Bijna één jaar geleden werd België getroffen door een overstromingsramp van een omvang die we de voorbije decennia niet hadden gekend. De verwoestende kracht is voor onze samenleving een les in bescheidenheid geweest, ook voor de verzekeraars. De overvloed aan zware schadedossiers, dan nog midden in de vakantieperiode, stelde ons voor grote uitdagingen. Een ontoereikend wettelijk kader verhoogde de onzekerheid.

In die omstandigheden past geen zelfvoldaanheid, elk mank lopend dossier is er een te veel. Assuralia deelde onlangs mee dat bijna een jaar na de feiten 75 procent van de schadedossiers is afgesloten en dat in nog eens 15 procent van de dossiers er al minstens 80 procent van de begrote schade is uitbetaald. Het is niet aan ons om te beoordelen of dat een goed of een slecht resultaat is. Het heel beperkte aantal klachten bij de Ombudsdienst voor verzekeringen toont wel aan dat de grote meerderheid van de klanten globaal tevreden is met de afhandeling van hun schade.

De belangrijkste vraag voor de verzekeraars, maar uiteindelijk ook voor de samenleving, is nu hoe we in de toekomst zullen omgaan met natuurrampen van die omvang. Alvast één ding is duidelijk: het huidige wettelijke kader rond de verzekering van natuurrampen is niet aangepast aan dat soort catastrofes. Terecht verwachten de burgers van dit land ook bij zware rampen een volledige vergoeding van hun schade en dat kan het huidige kader niet garanderen. De gesprekken tussen verzekeraars en overheden over een nieuwe regeling verlopen constructief, maar traag. Nochtans dringt de tijd. De natuur laat zich niet vastpinnen op statistieken en elk moment kan een ramp zich herhalen.

Wat vaststaat, is dat verzekeraars alleen niet in staat zijn rampen als die van juli 2021 volledig zelf te dragen. Elke nieuwe regeling zal een vorm van samenwerking tussen verzekeraars en overheid moeten inhouden, een publiek-private samenwerking die om tal van redenen het best op federaal niveau wordt georganiseerd. In die samenwerking zal ook bijzondere aandacht moeten gaan naar solidariteit en betaalbaarheid voor iedereen. De drempel om zich te verzekeren moet laag genoeg blijven, zodat iedereen in de samenleving, ook de zwaksten, mee in het stelsel kan stappen. In die optiek pleiten we ook voor een stabiel wettelijk kader dat alle partijen rechtszekerheid op lange termijn biedt, want ook onzekerheid creëert een extra kostprijs.

Eén jaar na de natuurramp in Wallonië: laten we samenwerken.

Meermaals wordt de vraag gesteld of zware natuurrampen überhaupt nog verzekerbaar zullen blijven in een context van klimaatopwarming. Veel, zo niet alles, zal afhangen van hoe we als maatschappij met die klimaatrisico's omgaan. Als het gaat over ruimtelijke ordening, bouwnormen, creatie van overstromingsgebieden en andere vormen van waterbeheersing, zullen de overheden veel meer dan nu rekening moeten houden met de mogelijke impact van overstromingen en stormen.

Dat daar investeringen in aangepaste infrastructuur tegenover staan, is duidelijk, maar verzekeraars kunnen en willen via hun investeringsbeleid daarin hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Nu al investeren zij miljarden in publiek-private samenwerkingen rond sociale woningbouw, openbaar vervoer, hernieuwbare energie... De bereidheid om dat beleid uit te breiden naar andere infrastructuurprojecten die de klimaatrisico's beperken, is er ontegensprekelijk. We reiken graag de hand naar alle overheden om hier samen werk van te maken.

Een tweede aspect van potentiële samenwerking heeft te maken met data. Een beleid dat niet gebaseerd is op betrouwbare data is gedoemd om te falen. Verzekeraars beschikken vanuit hun opdracht over heel wat schadestatistieken en hebben op basis daarvan voorspellende modellen uitgewerkt. In de nasleep van de overstromingen is alvast gebleken hoe belangrijk die waren voor het juist inschatten van de impact ervan. Een eerste stap in een nauwere samenwerking met de overheden op vlak van (geanonimiseerde) data-uitwisseling is hiermee gezet. Het loont zeker de moeite om te bekijken of en hoe die samenwerking kan worden versterkt.

Willen we in de toekomst klimaatrisico's beheersbaar houden, dan zal ook veel meer aandacht moeten gaan naar preventie op alle niveaus, federaal en lokaal, maar ook naar de bedrijven en individuele burgers. Ook daar beschikken verzekeraars over heel wat expertise en communicatiekanalen. Ook daar is een gemeenschappelijk belang om die aanpak te versterken en zien we een taak weggelegd voor de verzekeraars.

Als er één les is die we uit de ramp van juli 2021 moeten onthouden, is dat wel dat we alle krachten zullen nodig hebben om herhaling, als we die niet kunnen voorkomen, dan toch de impact ervan te beperken. De krachten bundelen is geen keuze, het is een maatschappelijke noodzaak.

