Vakbonden en werkgevers kunnen maar geen akkoord vinden over wat een zwaar beroep is. Wie zo'n beroep uitoefent zou vroeger met pensioen kunnen gaan. Het dossier wordt doorgeschoven naar de federale regering. Die kiest het best voor een totaal andere insteek: hoe kunnen zware jobs inhoudelijk en naar werkomstandigheden werkbaar gehouden worden zodat die werknemers de arbeidsmarkt niet vroeger verlaten?
...

Vakbonden en werkgevers kunnen maar geen akkoord vinden over wat een zwaar beroep is. Wie zo'n beroep uitoefent zou vroeger met pensioen kunnen gaan. Het dossier wordt doorgeschoven naar de federale regering. Die kiest het best voor een totaal andere insteek: hoe kunnen zware jobs inhoudelijk en naar werkomstandigheden werkbaar gehouden worden zodat die werknemers de arbeidsmarkt niet vroeger verlaten?Het is een van de belangrijkste maatregelen van de regering-Michel: in 2025 wordt de wettelijke pensioenleeftijd opgetrokken tot 66 jaar en in 2030 tot 67 jaar. Maar niet iedereen zou tot die leeftijd moeten werken. Wie een zwaar beroep heeft, zou vroeger kunnen stoppen zonder aan pensioenrechten in te boeten.De vraag die toen meteen rees: wat is een zwaar beroep? De sociale partners kregen de opdracht te bepalen wat een zwaar beroep was. Een aartsmoeilijke opdracht. Voor de vakbonden is bij wijze van spreken elk beroep zwaar. De werkgeversorganisaties wilden die lijst zo veel mogelijk beperken en eigenlijk enkel langdurig nachtwerk als een zwaar beroep definiëren.De onderhandelingen verliepen zeer moeizaam. Een jaar geleden zag het er toch naar uit dat een akkoord zou worden bereikt: vier criteria zouden bepalen of een beroep zwaar was of niet, namelijk de fysieke belasting, onveilig werk, de mate waarin de werkorganisatie belastend (nachtwerk, bandwerk) is en de mentale stress. Op basis daarvan zou geen lijst van beroepen worden opgesteld maar zouden de bedrijven zelf moeten vastleggen of er op de werkvloer sprake is van een zwaar beroep. De werkgevers zagen die aanpak niet zitten omdat die tot een enorme administratieve rompslomp zou leiden bij de personeelsdienst.Het dossier bleef geblokkeerd en dus moet de federale regering voor een oplossing zorgen. De vraag is of ze die ook kan aanleveren. Zelf een lijst van zware beroepen opstellen zal moeilijk zijn. Het valt te verwachten dat die voor partijen als de N-VA en Open Vld zo kort mogelijk zal moeten zijn, voor CD&V'ers dan weer zo lang mogelijk. En wat zal de reactie van de vakbonden zijn als zo'n lijst wordt opgesteld? Ze zal nooit lang genoeg zijn. De regering-Michel zou daarom het best het geweer van schouder veranderen en focussen op zwaar werk in plaats van zware beroepen. De sociale partners waren daar al voor een deel een goede weg ingeslagen: de criteria voor zwaar werk moeten niet gelinkt worden aan een beroep, maar eerder aan de werkomstandigheden en de werkinhoud van de job. Bandwerk, nachtwerk, werk in zware weersomstandigheden: het kan allemaal onder zwaar werk vallen. Maar de vraag die de regering zich meteen moet stellen is hoe ze die jobs inhoudelijk en naar werkomstandigheden werkbaar kan houden? In dat geval kunnen werknemers in zo'n functies wel degelijk langer aan de slag blijven.De regering kan een wettelijk kader creëren zodat bedrijven kunnen focussen op een loopbaanbeleid waarin periodes van zwaar werk worden afgewisseld met taken die een werknemer minder onder fysieke en mentale druk zetten. Vandaag zijn er voor tal van zogenaamde zware beroepen al extra recuperatiemogelijkheden en verlof.Al moet er niet alleen gekeken worden naar de politiek voor oplossingen. Bedrijven zouden meer moeten kiezen voor jobrotatie. Werknemers met zwaar werk nemen dan bepaalde periodes andere taken op zich, zoals nieuwkomers opleiden. Voor werknemers onder zware mentale druk is er 'job crafting', waarmee werknemers hun job een andere invulling proberen te geven. Een voorbeeld: een poetsvrouw in een bejaardentehuis is meer dan een schoonmaakster. Door haar werk draagt ze bij tot het welzijn en de gezondheid van rusthuisbewoners. Een aantal bedrijven kiest als voor die bewustmaking, vooral via overleg tussen werknemers en lijnverantwoordelijken.