Amerika's vlucht uit Kaboel is, net als het vertrek uit Saigon in 1975, een bepalend geopolitiek moment: 's werelds machtigste land is opnieuw verslagen door een zwakkere vijand. En toen, net als nu, voorspelden de critici van de Verenigde Staten dat zo'n chaotische terugtrekking hun bondgenoten zou alarmeren en hun tegenstanders zou aanmoedigen. Het Westen mag een nieuwe toestroom van vluchtelingen verwachten. Talloze jihadisten zullen een goddelijke hand zien in de manier waarop de heilige krijgers twee supermachten hebben verslagen in Afghanistan: eerst de Sovjet-Unie en nu de Verenigde Staten.
...

Amerika's vlucht uit Kaboel is, net als het vertrek uit Saigon in 1975, een bepalend geopolitiek moment: 's werelds machtigste land is opnieuw verslagen door een zwakkere vijand. En toen, net als nu, voorspelden de critici van de Verenigde Staten dat zo'n chaotische terugtrekking hun bondgenoten zou alarmeren en hun tegenstanders zou aanmoedigen. Het Westen mag een nieuwe toestroom van vluchtelingen verwachten. Talloze jihadisten zullen een goddelijke hand zien in de manier waarop de heilige krijgers twee supermachten hebben verslagen in Afghanistan: eerst de Sovjet-Unie en nu de Verenigde Staten. De zwaarste gevolgen zijn voor Afghanistan zelf. Het is een van de armste landen ter wereld. Als de westerse hulp wegvalt, dreigt het zelfs de bescheiden economische en sociale winsten van de afgelopen twee decennia te verliezen, zoals onderwijs voor meisjes. Veel zal afhangen van hoe de taliban regeren. De laatste keer, van 1996 tot 2001, vormden ze het door oorlog verwoeste land om tot een theocratische tirannie. Ze schrapten onderwijs en werk voor vrouwen, en slachtten minderheden af. En ze herbergden militanten van allerlei slag, met op kop Al Qaida, dat de jihad wilde exporteren over de hele wereld. Het 'emiraat' was zo weerzinwekkend dat alleen Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Pakistan, een sponsor van de taliban, het erkenden. Deze keer willen de taliban een vriendelijker gezicht laten zien. Vorige week liet een van hun hoogste functionarissen zich door een vrouw interviewen op de Afghaanse televisie ¬ onvoorstelbaar in hun eerste tijdperk. Ze tonen zich ook gematigder op straat. "We hadden veel meer brutaliteit verwacht", zegt Obaidullah Baheer, een docent aan de Amerikaanse Universiteit in Kaboel. "Ik ben aangenaam verrast door hun discipline en respect." De eerste prioriteit van de taliban is dan ook de bestaande staat in stand te houden. Bij gebrek aan technocraten en managers hebben ze een algemene amnestie afgekondigd voor alle regeringsambtenaren en hen aangemaand weer aan het werk te gaan. De minister van Volksgezondheid en de burgemeester van Kaboel blijven op hun post. Zij hebben legerspecialisten aangeworven om buitgemaakte uitrusting te bedienen en proberen piloten te rekruteren. Aanwijzingen over de toekomst zijn wellicht ook te vinden in de regio's waar de taliban al langer de plak zwaaien. Zij hebben daar vaak gebruikgemaakt van de overheidsdiensten, waardoor leraren en artsen hun werk konden blijven doen, zolang ze zich aan de regels van de taliban hielden. "Ze zullen de controle overnemen van wat al bestaat, tenminste op korte termijn. Ik denk dat ze proberen te gaan voor stabiliteit in plaats van voor een revolutie", zegt Ashley Jackson van de Londense denktank Overseas Development Institute. Volgens Martine van Bijlert van de onderzoeksgroep Afghanistan Analysts Network debatteren de taliban over hoe ze een evenwicht kunnen vinden tussen de ideologische zuiverheid en de vraag naar onderwijs die ook bij veel van de meer conservatieve Afghanen leeft. Mustapha Ben Messaoud, de chef van veldoperaties in Afghanistan voor Unicef, zegt dat hij "voorzichtig optimistisch" is. De vraag is hoelang die gematigde houding blijft duren. Het nieuws uit sommige veroverde gebieden is zorgwekkend. In Herat zijn de vrouwelijke universiteitsstudenten naar huis gestuurd. Werkende vrouwen hebben te horen gekregen dat ze hun baan moeten afstaan aan mannelijke familieleden. Zabihullah Mujahid, de woordvoerder van de taliban, zegt dat de media kunnen blijven werken, zolang ze niet "de islamitische waarden tegenspreken" of "iets uitzenden dat tegen onze nationale belangen ingaat".Er is ook veel scepsis over de belofte dat de taliban geen wraak zullen nemen op wie samenwerkte met de vorige regering of met de buitenlandse troepen. In Spin Boldak, aan de Pakistaanse grens, zijn naar verluidt tientallen aanhangers van de regering afgeslacht. In Kandahar hebben de taliban de populaire komiek Nazar Mohammad ontvoerd en vermoord. Kaboel wordt overspoeld met berichten dat de taliban jagen op tolken van het Amerikaanse leger en Afghaanse commandanten. De westerse landen zitten in een lastig parket. Na hun rampzalige falen hopen ze een "matigende invloed" uit te oefenen op de taliban, zoals Dominic Raab, de Britse minister van Buitenlandse Zaken, het noemde. Daarvoor hebben ze twee hefbomen: hulp en diplomatieke erkenning