Het interprofessioneel akkoord bepaalt dat de sectoren en ondernemingen voor 2017-2018 maximaal 1,1 procent boven op de indexeringen mogen toekennen. Gebeurt dat ook?

De Deyn:"Voor de bedienden zijn er al akkoorden in de transportsector, de chemie en de staalnijverheid. Daarin wordt de 1,1 procent loonsverhoging maximaal ingevuld. Wij gingen daar als vakbond voor en zijn daar tot op heden ook in geslaagd. Er zijn nog volop onderhandelingen aan de gang en de komende dagen verwacht ik ook in andere sectoren nog ontwerpakkoorden."
...

De Deyn:"Voor de bedienden zijn er al akkoorden in de transportsector, de chemie en de staalnijverheid. Daarin wordt de 1,1 procent loonsverhoging maximaal ingevuld. Wij gingen daar als vakbond voor en zijn daar tot op heden ook in geslaagd. Er zijn nog volop onderhandelingen aan de gang en de komende dagen verwacht ik ook in andere sectoren nog ontwerpakkoorden." De Deyn: "Of het gemakkelijk gaat, laat ik in het midden. Onder andere in de chemiesector kenden de onderhandelingen een zeer moeizame start. De voorwaarden die de werkgeversfederatie essenscia stelde, waren onaanvaardbaar. Essenscia eiste almaar meer flexibiliteit van de werknemers en wilde vooral elke vrijheid van onderhandeling over de lonen beletten. Intussen verkeert de chemiesector echter in goede financiële gezondheid en in volle groei. Dat cruciale punt werd dan ook uit de eisen geschrapt. Behalve in vrije onderhandelingen in het bedrijf, voorziet het ontwerp van protocolakkoord onder meer in een loonsverhoging van 1,1 procent, de verlenging van de cao's over het stelsel van de werkloosheid met bedrijfstoeslag (het vroegere brugpensioen, nvdr) en over tijdskrediet en de verhoging van de syndicale premie. "Ik stel vast dat werkgevers in de sectoren zich houden aan de invulling van de loonnorm uit het interprofessioneel akkoord. Dat is het bewijs dat het sociaal overleg werkt, zonder inmenging van de politiek. Interprofessioneel is dat niet altijd het geval geweest. We hebben vastgesteld dat de regering de door de vakbonden en de werkgevers afgesloten akkoorden niet altijd volledig uitvoert." De Deyn: "Het pensioendossier is daar een goed voorbeeld van. De minister van Pensioenen, Daniel Bacquelaine, houdt zich niet aan eenparige adviezen van de sociale gesprekspartners of hij voert afgesloten akkoorden niet voor 100 procent uit. Hopelijk zal het goede voorbeeld van het sectoroverleg vanaf nu leiden tot meer respect van de regering voor het sociaal overleg." De Deyn: "Niettegenstaande onze fundamentele kritiek op de wet-Peeters kunnen wij ons vinden in het streefdoel van vijf dagen vorming per jaar. De sectorakkoorden voorzien in een programma om daar op termijn toe te komen, ook al waren de interprofessionele werkgeversorganisaties helemaal niet blij met dat deel van de wet-Peeters. De vakbonden hebben serieus moeten trekken om de werkgevers uit de sectoren over de brug te krijgen."