Een dertigjarige verpleegkundige uit Limburg overleed vorige week aan covid-19. Dat drama heeft de ongerustheid onder het verzorgend personeel ongetwijfeld nog vergroot. Berichten over een dreigend tekort aan beschermingsmateriaal hadden al onzekerheid veroorzaakt. Dat is begrijpelijk. In Italië en Spanje zijn tientallen zorgverleners bezweken aan het longvirus.

Daar staat een avondlijk applaus als symbolische blijk waardering tegenover. Lovenswaardig, maar niet genoeg. Je hoeft geen kenner van de arbeidsmarkt zijn om te weten dat het zorgpersoneel niet tot de best betaalde groep werknemers hoort. De witte woede is een begrip geworden om het sociale getouwtrek voor betere arbeidsvoorwaarden in de sector te benoemen. Gemeten aan het aantal keren dat het zorgpersoneel op straat komt, is de woede vrij groot.

Een risicopremie voor het zorgpersoneel.

Het mag dus niet verwonderen dat er de jongste dagen een petitie circuleert om de zorgverleners in coronatijden een risicopremie toe te kennen. Misschien is dat wel een goed plan. Tenslotte is wat het zorgpersoneel nu presteert, onbetaalbaar. Het is in elk geval een beter idee dan het voorstel van Voka om de populariteit van de technische werkloosheid af te remmen met een premie voor wie werkt.

Tot nader order zijn verpleegkundige en zorgkundige nog altijd knelpuntberoepen. Een risicopremie zal dat niet oplossen, maar het is op zijn minst een teken van waardering dat verder gaat dan een verbaal schouderklopje. De vraag is wie zo'n risicopremie moet betalen. Ziekenhuizen hebben nauwelijks marge om voldoende zorgpersoneel aan te trekken, terwijl ook de thuisverpleging en de woon-zorgcentra met krappe budgetten werken. Zou het land zijn waardering misschien kunnen tonen door dit jaar het belastingvrije minimum voor mensen in de zorgsector te verhogen? Als eenmalig en solidair gebaar gaat dat verder dan het zorgpersoneel met mooie woorden de loopgraven in te sturen.

Een dertigjarige verpleegkundige uit Limburg overleed vorige week aan covid-19. Dat drama heeft de ongerustheid onder het verzorgend personeel ongetwijfeld nog vergroot. Berichten over een dreigend tekort aan beschermingsmateriaal hadden al onzekerheid veroorzaakt. Dat is begrijpelijk. In Italië en Spanje zijn tientallen zorgverleners bezweken aan het longvirus. Daar staat een avondlijk applaus als symbolische blijk waardering tegenover. Lovenswaardig, maar niet genoeg. Je hoeft geen kenner van de arbeidsmarkt zijn om te weten dat het zorgpersoneel niet tot de best betaalde groep werknemers hoort. De witte woede is een begrip geworden om het sociale getouwtrek voor betere arbeidsvoorwaarden in de sector te benoemen. Gemeten aan het aantal keren dat het zorgpersoneel op straat komt, is de woede vrij groot. Het mag dus niet verwonderen dat er de jongste dagen een petitie circuleert om de zorgverleners in coronatijden een risicopremie toe te kennen. Misschien is dat wel een goed plan. Tenslotte is wat het zorgpersoneel nu presteert, onbetaalbaar. Het is in elk geval een beter idee dan het voorstel van Voka om de populariteit van de technische werkloosheid af te remmen met een premie voor wie werkt. Tot nader order zijn verpleegkundige en zorgkundige nog altijd knelpuntberoepen. Een risicopremie zal dat niet oplossen, maar het is op zijn minst een teken van waardering dat verder gaat dan een verbaal schouderklopje. De vraag is wie zo'n risicopremie moet betalen. Ziekenhuizen hebben nauwelijks marge om voldoende zorgpersoneel aan te trekken, terwijl ook de thuisverpleging en de woon-zorgcentra met krappe budgetten werken. Zou het land zijn waardering misschien kunnen tonen door dit jaar het belastingvrije minimum voor mensen in de zorgsector te verhogen? Als eenmalig en solidair gebaar gaat dat verder dan het zorgpersoneel met mooie woorden de loopgraven in te sturen.