2022 zal naar alle waarschijnlijkheid het laatste jaar zijn dat de regering-Biden kan functioneren. Het Amerikaanse systeem leidt zowat onvermijdelijk naar een impasse. Dat vloeit voort uit een grondwettelijk ontwerp dat uitgaat van consensus, een ideaal dat steeds minder haalbaar is in een tijdperk van extreme polarisatie, flinterdunne meerderheden en de vereiste om een supermeerderheid te hebben in de Senaat. Zelfs in perfecte omstandigheden, met het Witte Huis en beide kamers van het Congres onder de controle van één partij, is het verduiveld moeilijk om ernstig wetten te maken. Het is geen toeval dat Barack Obama en Donald Trump de belangrijkste wetten van hun bewind - een hervorming van de gezondheidszorg en een grote belastingverlaging - in het eerste jaar van hun ambtstermijn hebben aangenomen. Beide presidenten kregen bij de tussentijdse verkiezingen af te rekenen met zware nederlagen. Ze verloren de controle over één kamer en daarmee de mogelijkheid om de wetgeving te realiseren waarop ze hadden gehoopt.

Sinds 1938 is het maar twee keer gebeurd dat een president de positie van zijn partij in het Huis sterker zag worden.

Het ziet ernaar uit dat president Joe Biden datzelfde pad zal volgen. Hij kreeg aan het begin van zijn ambtstermijn een succesvolle economische stimulans voor elkaar, maar zijn belangrijkste voorstel bleef het grootste deel van 2021 in wetgevend drijfzand steken: enorme investeringen in programma's om de klimaatverandering te beperken en sociale vangnetten naar Europees model te creëren, gefinancierd door gevoelig hogere belastingen op de grote fortuinen, bekend onder de noemer 'Build Back Better'. De strijdende geledingen in zijn Democratische partij zijn er niet in geslaagd tot een vergelijk te komen. Misschien lukt het toch nog, maar het uiteindelijke compromis zal waarschijnlijk slechts een fractie bedragen van de 4 biljoen dollar die Biden wilde uitgeven.

Een nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen betekent dat de laatste twee jaar van Bidens ambtstermijn verloren zullen gaan, althans wat de wetgeving betreft. In het Huis van Afgevaardigden hebben de Democraten acht zetels op overschot, in de Senaat geen enkele. Sinds 1938 is het nog maar twee keer gebeurd dat een zittende president de positie van zijn partij in het Huis sterker zag worden - en in beide gevallen kon die president bogen op een goedkeuringscijfer van meer dan 60 procent. Biden scoort maar 44 procent. Historisch verrekend komt dat neer op een verlies van 33 zetels, en dus een verlies van controle in het Huis. In de Senaat liggen de kaarten gunstiger voor de Democraten, omdat daar slechts een derde van de zetels om de twee jaar wordt betwist. Maar het Amerikaanse systeem vereist dat beide kamers hun instemming geven, en geen enkele van de Democratische prioriteiten zal op Republikeinse steun kunnen rekenen.

Het probleem met een krappe meerderheid is dat het minste interne meningsverschil volstaat om een voorstel te kelderen.

Optimisten stellen dat de Democraten vóór november 2022 nog veel voor elkaar kunnen krijgen. Misschien is dat ook zo. Maar als er op dit moment nog discussies aan de gang zijn over wetgeving die Bidens agenda zal bepalen, zal dat veel energie opslorpen. Het vooruitzicht van de naderende verkiezingen zal de rest wegzuigen. Het probleem met een krappe meerderheid is dat het minste interne meningsverschil volstaat om een voorstel te kelderen. En zelfs als de zittende Democraten een nagenoeg unaniem akkoord bereiken, zijn veel soorten wetgeving gedoemd te falen door de kronkelende regels van de Senaat. Daar kunnen tegenstanders filibusteren, tenzij er zestig senatoren bij elkaar worden gebracht om er een eind aan te maken. Zolang kan er geen sprake van zijn de regels over het stemrecht te herzien, het minimumloon op te trekken en het immigratiesysteem te hervormen. De voorstellen die de filibuster kunnen omzeilen, zullen waarschijnlijk niet zo belangrijk zijn.

Unilaterale bevoegdheden

Een van de voordelen van modern keizerlijk presidentschap is dat je niet afhankelijk bent van de medewerking van een hopeloos lastig Congres om een beleid uit te tekenen - ook al geniet de Amerikaanse methode de voorkeur. Net als zijn voorgangers die na hun eerste twee jaar in het Witte Huis werden gekortwiekt, zou Biden zijn aandacht wel eens kunnen verleggen en uitgebreide regelgeving uitvaardigen via administratieve agentschappen, of gebruikmaken van de grotendeels unilaterale bevoegdheden die nodig zijn om handelsbeperkingen af te kondigen.

Door vast te houden aan de terugtrekking uit Afghanistan heeft Biden al getoond dat hij isolationistische neigingen heeft. De kans is dan ook klein dat hij zijn toevlucht zal nemen tot dat andere tijdverdrijf van keizerlijke presidenten: oorlogsvoering. In plaats daarvan zal hij zijn agenda wellicht vullen met meer topontmoetingen. De president zou ongetwijfeld Amerika liever weer opbouwen door in de voetsporen te treden van zijn idool, Franklin D. Roosevelt. Maar het is lastig om transformaties à la Roosevelt door te voeren zonder dat je over zijn parlementaire meerderheden beschikt.

