Over enkele dagen begint de advent, de vier weken voor Kerstmis. Hoe de eindejaarsfeesten zullen verlopen, is nog onzeker. Vaststaat dat het niet hetzelfde zal zijn als andere jaren. Nu de coronabarometer is afgevoerd, is het wachten op nieuwe richtlijnen. Voorlopig blijft het zowel bij de experts als in regeringskringen stil over welke mijlpalen het startschot van een versoepeling worden. Er is nog geen draaiboek, maar experts werken er wel volop aan, is te horen op het het kabinet van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (spa). Experts bevestigen dat.
...

Over enkele dagen begint de advent, de vier weken voor Kerstmis. Hoe de eindejaarsfeesten zullen verlopen, is nog onzeker. Vaststaat dat het niet hetzelfde zal zijn als andere jaren. Nu de coronabarometer is afgevoerd, is het wachten op nieuwe richtlijnen. Voorlopig blijft het zowel bij de experts als in regeringskringen stil over welke mijlpalen het startschot van een versoepeling worden. Er is nog geen draaiboek, maar experts werken er wel volop aan, is te horen op het het kabinet van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (spa). Experts bevestigen dat. De jongste dagen zien we een duidelijke daling van het aantal bevestigde nieuwe besmettingen per dag in ons land. Toch gaf het Overlegcomité van midden november geen groen licht voor versoepelingen, omdat de besmettingsgraad bij de bevolking nog te hoog is. Dat de positiviteitsratio, het aantal besmettingen per aantal tests, naar beneden gaat, vindt biostatisticus Geert Molenberghs (KU Leuven) wel een positief signaal. "Die is de jongste dagen met 10 procentpunten gezakt, tot ongeveer 20 procent. Maar dat is nog erg hoog. Waar de drempelwaarde voor versoepelingen zal liggen, weet ik niet. Op het moment van de versoepelingen in juni was de positiviteitsratio gezakt tot 0,85 procent. We hebben dus nog een weg te gaan." Het aantal besmettingen per dag lag in dezelfde periode tussen 80 en 100. Ook daar zitten we nog ver vanaf. Eind oktober was dat cijfer doorgeschoten tot 25.000 besmettingen per dag. "Dat is enorm", zegt Molenberghs. "Zeker als je weet dat we patiënten zonder symptomen niet meer testten en dat sommige mensen met symptomen in zelfisolatie gaan zonder zich te laten testen." Het gemiddelde aantal besmettingen was vorige week gezakt naar bijna 6000 per dag. Om het met de woorden van Sciensano-gezicht Steven Van Gucht te zeggen: we zitten in de plateaufase. Dat is goed nieuws, maar vergeleken met het begin van de zomer is dat cijfer nog veel te hoog om versoepelingen toe te laten. "Ideaal bereik je een niveau met zo weinig circulatie van het virus, zodat de defensielijnen in de zorg en de contactopsporing lokale uitbraken goed onder controle kunnen houden. Dan kun je lokaal een tijdelijke quarantaine opleggen, terwijl de rest van de economie blijft doorwerken. Met de hoge concentratie van dit moment is zoiets onbegonnen werk." Deze week zijn de scholen weer opengegaan na de verlengde herfstvakantie. De impact daarvan zal bepalend zijn voor de komende weken. "De heropening van de scholen is een belangrijke versoepeling", zegt Molenberghs. "We moeten bekijken welk effect dat heeft op de curves. We hopen dat de daling doorzet. Maar we moeten nu eerst afwachten wat gebeurt, alvorens andere versoepelingen te overwegen." Dat maakt van 1 december, de datum van het volgende Overlegcomité, een sleutelmoment. Dan zijn de gegevens over het aantal besmettingen weer gedetailleerder, omdat we vanaf deze week opnieuw asymptomatische patiënten testen en tegen dan de impact van de heropening van de scholen zullen zien. Uit recent onderzoek van Sciensano en de KU Leuven blijkt dat kinderen toch meer besmet raken dan eerst was aangenomen. Op plaatsen waar het virus veel circuleert, lopen ook kinderen het op. Het besmettingsniveau bij kinderen loopt parallel met de algemene besmettingsgraad. "Dat betekent nog niet dat ze het oplopen op school", vult Molenberghs aan. "Het lijkt er wel op dat kinderen de ziekte minder makkelijk overdragen. Dat zou te maken hebben met minder ontwikkelde receptoren in de luchtwegen en het feit dat ze minder aerosolen uitstoten bij het spreken of zingen. Maar het is zeker verstandig de afstand tussen kinderen en mensen uit kwetsbare groepen te bewaren." Met die kennis in het achterhoofd is het logisch de tweede en de derde graad van het leerplichtonderwijs deeltijds afstandsleren op te leggen, zoals nu gebeurt. Vanaf de puberteit stoten kinderen wel meer aerosolen uit. "Met ventilatie en mondmaskers kom je een heel eind, maar afstand bewaren is makkelijker als de helft van de leerlingen maar komt", zegt Molenberghs. "Maar het spreekt voor zich dat we erover moeten waken dat de geboekte winst niet verloren gaat in naschoolse activiteiten." Midden december is een belangrijk moment voor de horeca en de niet-essentiële winkels. Dan wordt bekeken of die weer kunnen opengaan. Dat zal ook bepalen of de eindejaarsfeesten min of meer normaal kunnen doorgaan. Stel dat op 1 december blijkt dat de heropening van de scholen zonder problemen verlopen is, dan is de kans groot dat twee weken later de druk om de horeca te heropenen