Bijna één jaar geleden werd België getroffen door een overstromingsramp van een omvang die we de voorbije decennia niet hadden gekend. De verwoestende kracht is voor onze samenleving een les in bescheidenheid geweest, ook voor de verzekeraars. De overvloed aan zware schadedossiers, dan nog midden in de vakantieperiode, stelde ons voor grote uitdagingen. Een ontoereikend wettelijk kader verhoogde de onzekerheid.In die omstandigheden past geen zelfvoldaanheid, elk mank lopend dossier is er een te veel. Assuralia deelde onlangs mee dat bijna een jaar na de feiten 75 procent van de schadedossiers is afgesloten en dat in nog eens 15 procent van de dossiers er al minstens 80 procent van de begrote schade is uitbetaald. Het is niet aan ons om te beoordelen of dat een goed of een slecht resultaat is. Het heel beperkte aantal klachten bij de Ombudsdienst voor verzekeringen toont wel aan dat de grote meerderheid van de klanten globaal tevreden is met de afhandeling van hun schade.De belangrijkste vraag voor de verzekeraars, maar uiteindelijk ook voor de samenleving, is nu hoe we in de toekomst zullen omgaan met natuurrampen van die omvang. Alvast één ding is duidelijk: het huidige wettelijke kader rond de verzekering van natuurrampen is niet aangepast aan dat soort catastrofes. Terecht verwachten de burgers van dit land ook bij zware rampen een volledige vergoeding van hun schade en dat kan het huidige kader niet garanderen. De gesprekken tussen verzekeraars en overheden over een nieuwe regeling verlopen constructief, maar traag. Nochtans dringt de tijd. De natuur laat zich niet vastpinnen op statistieken en elk moment kan een ramp zich herhalen.Wat vaststaat, is dat verzekeraars alleen niet in staat zijn rampen als die van juli 2021 volledig zelf te dragen. Elke nieuwe regeling zal een vorm van samenwerking tussen verzekeraars en overheid moeten inhouden, een publiek-private samenwerking die om tal van redenen het best op federaal niveau wordt georganiseerd. In die samenwerking zal ook bijzondere aandacht moeten gaan naar solidariteit en betaalbaarheid voor iedereen. De drempel om zich te verzekeren moet laag genoeg blijven, zodat iedereen in de samenleving, ook de zwaksten, mee in het stelsel kan stappen. In die optiek pleiten we ook voor een stabiel wettelijk kader dat alle partijen rechtszekerheid op lange termijn biedt, want ook onzekerheid creëert een extra kostprijs.Meermaals wordt de vraag gesteld of zware natuurrampen überhaupt nog verzekerbaar zullen blijven in een context van klimaatopwarming. Veel, zo niet alles, zal afhangen van hoe we als maatschappij met die klimaatrisico's omgaan. Als het gaat over ruimtelijke ordening, bouwnormen, creatie van overstromingsgebieden en andere vormen van waterbeheersing, zullen de overheden veel meer dan nu rekening moeten houden met de mogelijke impact van overstromingen en stormen.Dat daar investeringen in aangepaste infrastructuur tegenover staan, is duidelijk, maar verzekeraars kunnen en willen via hun investeringsbeleid daarin hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Nu al investeren zij miljarden in publiek-private samenwerkingen rond sociale woningbouw, openbaar vervoer, hernieuwbare energie... De bereidheid om dat beleid uit te breiden naar andere infrastructuurprojecten die de klimaatrisico's beperken, is er ontegensprekelijk. We reiken graag de hand naar alle overheden om hier samen werk van te maken. Een tweede aspect van potentiële samenwerking heeft te maken met data. Een beleid dat niet gebaseerd is op betrouwbare data is gedoemd om te falen. Verzekeraars beschikken vanuit hun opdracht over heel wat schadestatistieken en hebben op basis daarvan voorspellende modellen uitgewerkt. In de nasleep van de overstromingen is alvast gebleken hoe belangrijk die waren voor het juist inschatten van de impact ervan. Een eerste stap in een nauwere samenwerking met de overheden op vlak van (geanonimiseerde) data-uitwisseling is hiermee gezet. Het loont zeker de moeite om te bekijken of en hoe die samenwerking kan worden versterkt.Willen we in de toekomst klimaatrisico's beheersbaar houden, dan zal ook veel meer aandacht moeten gaan naar preventie op alle niveaus, federaal en lokaal, maar ook naar de bedrijven en individuele burgers. Ook daar beschikken verzekeraars over heel wat expertise en communicatiekanalen. Ook daar is een gemeenschappelijk belang om die aanpak te versterken en zien we een taak weggelegd voor de verzekeraars.Als er één les is die we uit de ramp van juli 2021 moeten onthouden, is dat wel dat we alle krachten zullen nodig hebben om herhaling, als we die niet kunnen voorkomen, dan toch de impact ervan te beperken. De krachten bundelen is geen keuze, het is een maatschappelijke noodzaak.