8 zetels hebben de Democraten op overschot in het Huis van Afgevaardigden, maar in de Senaat geen enkele.

2022 zal naar alle waarschijnlijkheid het laatste jaar zijn dat de regering-Biden kan functioneren. Het Amerikaanse systeem leidt zowat onvermijdelijk naar een impasse. Dat vloeit voort uit een grondwettelijk ontwerp dat uitgaat van consensus, een ideaal dat steeds minder haalbaar is in een tijdperk van extreme polarisatie, flinterdunne meerderheden en de vereiste om een supermeerderheid te hebben in de Senaat. Zelfs in perfecte omstandigheden, met het Witte Huis en beide kamers van het Congres onder de controle van één partij, is het verduiveld moeilijk om ernstig wetten te maken. Het is geen toeval dat Barack Obama en Donald Trump de belangrijkste wetten van hun bewind - een hervorming van de gezondheidszorg en een grote belastingverlaging - in het eerste jaar van hun ambtstermijn hebben aangenomen. Beide presidenten kregen bij de tussentijdse verkiezingen af te rekenen met zware nederlagen. Ze verloren de controle over één kamer en daarmee de mogelijkheid om de wetgeving te realiseren waarop ze hadden gehoopt. Het ziet ernaar uit dat president Joe Biden datzelfde pad zal volgen. Hij kreeg aan het begin van zijn ambtstermijn een succesvolle economische stimulans voor elkaar, maar zijn belangrijkste voorstel bleef het grootste deel van 2021 in wetgevend drijfzand steken: enorme investeringen in programma's om de klimaatverandering te beperken en sociale vangnetten naar Europees model te creëren, gefinancierd door gevoelig hogere belastingen op de grote fortuinen, bekend onder de noemer 'Build Back Better'. De strijdende geledingen in zijn Democratische partij zijn er niet in geslaagd tot een vergelijk te komen. Misschien lukt het toch nog, maar het uiteindelijke compromis zal waarschijnlijk slechts een fractie bedragen van de 4 biljoen dollar die Biden wilde uitgeven. Een nederlaag bij de tussentijdse verkiezingen betekent dat de laatste twee jaar van Bidens ambtstermijn verloren zullen gaan, althans wat de wetgeving betreft. In het Huis van Afgevaardigden hebben de Democraten acht zetels op overschot, in de Senaat geen enkele. Sinds 1938 is het nog maar twee keer gebeurd dat een zittende president de positie van zijn partij in het Huis sterker zag worden - en in beide gevallen kon die president bogen op een goedkeuringscijfer van meer dan 60 procent. Biden scoort maar 44 procent. Historisch verrekend komt dat neer op een verlies van 33 zetels, en dus een verlies van controle in het Huis. In de Senaat liggen de kaarten gunstiger voor de Democraten, omdat daar slechts een derde van de zetels om de twee jaar wordt betwist. Maar het Amerikaanse systeem vereist dat beide kamers hun instemming geven, en geen enkele van de Democratische prioriteiten zal op Republikeinse steun kunnen rekenen. Optimisten stellen dat de Democraten vóór november 2022 nog veel voor elkaar kunnen krijgen. Misschien is dat ook zo. Maar als er op dit moment nog discussies aan de gang zijn over wetgeving die Bidens agenda zal bepalen, zal dat veel energie opslorpen. Het vooruitzicht van de naderende verkiezingen zal de rest wegzuigen. Het probleem met een krappe meerderheid is dat het minste interne meningsverschil volstaat om een voorstel te kelderen. En zelfs als de zittende Democraten een nagenoeg unaniem akkoord bereiken, zijn veel soorten wetgeving gedoemd te falen door de kronkelende regels van de Senaat. Daar kunnen tegenstanders filibusteren, tenzij er zestig senatoren bij elkaar worden gebracht om er een eind aan te maken. Zolang kan er geen sprake van zijn de regels over het stemrecht te herzien, het minimumloon op te trekken en het immigratiesysteem te hervormen. De voorstellen die de filibuster kunnen omzeilen, zullen waarschijnlijk niet zo belangrijk zijn. Een van de voordelen van modern keizerlijk presidentschap is dat je niet afhankelijk bent van de medewerking van een hopeloos lastig Congres om een beleid uit te tekenen - ook al geniet de Amerikaanse methode de voorkeur. Net als zijn voorgangers die na hun eerste twee jaar in het Witte Huis werden gekortwiekt, zou Biden zijn aandacht wel eens kunnen verleggen en uitgebreide regelgeving uitvaardigen via administratieve agentschappen, of gebruikmaken van de grotendeels unilaterale bevoegdheden die nodig zijn om handelsbeperkingen af te kondigen. Door vast te houden aan de terugtrekking uit Afghanistan heeft Biden al getoond dat hij isolationistische neigingen heeft. De kans is dan ook klein dat hij zijn toevlucht zal nemen tot dat andere tijdverdrijf van keizerlijke presidenten: oorlogsvoering. In plaats daarvan zal hij zijn agenda wellicht vullen met meer topontmoetingen. De president zou ongetwijfeld Amerika liever weer opbouwen door in de voetsporen te treden van zijn idool, Franklin D. Roosevelt. Maar het is lastig om transformaties à la Roosevelt door te voeren zonder dat je over zijn parlementaire meerderheden beschikt.