In 2016 kwamen er in België netto 29.000 banen bij en voor 2017 en 2018 worden er volgens de jongste voorspellingen van de Nationale Bank en het Planbureau tussen 82.000 en 105.000 verwacht. De federale regering hoopt dat aantal met een rist arbeidsmarkthervormingen, zoals bepaald in het zomerakkoord, op te trekken.
...

In 2016 kwamen er in België netto 29.000 banen bij en voor 2017 en 2018 worden er volgens de jongste voorspellingen van de Nationale Bank en het Planbureau tussen 82.000 en 105.000 verwacht. De federale regering hoopt dat aantal met een rist arbeidsmarkthervormingen, zoals bepaald in het zomerakkoord, op te trekken.De eerste opvallende maatregel is de uitbreiding van de flexi-jobs naar de detailhandel, zoals slagers en bakkers. Tot nu toe bestonden flexi-jobs enkel in de horeca. Het zijn aanvullende banen die mensen toelaten onbeperkt bij te verdienen. Flexi-jobs staan open voor iedereen die minstens vier vijfde werkt bij een andere werkgever. Op het loon van de 'flexi-jobber' zijn geen sociale zekerheidsbijdragen of bedrijfsvoorheffing verschuldigd. De werkgever betaalt enkel een bijzondere bijdrage van 25 procent. De werknemer verdient minimaal 9,5 euro per uur. In de horeca bleken de flexi-jobs een groot succes te zijn. Vorig jaar kwamen er via dat kanaal in de sector bijna 22.000 banen bij. Vaak ging het om aanvullende activiteiten die vroeger in het zwart werden uitgeoefend. Zelfstandigenorganisaties pleiten al van bij het invoeren van de flexi-jobs in de horeca voor een uitbreiding naar andere sectoren. Maar de vakbonden stonden op de rem. En in de federale regering was het enthousiasme bij CD&V niet echt groot. Maar nu is er wel een doorbraak: kleinhandelaars die op zoek zijn naar tijdelijke medewerkers, zullen net als hun collega's in de horeca een beroep kunnen doen op flexi-jobbers. Dat zal wellicht voor een verschuiving zorgen van die aanvullende arbeid tussen sectoren. Werknemers die naast hun job nog wat willen bijverdienen, kiezen vandaag de dag zo goed als integraal voor de horeca.Een ander dossier waarin een doorbraak werd gerealiseerd is de herinvoering van een proefperiode door een verkorte opzegtermijn tijdens de eerste maanden van de tewerkstelling. De proefperiode werd in 2014 afgeschaft toen een akkoord werd bereikt over het eenheidsstatuut tussen arbeiders en bedienden. Een onderneming die sindsdien een pas aangeworven werknemer wil ontslaan, moet rekening houden met een opzeg van minimaal twee weken, terwijl de opzeg in de tijd van de proefperiode één week bedroeg. Dat schrikte bedrijven af om mensen aan te werven. De Groep van Tien, het interprofessioneel overlegorgaan van vakbonden en werkgevers, bereikte een akkoord om de proefperiode opnieuw in te voeren, maar de achterban van de vakbonden verzette zich daartegen. De regering heeft het dossier nu naar zich toe getrokken. De opzeg zal worden teruggebracht naar één week voor nieuwe medewerkers die binnen de drie maanden na de aanwerving worden ontslagen. Bovendien gaat er tussen de derde en de zesde maand per maand een week opzeg af.Ook de soepelere regeling voor nachtarbeid en zondagswerk in de e-commercesector trekt de regering naar zich toe omdat er in de gesprekken tussen vakbonden en werkgevers in de sectoren daarover weinig of geen vooruitgang werd geboekt.