In 1951 doofde een inflatie van 10 procent uit als een nachtkaars. Een hamsterende bevolking in combinatie met een verstoord aanbod door de Koreaanse oorlog had in 1950 de inflatie de hoogte ingestuwd, maar de prijsopstoot verdween vanzelf.

Midden jaren zeventig hadden we minder geluk. Een olieschok gooide olie op het inflatievuur dat al brandde. De economie had af te rekenen met een krappe arbeidsmarkt en sterk stijgende lonen. De centrale banken reageerden te laat. Begin jaren tachtig was een streng monetair beleid met een pittige recessie nodig om de inflatie te breken.

ECB-voorzitter Lagarde nam een slimme bocht.

Wat wordt het deze keer? De Europese Centrale Bank (ECB) verdedigde lang het 'de inflatie is vanzelf gekomen en zal vanzelf verdwijnen'-scenario van 1951. De aanhoudend hoge inflatie maakte die houding steeds ongeloofwaardiger. Verschillenden ECB-bestuurders maanden voorzitter Christine Lagarde aan het probleem ernstiger te nemen. Een geloofwaardige centrale bank kan de inflatieverwachtingen en dus ook de inflatie ook met woorden in het gareel houden. Een centrale bank die niet meer geloofd wordt, moet veel harder ingrijpen om de inflatie te breken.

Lagarde nam vorige week een verstandige bocht. Het beleid werd nog niet bijgespijkerd, maar de toon is aangepast. Lagarde erkende dat de ECB verrast is door de hardnekkig hoge inflatie en dat het risico op een nog hogere inflatie is toegenomen. Misschien koelt de inflatie in de loop van dit jaar grotendeels vanzelf af, als de energieprijzen dalen en grote loonstijgingen uitblijven. Maar evengoed nestelt een structurele inflatie zich ongemakkelijk snel in de economie. Een waakzame ECB is dan geen overbodige luxe.

In 1951 doofde een inflatie van 10 procent uit als een nachtkaars. Een hamsterende bevolking in combinatie met een verstoord aanbod door de Koreaanse oorlog had in 1950 de inflatie de hoogte ingestuwd, maar de prijsopstoot verdween vanzelf. Midden jaren zeventig hadden we minder geluk. Een olieschok gooide olie op het inflatievuur dat al brandde. De economie had af te rekenen met een krappe arbeidsmarkt en sterk stijgende lonen. De centrale banken reageerden te laat. Begin jaren tachtig was een streng monetair beleid met een pittige recessie nodig om de inflatie te breken.Wat wordt het deze keer? De Europese Centrale Bank (ECB) verdedigde lang het 'de inflatie is vanzelf gekomen en zal vanzelf verdwijnen'-scenario van 1951. De aanhoudend hoge inflatie maakte die houding steeds ongeloofwaardiger. Verschillenden ECB-bestuurders maanden voorzitter Christine Lagarde aan het probleem ernstiger te nemen. Een geloofwaardige centrale bank kan de inflatieverwachtingen en dus ook de inflatie ook met woorden in het gareel houden. Een centrale bank die niet meer geloofd wordt, moet veel harder ingrijpen om de inflatie te breken. Lagarde nam vorige week een verstandige bocht. Het beleid werd nog niet bijgespijkerd, maar de toon is aangepast. Lagarde erkende dat de ECB verrast is door de hardnekkig hoge inflatie en dat het risico op een nog hogere inflatie is toegenomen. Misschien koelt de inflatie in de loop van dit jaar grotendeels vanzelf af, als de energieprijzen dalen en grote loonstijgingen uitblijven. Maar evengoed nestelt een structurele inflatie zich ongemakkelijk snel in de economie. Een waakzame ECB is dan geen overbodige luxe.