20 en 40 dollar per vat. 'Elke dollar telt. Elke dollar die we naar beneden kunnen onderhandelen betekent naar schatting twee miljard dollar minder inkomsten voor Rusland', zo verklaarde de Estse premier Kaja Kallas.

Uiteindelijk gaven de Polen en de Balten hun poging vrijdag op. Als deel van het akkoord zou er volgens Kallas wel snel werk worden gemaakt van een negende sanctiepakket tegen Moskou. Een prijsplafond in de regionen van 30 dollar stuitte op bezwaren bij landen met een grote scheepvaartindustrie, zoals Griekenland en Malta. Zij vreesden dat een te lage prijs de rederijen zou kunnen aanzetten om zich elders te vestigen indien Rusland weigert om zijn olie tegen een lagere prijs te verkopen.

Dat heeft het Tsjechische voorzitterschap vrijdagavond meegedeeld.De Europeanen willen Rusland ertoe dwingen om zijn olie aan derde landen als China en India te verkopen aan een maximumprijs van 60 dollar per vat. De recente marktprijs voor een vat Ural-olie uit Rusland bedroeg ongeveer 65 dollar.De maatregel komt bovenop de invoering van een Europees embargo op de import van Russische olie via de zee dat maandag van kracht wordt. Beide maatregelen moeten de financiering van de Russische oorlogsmachine in Oekraïne treffen. Zo heeft Rusland, de tweede belangrijkste uitvoerder van ruwe olie, sinds het begin van de invasie 67 miljard euro ontvangen uit de verkoop van olie aan de Europese Unie. Dat is meer dan het jaarlijkse militaire budget van het Kremlin.Concreet verbieden de lidstaten Europese bedrijven om nog diensten te leveren die het vervoer mogelijk maken van Russische olie die wordt verkocht aan meer dan 60 dollar per vat. Dat wordt uitgerold in coördinatie met de internationale partners in de schoot van de G7: Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Japan. Ook de G7-landen en Australië hebben intussen een akkoord gesloten om de prijs van Russische olie te plafonneren op 60 dollar per vat. Dat hebben ze bekendgemaakt in een gezamenlijke verklaring.De westerse landen kunnen impact hebben op de Russische olieleveringen aan derde landen omdat ze belangrijke omkaderende diensten in handen hebben. Momenteel leveren de G7-landen de verzekeringsdiensten voor 90 procent van de wereldwijde vracht. De EU is ook een belangrijke speler in het maritieme vrachtvervoer. Tegelijkertijd blijft het dus voor westerse rederijen en andere dienstverleners mogelijk om Russische olie naar derde landen te brengen, zolang de olie aan lagere prijs wordt verkocht. Dat moet de energiemarkten wat stabiliseren en armere landen soelaas bieden. 'Dit prijsplafond zal rechtstreeks opkomende economieën en ontwikkelingslanden ten goede komen', verzekerde Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen in een reactie op het akkoord. Om in te spelen op ontwikkelingen op de markt, zal het prijsplafond elke twee maand tegen het licht worden gehouden. De prijs van Russische olie zoals opgegeven door het Internationale Energieagentschap (IEA) zal als referentie gebruikt worden. Het plafond moet steeds minstens vijf procent onder die referentieprijs blijven.Over het principe van een prijsplafond was op Europees niveau al langer een consensus, maar Polen probeerde de voorbije dagen nog om een lagere maximumprijs door te drukken. Met steun van de Baltische staten ijverde het land voor een plafond van 30 dollar per vat, een niveau dat in de buurt ligt van de productiekosten, die worden geraamd tussen 20 en 40 dollar per vat. 'Elke dollar telt. Elke dollar die we naar beneden kunnen onderhandelen betekent naar schatting twee miljard dollar minder inkomsten voor Rusland', zo verklaarde de Estse premier Kaja Kallas. Uiteindelijk gaven de Polen en de Balten hun poging vrijdag op. Als deel van het akkoord zou er volgens Kallas wel snel werk worden gemaakt van een negende sanctiepakket tegen Moskou. Een prijsplafond in de regionen van 30 dollar stuitte op bezwaren bij landen met een grote scheepvaartindustrie, zoals Griekenland en Malta. Zij vreesden dat een te lage prijs de rederijen zou kunnen aanzetten om zich elders te vestigen indien Rusland weigert om zijn olie tegen een lagere prijs te verkopen.