bijzonder groot wordt. Vorige week verscheen een studie in Nature waaruit blijkt dat horecazaken belangrijke verspreidingsplaatsen van het coronavirus zijn. "Het ligt gevoelig", weet Molenberghs. "Dan al de cafés, de evenementensector en de discotheken heropenen, zal wellicht niet lukken. Die Amerikaanse studie staat niet alleen. Uit een Noors onderzoek bleek al dat barmannen en kelners tot de beroepen behoren die het vaakst met besmetting zijn getroffen. Dat zegt iets. Bovendien blijkt ook in het contactonderzoek van het Agentschap Zorg en Gezondheid dat mensen vaak niet weten waar ze de besmetting opliepen, maar meestal in de cruciale periode wel naar een café of op restaurant zijn geweest. Natuurlijk gebeuren veel besmettingen thuis, maar je kunt je wel afvragen wie dan het virus in het gezin heeft binnengebracht. Voor ons is de horeca sluiten geen doel op zich, maar het lijkt wel duidelijk dat een winterse horeca-omgeving de verspreiding van het virus in de hand werkt." Tenzij er een half wonder gebeurt in de besmettingsstatistieken, is het fair aan te nemen dat het traditionele kerstfeest een corona-aanpak zal vergen. Het is aan de politiek om tijdig het kader vast te leggen van wat kan en wat niet kan. "Met een hoge viruscirculatie mensen bij elkaar brengen die je maar een paar keer per jaar ziet, is hetzelfde als een autosnelweg aanleggen voor virusverspreiding", zegt Molenberghs. "We moeten niet denken dat het geen kwaad kan omdat het maar een eenmalig feest is. Eén après-skibar in Ischl verspreidde covid-19 naar 43 landen." Tegen het begin van het nieuwe jaar wil de regering de testcapaciteit opvoeren tot meer dan 114.500 tests per dag. Momenteel testen we gemiddeld zo'n 30.000 mensen per dag. Op het piekmoment in oktober bedroeg het aantal tests ongeveer 70.000 per dag. Omdat de verwerking toen te traag verliep en resultaten enkele dagen op zich lieten wachten, besloot de regering selectiever te testen. Sinds deze week testen we opnieuw asymptomatische patiënten. Het gevaar van de toegenomen testcapaciteit is dat we zouden kunnen denken dat we ons meer kunnen permitteren. "Geen enkel logistiek kruid is gewassen tegen een oplopende exponentiële curve", waarschuwt Molenberghs. Als de besmettingscijfers het tegen begin volgend jaar toelaten, wordt het cruciaal een testbeleid uit te rollen dat het mogelijk maakt op specifieke plaatsen zicht te krijgen op de epidemie en zo gevallen vroeg te isoleren. "We identificeren nog altijd maar één op de drie gevallen", zegt Molenberghs. "Hoe meer we er vinden, hoe meer we het vuur kunnen doven voor het zich verspreidt. Tenminste, als we dat niet teniet laten gaan door een laks en open grensbeleid. Ik hoop echt dat we een deel van de testcapaciteit zullen inzetten om de import van het virus uit het buitenland te vermijden." Het goede nieuws over werkende vaccins heeft hoop gebracht, maar ook ongerustheid over de beschikbaarheid ervan. Het doembeeld van Amerikaans vaccinnationalisme zette het team rond Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen ertoe aan tijdig deals te sluiten met vooraanstaande vaccinontwikkelaars. Terwijl nog geen enkel vaccin op de markt is, heeft de Europese Unie al contracten op zak met Johnson & Johnson (J&J)/Janssen Pharmaceutica om 400 miljoen mensen te kunnen vaccineren, met AstraZeneca/Oxford University voor 200 miljoen mensen, met Sanofi/GSK voor 150 miljoen mensen en sinds midden vorige week ook met Pfizer/BioNTech voor 200 miljoen mensen. Daarnaast wordt al gesproken met Moderna en CureVac. Alleen al met de voor België voorbehouden portie van die felbegeerde Pfizer-vaccins zouden een kleine 4 miljoen mensen gevaccineerd kunnen worden. Bovendien heeft ons land zich ook ingeschreven voor een deel van de vaccins die J&J/Janssen en AstraZeneca/Oxford ontwikkelen. Deze week kwamen de ministers die bevoegd zijn voor Volksgezondheid in ons land overeen dat het vaccin gratis en niet verplicht zal zijn. Het doel is minstens 8 miljoen Belgen of 70 procent van de bevolking te vaccineren. De eerste vaccins zouden naar verluidt vanaf maart beschikbaar zijn. De vraag is dan: wie krijgt voorrang? Dat wordt de komende weken voer voor verhitte discussies. Niet iedereen volgt de stelling van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en onze Hoge Gezondheidsraad om behalve de gezondheidswerkers en andere essentiële beroepen eerst de 65-plussers en mensen vanaf middelbare leeftijd met zware onderliggende gezondheidsproblemen te vaccineren. "Bij het vastleggen van die prioriteiten houden we het best rekening met wat het oplevert als je een bepaalde doelgroep vaccineert", zegt Molenberghs. "Het lijkt me een no-brainer dat je bijvoorbeeld eerder de rusthuisbewoners dan de scholieren vaccineert. 150.000 bewoners van woon-zorgcentra behoren tot de kwetsbare groep, terwijl 1,2 miljoen scholieren vaccineren niet alleen meer dosissen vergt, maar ook een minder kwetsbare groep bereikt. Een goed simulatiemodel houdt daar rekening mee. In dezelfde logica wil je gezondheidswerkers en ordehandhavers eerst vaccineren, omdat zij in de vuurlijn staan en vaker in contact kunnen komen met het virus."