van het nieuwe regime. Geen van beide zal waarschijnlijk effectief zijn. Iran en Rusland, ooit vijandig tegenover de taliban, zijn nu vriendelijker tegen hen. Beide landen genieten van de Amerikaanse vernedering. Zamir Kabulov, de Russische presidentiële gezant voor Afghanistan, juichte hun overwinning toe: "De taliban is veel beter in staat overeenkomsten te sluiten dan de vorige marionettenregering." Pakistan, dat de taliban vanaf hun ontstaan koesterde, was nog blijer. "Afghanistan heeft de ketenen van de slavernij verbroken", zei eerste minister Imran Khan. Maar de grootste diplomatieke trofee voor de taliban is China, dat een grens deelt met Afghanistan. Op 28 juli, toen de Amerikaanse terugtrekking bijna compleet was, ontving China met veel show een talibandelegatie in Tianjin en noemde hen een "beslissende militaire en politieke kracht". Kort nadien verwelkomden Chinese diplomaten het vooruitzicht van "vriendschappelijke en coöperatieve betrekkingen". Of dat zo blijft, hangt af van hoe de taliban staan tegenover internationale jihadistengroeperingen. China maakt zich bijvoorbeeld zorgen over militante Oeigoeren. Dat het islamitische extremisme opflakkert, is ook een vrees in de westerse landen. Woordvoerder Zabihullah Mujahid probeerde al de bezorgdheid weg te nemen dat Afghanistan weer een basis voor het wereldwijde terrorisme wordt, zoals voor 9/11: "We willen iedereen geruststellen dat Afghanistan niet zal worden gebruikt om wie dan ook aan te vallen." Maar vorige maand rapporteerde een team van de Verenigde Naties dat Al Qaida nog altijd aanwezig is in 15 van de 34 Afghaanse provincies. Een lokale tak van IS is ook aanwezig op verschillende plaatsen. De vrijlating door de taliban van duizenden gevangenen, velen van hen geharde jihadisten, is evenmin geruststellend. Amerikaanse functionarissen geloven dat ze de terroristen in bedwang kunnen houden met een combinatie van inlichtingen en gerichte aanvallen. Maar de Verenigde Staten zullen binnenkort militair en diplomatiek niet langer aanwezig zijn in het land. En het is hoogst onwaarschijnlijk dat de Afghaanse spionagedienst overeind blijft. Nogal wat andere landen hebben ook redenen om met enige vrees naar de gebeurtenissen in Afghanistan te kijken. Veel historici menen dat de Sovjet-Unie destijds Afghanistan binnenviel omdat de Verenigde Staten na het Vietnamdebacle verzwakt waren. Deze keer dreigt China te profiteren. De Global Times, een krant gerund door China's Communistische Partij, schreeuwde op 16 augustus dat de terugtrekking uit Afghanistan een "voorteken voor de toekomst van Taiwan" was. Als Amerika al niet bereid is enkele duizenden slachtoffers te maken in Afghanistan, wat dan met een eventuele oorlog om Taiwan, die "ondenkbare kosten met zich zou brengen". Andrew Yang, een voormalige Taiwanese minister van Defensie, denkt ook dat de oorlog in Afghanistan belangrijk is voor Taiwan: "Laat dit een les zijn. Taiwan moet zichzelf kunnen verdedigen en niet rekenen op de Verenigde Staten." Ook in India heerst onrust over de overwinning van de bondgenoten van Pakistan en het vooruitzicht van een opleving van het jihadisme. Het land schaarde zich de afgelopen jaren achter Amerika en nam afstand van China, maar is nu verrast door Amerika's schijnbare onbetrouwbaarheid. "De terugtrekking van de Verenigde Staten toont een volslagen minachting voor wat daarna gebeurt", zegt Nirupama Rao, ooit een van India's meest vooraanstaande diplomaten. "Het heeft de geloofwaardigheid van de Amerikaanse macht in de regio aangetast." Ook de Europeanen zijn verontwaardigd dat de Verenigde Staten hen voor een voldongen feit hebben gesteld. "We moeten onze conclusies trekken over de Amerikaanse betrouwbaarheid in het Midden-Oosten en noordelijk Afrika", zei een diplomaat. Dat soort klachten is niet nieuw. Europa mopperde al over Barack Obama's aarzeling om te interveniëren in Libië in 2011 en zijn afgelasting van luchtaanvallen op Syrië in 2013. De Golfstaten maakten zich zorgen over de onwil van Donald Trump om Iran te straffen voor zijn aanval op Saudische oliefaciliteiten in 2019. Taiwan heeft al ervaring met verraad door Amerika, toen het diplomatieke erkenning gaf aan communistisch China in 1979. Misschien is de echte les van Vietnam wel dat we met het juiste perspectief moeten kijken. Op korte termijn kreeg het Amerikaanse zelfvertrouwen een schok en de tegenstanders van het land juichten. Maar vijftien jaar na een nederlaag in een oorlog die werd gevoerd om het communistische tij tegen te houden, won Amerika wel de Koude Oorlog en was het een wereldmacht zonder gelijke. Het Amerikaanse leger, getraumatiseerd na Vietnam, bouwde zichzelf weer op tot een ongeëvenaarde, technologisch geavanceerde strijdmacht. En vier decennia later is Vietnam een trouwe partner van de supermacht die het heeft verslagen. Dat kan een troost zijn voor de Amerikanen. Maar het is een schrale troost voor de Afghanen die erop vertrouwden dat ze hen zouden verdedigen en nu moeten leven onder de taliban.